2006: Het FDF is de N-VA van Brussel

Vlaanderen kijkt met spanning naar de N-VA. Brussel kijkt met dezelfde onzekerheid naar het FDF, de belangrijkste spreekbuis voor overtuigde Franstaligen die – zoals de N-VA – niet langer in kartel naar de kiezer trekt.

De Brusselse gemeenten hebben de gewoonte om het spel hard te spelen. Ook bij deze verkiezingen staan de zenuwen op scherp. De ogen zijn vooral gericht op Schaarbeek want de inde Brusselse 19 gemeenten traditioneel geladen strijd tussen de PS en de MR werd ook in Schaarbeek hard gespeeld.

Deze keer wil de PS Schaarbeek wél binnenhalen. Het federale boegbeeld Laurette Onkelinx was daarvoor verhuisd, maar de gok mislukte. Ondanks haar sterke federale electorale aantrekkingskracht is niet de PS, maar het kartel van de Franstalige liberalen, MR, en het francofone FDF, de sterkste politieke familie en levert dat kartel de burgemeester.

Zure pil

Onkelinx werd in de oppositie geduwd met een - volgens haar - anti-PS-coalitie van MR/FDF, Ecolo en de Franstalige christendemocraten (CDH). Bernard Clerfayt van het FDF kreeg de sjerp. Het was een zure pil voor de PS.

Vooral de keuze van Ecolo - er zou een voorakkoord met de PS verbroken zijn - kwam hard aan. Als wraak voor het verhaal in Schaarbeek werden de groenen uit de coalitie in Brussel-stad gewipt.

De Brusselse N-VA

De politieke kaarten in de Brusselse gemeenten kunnen nu grondig door elkaar geschud worden. Ook in de Brusselse gemeenten is een belangrijk kartel gebroken. De samenwerking tussen de MR en het FDF is opgeblazen, ze hadden in bijna alle gemeenten een kartel, dikwijls samen met lokaal sterke figuren.

Maar het FDF verzette zich tegen het Vlinderakkoord van Elio Di Rupo omdat het kiesarrondissement BHV gesplitst is en meteen werd de samenwerking met de MR stopgezet.

En dus kijkt iedereen in Brussel naar het FDF, zoals in Vlaanderen de ogen focussen op de N-VA. Het veroorzaakt stress want voor beide partijen, N-VA en FDF, is het zeer moeilijk om het electorale gewicht in te schatten.

Toch enkele indicaties, berekend dor professor Johan Ackaert (Universiteit Hasselt). De partij scoorde ook goed in gemeenten waar ze apart naar de kiezer trok. Ze haalde daar ruim 20 % van de stemmen. Het FDF heeft op zijn eentje een absolute meerderheid in Oudergem. Richtinggevend is ook dat in alle gemeenten waar de MR en het FDF in kartel naar de kiezer trokken, ze de helft van de stemmen haalden.

Slechte peiling voor FDF

Er is één groot verschil. Sommige peilingen geven het FDF slechte cijfers. Erg slecht. Onkelinx zal ze graag gelezen hebben. In Schaarbeek zou de lijst van burgemeester Bernard Clerfayt een zware opdoffer krijgen en 17 % verliezen, van 41 naar 24 %.

Clerfayt heeft het nochtans handig proberen te spelen door enkele sterkhouders van de MR te overtuigen om over te lopen. Toch lijken de overblijvers van de MR de scheiding goed te verteren. De partij zou volgens die peiling evenveel scoren als de socialisten. Samen kunnen ze een meerderheid vormen en het FDF buitenspel zetten.

Hopen op wraak

Volgens de geruchtenstroom is dat de bedoeling. Er zouden paarse voorakkoorden gesmeed zijn. Die geruchten doen niet toevallig al de ronde sinds Di Rupo premier kon worden. Hij moest de MR mee krijgen, maar die betaalde een zware prijs voor de regeringsdeelname door te breken met het FDF. Om de pil te verzachten zou de PS aan de MR beloofd hebben om in de Brusselse gemeenten zo veel mogelijk samen scheep te gaan.

Bovendien heeft Brussel een voorgeschiedenis van voorakkoorden. Volgens de krant Le Soir, die de 19 gemeenten op de voet volgt, zijn er nu al 10 burgemeesters zeker dat ze hun plaats kunnen houden dankzij zulke onderlinge afspraken.

Maar wat is een voorakkoord waard in onzekere tijden? Elke belofte in Schaarbeek kan enkel voorwaardelijk zijn omdat de uitslag te onzeker is om vaste afspraken te kunnen maken.

Wat geldt in Schaarbeek, geldt ook in de andere Brusselse gemeenten. Brusselse politici vragen zich dus af: "Hoe sterk wordt het FDF?" Zoals Vlaanderen zich dat afvraagt over de N-VA. Wie weet zijn beide partijen, als ze op verkiezingsdag elkaar tegenkomen in de tv-studio's, bien étonnés de se trouver ensemble.

En de Vlamingen?

Er is al lang een felle discussie over de beste strategie voor Vlaamse partijen: een kartel tussen alle Vlamingen of samenwerken met de ideologische evenknie aan Franstalige kant? Met andere woorden: profileren de kandidaten zich als Vlaming of als christendemocraat, liberaal, socialist, groene, …

Deze keer is de keuze duidelijk: geen Vlaams front. CD&V, Open VLD, SP.A en Groen – hebben gekozen voor hun Franstalige ideologische zusterpartij om samen een lijst te maken.

De logica: Vlaamse kandidaten op Vlaamse lijsten geraken niet verkozen omdat er te weinig Vlaamse stemmen zijn om genoeg voorkeurstemmen te halen. Die Vlamingen moeten dus ook een hoge plaats op de lijst krijgen om verkozen te geraken.

De N-VA neemt onder eigen vlag deel in tien gemeenten. Het kan moeilijk anders, want er is geen Franstalige zusterpartij. Ze kunnen moeilijk op één lijst met FDF’ers staan. De N-VA pakt wel uit met een Franstalige ondervoorzitter in Brussel-stad. Ook Vlaams Belang trekt met eigen lijsten naar de kiezer, niemand wil met de partij een Vlaams kartel vormen.

Erik Wijnen

lees ook