2006: De slag om ’t Schoon Verdiep, toen en nu

Wie in het archief duikt van de vorige gemeenteraads- verkiezingen lijkt een andere politieke wereld te ontdekken. De N-VA bestond nauwelijks. Nu krijgt die partij alle aandacht. Toch lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Weliswaar met andere hoofdrolspelers.

Zes jaar geleden verzamelde de internationale pers in Antwerpen. Het was uitkijken naar de uitslag van Filip Dewinter en zijn Vlaams Belang. De inzet lag hoog: De partij wou eindelijk het “cordon sanitaire” doorbreken dankzij een eclatante verkiezingsoverwinning.

Dewinter zou genoeg stemmen halen – 35% volgens peilingen - om eindelijk de andere partijen te verplichten met Vlaams Belang samen te werken en, wie weet, de burgemeesterssjerp rond de buik te kunnen draaien.

Maar het mislukte. Het Belang won in Antwerpen slechts een half procent. Burgemeester Patrick Janssens (SP-A) kwam glorierijk uit de stembusslag. De Antwerpse SP.A won 15 %. Die monsterscore bepaalde in sterke mate het beeld van winnaars en verliezers voor heel Vlaanderen.

Er hing een optimistische sfeer in de studio’s van de VRT tijdens het traditionele kopstukkendebat die avond. Eindelijk was er een stop gezet op de electorale groei van het verfoeide Vlaams Belang, zo klonk het. En dat was te danken, volgens die analyse, aan het goede “goed bestuur” in Antwerpen en andere steden.

“Overwinningsnederlaag”

Maar schijn bedriegt. Frank Vanhecke, toen nog voorzitter van het Vlaams Belang, monkelde dat zijn partij een “overwinningsnederlaag” had geleden. Ze won zowat overal in Vlaanderen, maar door de zogenaamde nederlaag in Antwerpen kreeg ze het aureool van een verliezer.

Hij had gelijk. Vlaams Belang kon een mooi resultaat neerzetten. In heel Vlaanderen een forse winst van 10,6 naar 14,8 %.

Valt uit die resultaten iets te leren voor 2012? “De kaarten liggen nu slecht voor Vlaams Belang,” besluit professor politieke wetenschappen Johan Ackaert (Hasselt). “De partij dreigt in Antwerpen platgewalst te worden in de felle strijd tussen De Wever en Janssens."

N-VA niet relevant

De geschiedenis lijkt zich dus te herhalen, maar met een ander duo. Toen stonden de ogen gericht op Vlaams Belang. Nu kijkt iedereen naar de N-VA. Ook nu staat Antwerpen symbool en zal de strijd om de sjerp tussen De Wever en Janssens de perceptie van winst en verlies voor heel Vlaanderen sterk bepalen.

Als de dromen van de N-VA uitkomen, wordt het politieke landschap grondig hertekend. Zes jaar geleden was er amper sprake van de N-VA. Het was een jonge en kleine partij die bovendien met een kartel haar karretje had gehangen aan de grote CD&V. Nu gaat de N-VA alleen ten strijde en hoopt – zoals Vlaams Belang in 2006 – in vele gemeenten de zittende meerderheid te kunnen breken of minstens sterk genoeg te zijn om zich in een coalitie te kunnen wurmen.

Het is moeilijk om een vergelijkingscijfer te vinden voor de N-VA toen en nu. Toch één, berekend door Ackaert: de N-VA kwam zes jaar geleden apart op in 41 gemeenten en haalde daar gemiddeld 7,5 %.

Dat is een pak minder dan het stemmenpercentage dat vele lijsttrekkers - vooral in de steden - nu hopen te halen. Ze dromen op basis van de vorige federale en Vlaamse verkiezingen op een uitslag van 30 %, zo bleek in onze politieke analyses van alle gemeenten. Ook de peilingen zijn rooskleurig.

Het zou een aardverschuiving zijn. In onze Belgische politieke geschiedenis is een winst van 2 pct. al een heel hoog percentage en dus een grote overwinning.

Professoren temperen die verwachting. Kris Deschouwer (VUB) tempert de verwachtingen van de N-VA: “Dat zou verwonderlijk zijn, bijna onmogelijk. De partij scoort wel in de grote steden, maar veel minder in de kleine gemeenten en dat zijn er veel.”

SP.A brak negatieve lijn

Zoals Vlaams Belang was ook de SP.A een winnaar, voor het eerst sinds meer dan twintig jaar. De winst werd vooral geboekt in  steden. Maar sindsdien ging het bergaf. Bij de volgende federale en Vlaamse verkiezingen werd de opwaartse lijn gebroken en zakte de partij zelfs naar een dieptepunt.

Ackaert betwijfelt of de SP.A opnieuw kan aansluiten bij de winnende lijn van de vorige gemeenteraadsverkiezingen: “Het zal al goed zijn als de partij haar traditionele sterkte in de steden kan houden. Het is een stadspartij aan het worden die weinig aantrekking heeft op landelijke kiezers”.

CD&V over symbolische grens

Ook CD&V staat in de archieven geboekstaafd als overwinnaar. De partij kon voor het eerst dalende lijn opkrikken. Ze steeg zelfs tot boven de symbolische 30 %.

De overwinning van de CD&V mag gerelativeerd worden. Er was in veel gemeenten een kartel met de N-VA en bovendien kwam de winst na een historisch dieptepunt. Nog zakken zou een zware opdoffer geweest zijn. Ackaert berekende dat de CD&V vooral winst boekte op het platteland. In de steden boerde de partij veel slechter en verloor ze invloed. Ook nu kampt de partij met verzwakte afdelingen in steden, bijvoorbeeld Antwerpen en Mechelen.

Blauwe en Groene pijn

Open VLD kreeg in 2006 een forse opdoffer. De partij had een woelige periode achter de rug met als uitschieter de problemen rond Jean-Marie Dedecker. De liberale partij daalde van 21 naar 16,5 %. Ook Groen kreeg verlies te incasseren. In de gemeenten waar de partij apart op kwam, dus niet samen met SP.A, verloor ze volgens Ackaert 1,4 %. Sindsdien zit Groen weer in de lift.

Elke verkiezing zijn verrassing

De pers zal ook dit jaar op 14 oktober massaal naar Antwerpen trekken. Deze keer vooral voor De Wever. En ook nu zal die strijd in grote mate het imago van winnaar of verliezer op een partij kleven.

Maar er is een boutade die ook zes jaar geleden zijn waarheidsgehalte bewezen heeft: ‘Elke verkiezing heeft zijn verrassing’. Toen was het de forse uitslag van Patrick Janssens. Wat nu? Herhaalt de geschiedenis zich of kan de N-VA wat Vlaams Belang niet kon? Alvast de droom is dezelfde: verhuizen naar ’t Schoon verdiep van het Antwerps stadhuis en liefst nog naar veel andere bureaus van burgemeesters, in steden en dorpen.

Erik Wijnen

lees ook