Kleine gemeentes scoren goed op arbeidsindicatoren

Cijfers over het aantal zelfstandigen, het aantal werklozen en het aantal “leefloners” in de Vlaamse gemeentes geven ons een zicht op de arbeidssituatie in Vlaanderen. De percentages voor werklozen en steuntrekkenden bleven de afgelopen tien jaar stabiel. Het gemiddeld percentage zelfstandigen steeg licht.

Werkloosheid

Statistieken van de Vlaamse overheid geven aan dat het werkloosheidscijfer in Vlaanderen relatief stabiel is, maar tussen 2008 en 2010 opnieuw licht is gestegen. De hoogste werkloosheidscijfers werden in 2010 genoteerd in Antwerpen (14,6%), Maasmechelen (12,9), Ronse (12,9), Genk (12,5) en Gent (11,6). Niet toevallig een aantal centrumsteden, want de gemeentes met de laagste percentages zijn veelal kleine landelijke gemeentes.

De provincie Limburg springt in het oog met Maasmechelen en Genk die al meer dan tien jaar in de top vijf staan. “Die steden ondervinden nog steeds de gevolgen van de sluiting van de mijnen”, legt VDAB-communicatieverantwoordelijke Luc Smeets uit. “VDAB doet veel inspanningen in de regio, maar het is niet eenvoudig om het tij te keren. Overigens volgen de werkloosheidscijfers de conjunctuur. Voor de werknemers bij Ford Genk wordt het weer bang afwachten.”

De West-Vlaamse gemeente Mesen had dan weer de twijfelachtige eer om tussen 2003 en 2010 procentueel de hoogste toename van het aantal werklozen te mogen leveren. Maar burgemeester Sandy Evrard laat daarvoor zijn slaap niet. De statistieken moeten in perspectief worden gezet, vindt hij. “Mesen is een gemeente met 952 inwoners. Eén werkloze meer of minder maakt hier al een verschil. Men kan dat moeilijk vergelijken met een gemiddelde Vlaamse gemeente.”

Dat de cijfers soms relatief zijn, blijkt ook uit de statistieken van gemeentes met respectievelijk het laagste aantal werklozen en gemeentes waar het aantal werklozen het meest gezakt is. In beide statistieken staat het Limburgse Herstappe op nummer één. Herstappe is met haar 80 inwoners tevens de kleinste gemeente van Vlaanderen.

Overigens staan ook Genk en Maasmechelen in de top tien van gemeentes waar het werkloosheidspercentage tussen 2003 en 2010 het sterkst gedaald is.

Leefloon: kloof tussen Gent en andere steden

Opmerkelijke cijfers wat betreft het gemiddeld aantal “leefloners” in de Vlaamse gemeentes. Gent steekt er op dat vlak met kop en schouders bovenuit. De kloof met de andere centrumsteden wordt er bovendien met de jaren groter op. Gent telt inmiddels 17 leefloners op 1.000 inwoners, bijna of dubbel zoveel als Oostende (8,7 op 1.000), Antwerpen (8,6), Leuven (7,5) en Sint-Niklaas (7,5), die de top vijf vervolmaken.

Maar dat opmerkelijke cijfer voor Gent moet goed gekaderd worden, zegt Geert Versnick, voorzitter van het Gentse OCMW. De statistische vergelijking met Antwerpen, dat maar de helft aantal leefloners telt, is bijvoorbeeld te kort door de bocht.

“In Antwerpen komen veel meer dan in Gent, mensen binnen uit landen die niet tot de Europese Unie behoren”, zegt Versnick. “Een niet-EU-burger in Antwerpen komt eerder in aanmerking voor een levensminimum en het duurt soms enkele jaren alvorens ze aanspraak maken op een leeflóón. In Gent daarentegen zijn er heel veel Oost-Europeanen en Roma. Die mensen, EU-burgers, komen veel sneller in aanmerking voor een leefloon.”

