Wie slim is sorteert, maar waar wonen de slimsten?

De hoeveelheid opgehaald restafval is de laatste jaren met bijna 25 procent afgenomen. Dat blijkt uit cijfers van de Openbare Afvalmaatschappij (OVAM). Toch zijn er goede en slechte leerlingen, blijkt uit de statistische gegevens. Maar die cijfers moeten ook wel worden gerelativeerd.

"Sinds begin 1990 neemt de hoeveelheid selectief ingezameld afval voortdurend toe en neemt de hoeveelheid restafval af", bevestigt Jan Verheyen van OVAM. "De laatste jaren vlakken die cijfers wat uit."

Volgens OVAM produceert de Vlaming jaarlijks 525 kilogram afval. In 2010 was 150 kilogram daarvan restafval: niet geselecteerd huisvuil, grofvuil en straat- en veegvuil. "Dat is zowat 28 procent van ons afval", zegt Verheyen. "De andere 74 procent is selectief opgehaald afval."

Uit de cijfers blijkt dat de gemiddelde hoeveelheid opgehaald restafval tussen 2000 en 2010 gedaald is van 191 naar 150 kilogram per Vlaming per jaar.

Als we de regionale verschillen bekijken, blijken de kustgemeenten opvallend meer restafval te produceren. "Daar is een eenvoudige verklaring voor", zegt Jan Verheyen: "Het kusttoerisme." Ook Antwerpen staat in de top 10 van gemeenten die het meeste restafval produceren. "Ook grote steden hebben relatief meer restafval", verklaart Verheyen, "en dat heeft vaak te maken met de studentenpopulatie."

Hoe slim zijn de goede leerlingen in de klas?

Hoe minder restafval er wordt opgehaald, hoe meer selectief opgehaald afval. Het gaat hier over afval dat gescheiden wordt ingezameld en eventueel wordt gerecycleerd, en om afval dat een nieuwe bestemming krijgt via de kringloopcentra.

Uit de statistische gegevens blijkt dat de hoeveelheid gescheiden afval tussen 2000 en 2010 iets is gestegen, maar niet echt significant. Per Vlaming werd in 2010 gemiddeld 374 kilogram gescheiden afval opgehaald.

De hoeveelheid goederen die voor hergebruik bij de kringloopcentra wordt ingeleverd, is wel spectaculair gestegen: van 2,93 kilogram in 2000 naar 5,24 kilogram in 2010. Vooral gemeenten in de Antwerpse Kempen blijken hier goed te scoren. Zo brachten de inwoners van Schelle in 2009 maar liefst gemiddeld 30 kilogram binnen in de kringloopcentra. "Dat komt omdat onze kringloopwinkel in Schelle pas vanaf 2009 op volle toeren is beginnen draaien", verklaart Koen De Bock van Kringwinkel Wrak.

Toch kan je een aantal conclusies trekken. "De gemeenten die het best scoren, voeren een pro-actief afvalbeleid waarbij de nadruk ligt op afvalpreventie", zegt Jan Verheyen van OVAM. "Ook belangrijk zijn een goed werkend recyclagepark, een goed draaiende kringwinkel, gescheiden ophaling van gft-afval en vasthouden aan het principe van de vervuiler betaalt."

Kunnen we nog beter doen? "Er zit natuurlijk een ondergrens aan de hoeveelheid restafval", geeft Verheyen toe. "Maar bij het grofvuil kan het nog beter. Nu vertegenwoordigt dat 30 van 150 kilogram die de Vlaming per jaar produceert. Daarvan 50 tot 66 procent verder worden uitgesorteerd." De Vlaming kan dus blijkbaar nog slimmer worden.

Energieverbruik is een belangrijke factor als het gaat over milieu en klimaat. De Vlaamse overheid meet het energieverbruik om de CO2-uitstoot te kunnen bijhouden voor klimaatafspraken. Daaruit blijkt dat het energieverbruik voor verwarming gedaald is van 10,1 megawattuur in 2003 naar 8,7 in 2009.

Regionale verschillen zijn er eigenlijk nauwelijks, behalve dan dat de kustgemeenten weer opvallend hoger scoren. Maar dat heeft alles te maken met het kusttoerisme, waardoor de bevolking van die gemeenten in juli en augustus vervijfvoudigt.

Rik Arnoudt

lees ook