Ministers erkennen slechte toestand opvangtehuizen

De toestand in de vier noodinternaten van het Gemeenschapsonderwijs is zorgwekkend. De twee bevoegde ministers Vandeurzen en Smet erkennen het probleem. Ze willen op korte termijn de situatie verbeteren, maar budgettair is er voorlopig onvoldoende ruimte.

De vier opvangcentra zijn gelegen in De Haan, Koksijde, Leopoldsburg en Neder-Over-Heembeek. Er worden in totaal enkele honderden kinderen en jongeren opgevangen. Heel wat van hen hebben een problematische achtergrond.

De vier tehuizen vallen onder de bevoegdheid van minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A), maar voor de bijzondere jeugdzorg is ook minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) verantwoordelijk. Beide ministers erkennen het probleem en willen “op korte termijn de situatie verbeteren.” Verder werken ze gezamenlijk “aan een gedeelde visie en bijhorende aanpak over de opvang van jongeren”.

Toch is er momenteel “onvoldoende ruimte om grote sprongen te maken”. Verder vinden Smet en Vandeurzen dat niet veralgemeend mag worden. “Een verblijf in een internaat biedt jongeren de noodzakelijke structuur die ze nodig hebben. Een specifieke groep van die kinderen heeft echter meer nodig.” De ministers willen de noden van deze kinderen en jongeren in kaart brengen om zo een gepaste oplossing te vinden.

“Tot op vandaag niets gebeurd”

Een opvoeder uit De Haan klaagt over de compleet verouderde gebouwen en onaangepaste zorg. "Wij hebben niet eens een psycholoog of zelfs maar een arts die aan het instituut is verbonden", zegt de man. Ook de directeur van het opvangcentrum in Leopoldsburg zegt dat de gebouwen en de begeleiding beter zouden moeten zijn.

Alhoewel het probleem is opgenomen in het regeerakkoord komt er voorlopig geen schot in de zaak, zegt Raymonda Verdyck van het Gemeenschapsonderwijs: "Wij hebben herhaaldelijk gevraagd om aan een probleem een tegemoetkoming te doen", zegt Verdyck. "Men zegt ons dat men er iets gaat aan doen, maar we zijn intussen vele jaren verder en eigenlijk is er tot op vandaag niets gebeurd."