Verschillende benamingen en factoren zorgen ervoor dat de cijfers moeilijk te interpreteren zijn. Wat Geert Versnick het levensminimum noemt, blijkt in Antwerpen “equivalent leefloon” te heten. Het bedrag dat men krijgt is evenwel hetzelfde als het bedrag van het "gewone" leefloon.

Volgens cijfers van het Antwerpse OCMW ontvingen in 2011 4.570 mensen zo’n equivalent leefloon. 7.624 Antwerpenaars ontvingen dan weer het gewone leefloon.

Geert Versnick van OCMW Gent vindt het ten slotte nog belangrijk om te benadrukken dat Gent een sociaal duurzaam beleid voert en laaggeschoolde nieuwkomers liever wat langer begeleidt dan hen meteen de arbeidsmarkt op te sturen.

Ver van de stad werden de allerlaagste leefloonpercentages in Vlaanderen dan weer opgetekend in enkele dunbevolkte gemeentes. In het Oost-Vlaamse Horebeke en het Limburgse Herstappe ontving er in 2011 zelfs helemaal niemand een leefloon.

Zelfstandigen: Van Zuienkerke tot Zelzate

Bovenaan de lijst van gemeentes met het hoogste percentage zelfstandigen in Vlaanderen staan al jaren dezelfde namen. Op plaats één stond in 2010 de piepkleine Limburgse gemeente Herstappe, waar één op vier inwoners het statuut van zelfstandige had – zie ook het zeer lage percentage werklozen. Daarna volgen al jaren in wisselende volgorde Sint-Martens-Latem, Lo-Reninge, Alveringem en Zuienkerke. Waarom brengen zulke kleine gemeentes zoveel zelfstandigen voort?

De verklaring is doodeenvoudig, zo blijkt uit de mond van Alain De Vlieghe, de burgemeester van het West-Vlaamse Zuienkerke. De Vlieghes gemeente telt nog geen 3.000 inwoners en in procentaantallen betekent dat dat één zelfstandige ondernemer meer of minder al een significante impact heeft op het totale percentage.

“Zuienkerke is een typische plattelandsgemeente. Een boer is per definitie een zelfstandige en als zijn vrouw meewerkt op de boerderij moet zij zich ook als zelfstandige laten registreren.” legt de burgemeester uit.

Een nieuwe, opvallende, naam die de laatste jaren prominent vooraan staat in de ranglijst is Schilde. Met bijna 20.000 inwoners is de Antwerpse gemeente een uitzondering te midden van de overige toppers, allen kleine landelijke gemeentes. Een ondernemende volksaard ligt aan de basis van het hoge percentage zelfstandigen in Schilde, zo blijkt.

“Schilde is van oudsher een aantrekkelijke gemeente voor ondernemers”, vertelt schepen voor lokale economie Olivier Verhulst. “Onze gemeente is goed gelegen, niet ver van Antwerpen, en heeft een residentieel karakter. Veel ondernemers vestigen zich hier en beginnen een zaak. Ik schat dat Schilde zo’n 300 detailhandelszaken kent.”

Helemaal onderaan de zelfstandigen-ranglijst bengelt Zelzate aan de staart van het peloton. Slechts 50 op 1.000 inwoners heeft er een zelfstandigenstatuut. “Veel mensen in onze gemeente werken in Gent in de industrie”, verklaart burgemeester Freddy De Vilder. “En de mensen die hier een zaak beginnen komen dikwijls van buiten de gemeente.” De Vilder heeft geen pasklaar antwoord op de vraag waarom de Zelzatenaar niet gemakkelijk een eigen zaak begint. Zelzate telt een heel aantal cafés en restaurants, laat hij verstaan, maar vele van hun uitbaters zijn niet in Zelzate gedomicilieerd.

Verderop in de top tien van gemeentes met het laagste aantal zelfstandigen duiken ook opnieuw de namen van Genk en Maasmechelen op.

Alexander Cornet

lees ook