24,2 miljoen euro voor milieuramp Nieuw-Zeeland

De Griekse rederij Daina Shipping Company heeft met de Nieuw-Zeelandse regering een akkoord bereikt over de schadevergoeding voor het ongeluk met het vrachtschip Rena. De Rena liep eind vorig jaar vast op het rif voor de kust van Nieuw-Zeeland en veroorzaakte zo de grootste milieuramp ooit in de geschiedenis van het eiland.

De Daina Shipping Company, een onderdeel van de Costamare groep, zal de regering 27,6 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar, omgerekend 17,6 miljoen euro, aan schoonmaakkosten betalen. Ook zullen de reders nog eens ruim 10 miljoen dollar, 6,6 miljoen euro, ophoesten indien de regering ermee zou instemmen om een deel van het wrak in zee te laten.

De Nieuw-Zeelandse regering schatte de totale kosten voor het opruimen van de ruwe olie eerder op 47 miljoen dollar (30 miljoen euro). Maar volgens de minister voor Transport is de huidige deal het beste dat Nieuw-Zeeland uit de brand kon slepen. De huidige maritieme wetgeving beperkt immers de financiële aansprakelijkheid voor de rederij.Toch zou Costamare meer dan het dubbele betalen dan wat het bij wet verplicht is. De rederij besteedde zelf al 80 miljoen dollar (51 miljoen euro) aan de berging van enkele honderden containers en delen van het schip.

De Rena sloeg in oktober vorig jaar lek voor de kust van Tauranga en lekte daarbij minstens 360 ton ruwe olie in zee. De grootste maritieme ecologische ramp ooit in Nieuw-Zeeland kostte het leven aan duizenden vogels. Er wacht Costamare overigens ook nog een milieuaanklacht. Bij een veroordeling komt er nog een maximumboete van 500.000 Nieuw-Zeelandse dollar (321.000 euro) bij.

Naar aanleiding van de ramp wil Auckland nu ook bekijken of het de wet kan aanpassen zodat rederijen in de toekomst meer zullen moeten betalen in geval van een ongeval. Nu blijft er een rekening van 5,8 miljoen euro liggen die betaald zal moeten worden door de Nieuw-Zeelandse belastingbetaler.