Mannen zeggen "eh", vrouwen "oh"

Vrouwen die praten hebben een betrokken spreekstijl en gebruiken vaak werkwoorden. Mannen, daarentegen, hanteren een informatiever taal en gebruiken meer zelfstandige naamwoorden. Dat blijkt uit een taalkundig onderzoek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Taalkundige Karen Keune vergeleek het taalgebruik van verschillende groepen mensen op basis van hun geslacht, leeftijd en opleiding. Ze haalde daarvoor zo'n acht miljoen woorden uit een databank en keek naar het verschil tussen formele en informele gesprekken.

Keune ontdekte duidelijke verschillen in het taalgebruik en de woordenschat van mannen en vrouwen. Zo gebruiken de eersten vaker de woorden "eh", "je" en "d'r" gebruiken en vrouwen "oh", "ik" en "hij".

"Vrouwen gebruiken meer verkleinwoordjes, mannen meer informatieve woorden zoals woorden die eindigen op -lijk."
Een opvallend verschil vond ze bij de woordenschat van oudere en jongere mensen. "Bij hoger opgeleiden neemt de woordenschat beduidend toe als iemand ouder wordt. Bij lager opgeleiden is daarentegen geen enkel verschil te zien."

lees ook