In de ondergrond van Riemst

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag is Riemst aan de beurt.

Waarom ik de provincie Limburg links liet liggen? Dat was zowat de teneur van de talrijke mails uit die provincie, die door de postbode in mijn brievenbus waren gedropt. "Lewie, jong, kom toch ne keer naar het bronstgroen eikenhout", schreef ene Jos G., gepensioneerde. "Wij hebben massa’s problemen, ge moet ze alleen willen zien", verzekerde mij Robert S., cafébaas. "Blijf waar ge zijt, Van Dievel!", was dan weer de wens van Ingrid L., buschauffeur, "ge richt al schade genoeg aan".

Ik kon mijn vreugde dan ook amper verbergen toen ik een telefoontje kreeg van Jan Peumans, voorzitter van het “Beste Parlement van België” (2011), namelijk het Vlaamse, én lijsttrekker van de N-VA in Riemst, nabij Tongeren.

De kracht van de verandering

"Lewie", sprak Jan Peumans, "ik weet met mijn tijd geen blijf en zou graag burgemeester worden van de plek waar mijn wiegje stond. Hoe kan ik mij profileren, want wij zijn hier in ons dorp eigenlijk allemaal van ’t zelfde gedacht."

"Heer Peumans", antwoordde ik oprecht verbaasd, "volstaat het dan niet om mee te surfen op de staat van genade waarin uw partij zich bevindt?" "Lewie, de N-VA heeft nu 5 zetels in de gemeenteraad, CD&V heeft er 12. Er moet al een mirakel gebeuren om die cijfers om te draaien. En daarbij, wij zijn wat geambeteerd met die nationale slogan “De kracht van verandering”, wij in Riemst hebben niet graag dat de dingen veranderen, verstaat ge?"

"Ik zal mij ter plekke van de toestand komen vergewissen, heer Peumans", beloofde ik. Ik tankte mijn batmobiel vol huisbrandolie en richtte de steven naar het verre Limburg.

Drugsroute

Ik hield halt aan de gemeentegrens, waar de lokale politie alle passerende veertienjarigen een GAS-boete aansmeerde omdat hun petje achterstevoren op hun hoofd stond of omdat hun veters niet goed geknoopt waren. Een knaap die de Tien Geboden uit de Mechelse Catechismus niet spontaan kon afdreunen, werd veiligheidshalve administratief voorgeleid.

"In Riemst wordt niet gespot met de veiligheid, Lewie!", riep mij een agent toe. Even verderop stonden drugstoeristen, sommigen onder hen vermomd als wielertoeristen, de gemeentelijke plattegrond te bestuderen op zoek naar de populaire drugsroute, een van de toeristische troeven van Riemst. De nieuwe richtingaanwijzers zijn besteld, maar nog niet geleverd. De gemeente overweegt naar verluidt ook een inbrekersroute aan te leggen, maar dan buiten de dorpskern.

De geschiedenis van de streek

Ik stond op de plaats van afspraak maar er was geen Jan Peumans te bespeuren. Tot er zich vlak bij mijn voeten een volwassen molshoop vormde en de parlementsvoorzitter tevoorschijn kroop, aarde van zijn kostuum kloppend en een regenworm uitspuwend. "Heer Peumans!", riep ik verbaasd uit, "wat doet u onder de grond?"

"Gij kent duidelijk de geschiedenis van de streek niet, Lewie", sprak Peumans mij op de toon van een begripvolle schoolmeester toe, "al van in de dertiende eeuw wordt hier onder de grond gegraven, niet naar steenkool maar naar mergel. De kathedraal van Tongeren is uit mergel opgetrokken, om maar iets te zeggen. Er lopen hier onder onze voeten kilometers en kilometers gangen en grotten en groeven, tot in Tongeren aan de ene kant en Valkenburg aan de andere. Ik heb trouwens mijn bureau hieronder, in een grot die vrij stond."

Ik luisterde met stijgende belangstelling naar de uitleg van de parlementsvoorzitter. "De mergelgroeven zijn hier een begrip, Lewie. Als er ergens een huis verzakt, dan halen de mensen hun schouders eens op en zeggen dat daar nooit had mogen worden gebouwd, omdat iedereen toch weet dat daar een onderaardse gang loopt. Weet gij trouwens dat ik schepen van “groeven” ben? Ik heb trouwens een zware portefeuille met leefmilieu, toerisme, de bibliotheek, erfgoed, archeologie, landschappen, heemkunde, archief en dus de mergelgroeven."

Een etnische minderheid

Er ging mij een licht op, geen spaarlamp maar een echte gloeilamp zoals in de stripverhalen. "Wonen er nog mensen in die onderaardse gangen?", vroeg ik. "Sssst!", legde Peumans mij het zwijgen op, "daar spreken wij hier niet graag over." "Ja maar, wonen er mensen of wonen er geen mensen?", sloot ik mij aan bij zijn fluistertoon. "Mensen, mmmmmh, maar Orks zeker."

"Orks?", stamelde ik, "zoals in de Ban van de Ring van Tolkien?" "Dat zijn onze voorvaderen", sprak Peumans met een stem die trilde van ontroering, "de meeste inwoners van Riemst stammen af van een Ork die naar boven is gesukkeld en boven is gebleven. Ik ook, al kunt ge dat uiteraard niet meer zien."

"En om hoeveel Orks gaat het?", wilde ik weten. "Moeilijk te zeggen, ze zijn nogal schuw, maar toch minstens 1000." "En hebben die goede lieden een kiesbrief gekregen?" "Natuurlijk niet!", wilde Jan Peumans mij terechtwijzen, maar toen ging ook bij hem een licht op. "Het is niet omdat ze onder de grond leven dat de Orks geen stemrecht zouden hebben", sprak hij ferm, "ik maak er een zaak van. Wij van de N-VA komen op voor de rechten van etnische minderheden."

"Volgens mij zijn 1.000 extra stemmen ruim voldoende om de grootste partij te worden en de burgemeesterssjerp op te eisen, heer Peumans." "Lewie, ge zijt ne crack!", prees Peumans mij.  En nog voor ik mijn dessert had opgelepeld in de lokale taverne, werd voor mijn ogen de gloednieuwe affiche van de lokale N-VA aangeplakt:
 

Louis Van Dievel

lees ook