In Mortsel zijn geen files

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag is Mortsel aan de beurt.

"Meneer Van Dievel", sprak burgemeester Pira van de stad Mortsel, "wij van Groen willen een eindoffensief lanceren om de kiezer te overtuigen van alle goeds dat hem of haar de afgelopen 12 jaar is overkomen, kunt u ons komen adviseren?"

"Een soort wanhoopsoffensief bedoelt u?" "Nee, dat bedoel ik niet", zei Ingrid Pira sec. In het voetbal zegt men in dit soort situaties - meestal zonder veel overtuiging - dat de bal rond is en dat een match 90 minuten duurt en dat dus alles nog mogelijk is. Hoewel, wie had ooit gedacht dat Pira in 2006 haar mandaat als burgemeester zou verlengen, na alle emmers bagger die over haar heen waren gestort? Zij het dat haar partij enkel nog de burgemeesterssjerp overhield en de schepenambten naar haar coalitiepartners SP.A , CD&V en … de N-VA gingen.

"En wat zal de insteek, de baseline zijn van uw slotoffensief?", informeerde ik. "In Mortsel zijn geen files", antwoordde de groene burgemeester met de kikker in de keel. "Gedurfd", zei ik, "maar niet onmogelijk." Een politieke consulent mag zijn opdrachtgever nooit vierkant tegenspreken.

"Tot morgen dan, om tien uur stipt op het stadhuis." 

Een zegen en een vloek

Om mijn afspraak zeker niet te missen door de te verwachten files tussen Heide City en de Koekenstad nam ik een hotelkamer in een niet nader genoemd maar torenhoog hotel aan de Antwerpse ring. Daar stelde ik mijn flipchart op en maakte een plus- en een minkolom aan.

Aan de minkant schreef ik de uitroeping door Peeters & Pichal van Mortsel tot drukste plaats van Vlaanderen, het banenverlies bij Agfa-Gevaert , de dood van een jongeman in een politiecel en miserie met een lokale familie Flodder. Aan de pluszijde schreef ik de mooie bloembakken. En na enig aarzelen voegde ik er de goedkope tankstations op de R11 aan toe.

Met het gegeven dat de halve nieuwsdienst in en om Mortsel woont (de andere helft woont in en om Leuven) wist ik niet goed blijf. Wanneer is iets een zegen, wanneer is iets een vloek, nietwaar?

Ik keek op de tv naar een aflevering van "Deadline 14/10" en vroeg mij af of er in de reeks nog een rol voor wijlen Marie-Rose Morel was weggelegd, zoals in het ware leven, en zij als een deus ex machina zou verschijnen om recht & waarheid te laten zegevieren en die lange magere de verkiezingen doen winnen.

Stadsautosnelweg

De volgende ochtend stapte ik om kwart over acht in mijn batmobiel en richtte de steven naar Mortsel. Op de Singel stond een file, wat begrijpelijk was want er staat daar altijd een file in de spits. Zen, dacht ik bij mijzelf, zen. Ik zette de autoradio aan en schakelde na ongeveer 19 seconden van Radio1 over naar de Brasschaatse Radio Omroep die nonstop golden oldies uitzendt en minder op mijn zenuwen werkt.

Het verkeer verliep vlot, want minder dan een uur later had ik reeds een goeie kilometer afgelegd. Op de Grote Steenweg gaf ik zoals iedereen vol gas, want als een automobilist een stadsautostrade voor zijn wielen ziet liggen, let hij niet meer op verkeersborden of zelden functionerende flitspalen.

Drie en soms vier rijstroken in elke richting, wat een rijplezier. Ik zigzagde van links naar rechts, toeterde wat fietsers van de baan, joeg wat vermetele voetgangers de stuipen op het lijf, stak een middenvinger op naar bejaarden die traag als een slak tegen 70 per uur voortkropen en negeerde een oranje licht of drie. Ik ga veel te vroeg zijn, dacht ik.

Algehele stilstand

En ineens stond het verkeer stil, gewoon stil. De stadsautoweg waarmee Antwerpen mij zo had verwend, versmalde plots tot twee rijstroken en veranderde dan – ik geloofde mijn ogen niet - in een éénbaansweg. Mortsel heet u welkom, stond er op een groot bord. Rechts van mij waren fietspaden en voetpaden aangelegd die breder waren dan mijn enige rijstrook. Links van mij snorden en bromden in een vrije bedding trams en autobussen langs vrolijk langs. De wereld op zijn kop!

Het wachten duurde lang. Na alweer een uur was ik nog maar drie verkeerslichten opgeschoten en stond ik net voor het geheel geblokkeerde kruispunt, de kruising van de Vrede- en de Krijgsbaan met de Antwerpse Steenweg, de nachtmerrie van Mortsel. Het klokje op mijn dashboard zei 10.05 uur.

"Pioe pioe!", deed mijn gsm. Het was Ingrid Pira. "U bent onze afspraak toch niet vergeten hé. De rozebottelthee wordt koud."
"Ik sta in de file", zei ik voorzichtig. "Bent u met de auto gekomen?" In de stem van de burgemeester klonk ongeloof. "Daar moet ge toch echt zot voor zijn", liet ze zich ontvallen. "Ik zal een kwartiertje later zijn", zei ik.

Een half uur later stond ik in het midden van het kruispunt met links en echts van mij tientonners waarvan de chauffeurs met beide handen op de claxon bleven duwen. Bestuurders van personenwagens gingen elkaar met baseballbats en autokriks te lijf. Maar er was ook goed nieuws: er was een tram ontspoord. De passagiers drukten bang hun neuzen tegen de aangedampte ramen die nog niet waren ingeslagen door dolgedraaide chauffeurs. Iemand stak een auto in brand.

Opnieuw ging mijn gsm. "Ik versta u niet", zei ik naar waarheid. "Zet uw auto opzij en neem de tram!", brulde Pira, "de toastjes met geitenkaas zijn bijna op en we hangen al in de perenwijn." Neem de tram, neem de tram, dat was makkelijk gezegd. Ik kon geen kant op. En daarbij, dan zou ik mijn flipchart en mijn vouwfiets en mijn workmate en mijn cd-collectie achter moeten laten. Maar dat zei ik niet.

Tijd om te oogsten

Toen ik de nachtmerrie van Mortsel eindelijk gepasseerd was, een kerktoren had opgeroepen om de vespers te bidden, en een nieuw onmogelijk aangelegd kruispunt met tramterminal al mijn aandacht en verkeersagressie vereiste, belde Pira om te zeggen dat iedereen naar huis ging.

"En uw baseline", vroeg ik, "bent u eruit gekomen?" "Misschien is "In Mortsel zijn geen files" toch niet zo’n goede insteek", zei Pira aarzelend, "niet iedereen is zo visionair als wij." "Dat is zo", beaamde ik, "en niemand is zo dapper."

"Wij hebben uiteindelijk gekozen voor “Wees een heer in het sluipverkeer!”. Het is tijd om te electoraal te oogsten."

Louis van Dievel

lees ook