Bloot in Oostende

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag is Oostende aan de beurt.

‘Van Dievel, over een uur in mijn bureau. In Oostende, wel te verstaan.’
Waarna minister van de Noordzee en Nog Iets een eind maakte aan het gesprek. Nu ja, gesprek, ik kreeg niet eens de kans om een volledige inademing uit te voeren, laat staan om te zeggen dat het niet goed uitkwam. Wat ik altijd zeg als ik vermoed dat het dringend is, het drijft de prijs op.
En dus reed ik op mijn dooie gemak en via Halle, Doornik en De Panne naar Oostende, de maximumsnelheid van 140 nauwgezet respecterend.
Eenmaal in Oostende toegekomen, installeerde ik mij op een terras en poogde aan de West-Vlaamse neringdoener die mij bediende (personeel is niet meer te betalen, meneer) een uitspraak over Johan Vande Lanotte te ontlokken.

Muren met oren

De man keek schichtig om zich heen. ‘Niet hier,’ fluisterde hij, ‘de muren hebben oren.’
Wat mij een merkwaardige uitspraak leek, zo in de buitenlucht, en dat zei ik ook.
‘Jogan hoort en ziet alles!’
De man had zijn mond vlakbij mijn oor gebracht, wat ik onaangenaam vond.
‘Hij werpt zijn schaduw over Oostende. Als hij hier is wordt het soms al om half vier uur ’s middags halfdonker. Slecht voor de commerce.’
Waarna hij mijn koffie leegdronk en er twee aanrekende.
‘ ’t Zijn moeilijke tijden, meneer.’

Avondklok

Een bord op de dijk trok mijn aandacht. ACHTUNG, AVONDKLOK! stond er in grote letters. Waarna diverse categorieën van personen werden opgesomd die na tien uur ’s avonds niet meer op straat mogen komen in Oostende. Daaronder de families Tommelein, De Vriendt en Dedecker, alsmede rondtrekkende daderbendes, mensensmokkelaars, inwoners van Blankenberge en onderzoeksjournalisten van de VRT . Oostendse 60plussers, voorzien van hun eenzelvigheidskaart en vergezeld van een hondje (maximumafmetingen te bekomen ten stadhuize) worden van de sperperiode vrijgesteld. Aan het stationsgebouw stonden jonge socialisten in blote tors (bij 12 graden en regen) een gloednieuw personalitymagazine voor hun politieke vader Johan Vande Lanotte uit te delen, met als veelzeggende titel “De keizer van Oostende”. Die Jörgen Oosterwaal heeft bepaald niet stilgezeten, dacht ik bij mezelf terwijl ik het kolofon met de medewerkers aan de glossy raadpleegde en tot mijn niet geringe verbazing ook op de namen Koen Meulenaere en Rik Van Cauwelaert stootte.

Twee uur te laat meldde ik mij op mijn afspraak.
‘Ik ben hier zelf nog maar een kwartiertje,’ sprak mijn klant met een grijns.
Ik nam mijn sfinx-gelaatsuitdrukking aan.

Boordevol plannen

‘Oostende heeft alles aan mij te danken,’ poneerde de lijstduwer van de lokale SP.A-lijst zonder verpinken en zonder overgang, ‘zonder mij zou Oostende een verloederde bandietenstad zijn, Chicago aan de Noordzee.’
Ik vergenoegde mij ermee kort te knikken.
‘Als wij de volstrekte meerderheid behouden – waar ik niet aan twijfel, wat de VRT en HLN ook mogen vertellen – zal het hier nog beter worden. Ik zit boordevol plannen, Van Dievel.’
Ik maakte een onschuldig handgebaartje als teken dat ik hem nog steeds volgde.
‘Ik zou veerboten naar Engeland willen laten varen, bijvoorbeeld. Dat zou goed zijn voor de werkgelegenheid hier. Wat denkt ge van de naam Regie voor Maritiem Transport? Klinkt niet slecht hé? Ik zou kerncentrales voor de kust willen laten bouwen, ver genoeg in zee om er geen last van te hebben. Oostende I, II en III. Gebouwd door Oostendse aannemers, natuurlijk, om alle mankementen te voorkomen. Wat denkt ge van de Regie voor Nucleaire Energie? En waarom zou er in Oostende geen steenkool in de grond kunnen zitten? Als ge niet graaft, weet ge het niet hé! De Regie voor het Zoeken naar Mogelijk Onvindbare en Allicht Onrendabele Steenkool, weeral een paar duizend jobs. Ik zou de geluidsnormen willen aanpassen om de luchthaven van Oostende aantrekkelijker te maken. Ik zou…’

Arty farty?

Johan Vande Lanotte lette al lang niet meer op mij. Ik haalde mijn boek (‘Dinsdag’ van Elvis Peeters) uit mijn attachécase en las enige hoofdstukken terwijl het Oostendse kopstuk doorging met oreren en peroreren.
‘Luistert ge nog wel, Van Dievel?’
Ik schrok op en legde mijn leesboek, mijn thermos, mijn iPod, mijn kruiswoordraadsel en mijn breiwerk gauw terzijde.
Vande lanotte keek mij bijzonder slecht gehumeurd aan.
‘Waarom hebt u mij eigenlijk laten komen, heer Vande Lanotte? U borrelt gewoon van de frisse ideeën die u ongetwijfeld een eclatante verkiezingsoverwinning zullen bezorgen.’
Mijn klant lachte een beetje verlegen, iets waar zijn gezichtsspieren duidelijk niet aan gewend waren.
‘Ik zou uw advies willen over de verkiezingsaffiche die ik zelf ontworpen heb. Ik zou mijzelf willen tonen zoals ik werkelijk ben: een gevoelige, kwetsbare mens en geen cynische hork. En tegelijk een knipoog geven naar dat non-debat over het lopen in bloot bovenlijf over de dijk. Wat denkt ge? Ga ik daarmee de twijfelaars over de meet kunnen trekken of is het te arty farty? 

Louis van Dievel

lees ook