Handigheidje in Hasselt

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag is Hasselt aan de beurt.

‘Meneer Van Dievel’, sprak een stem zo zacht dat ze voor mijn dovige oren amper verstaanbaar was, ‘kent u al het resultaat van de VRT/HLN-peiling voor Hasselt?’
‘Dag mevrouw Claes,’ gokte ik correct, ‘wat was uw vraag?’
‘Of u alstublieft de uitslag van de peiling voor Hasselt al kent?’
‘Uiteraard ben ik helemaal op de hoogte, mevrouw de burgemeester,’ antwoordde ik geheel naar waarheid, ‘maar deze peiling is tot de vroege avond top secret. Zowel Ivan De Vadder als ik hebben een eed van geheimhouding moeten afleggen.’
‘Kunt u geen tipje van de sluier oplichten, meneer Van Dievel? Een richting aangeven? Een kleinigheidje verklappen? Een hintje geven? Een ietsiepietsie klein cijfertje vrijgeven? Ik zou zo blij zijn.’
 

Helaas, pindakaas

De stem van de burgemeester had een verleidelijk timbre aangenomen, tenminste wat daarvoor moet doorgaan in bijvoorbeeld Turkse tv-series.
‘Nee, mevrouw Claes, onnodig aan te dringen.’
Nog een goedendag verder, wilde ik eraan toevoegen, maar ik zweeg abrupt toen ik aan de andere kant van de lijn iemand zachtjes en smartelijk hoorde wenen. Bijna brak mijn hart. Vrouwentranen zijn mijn zwakke punt, altijd geweest.
Er zijn ergere dingen in het leven dan een minder goed kiesresultaat, mevrouw, wilde ik zeggen – de woorden lagen al op het puntje van mijn tong -maar gelukkig slaagde ik erin ze nog in te slikken, zij het dat ik daarbij weinig gemanierde geluiden produceerde.
‘Helaas pindakaas!’ antwoordde ik in stede, ‘ik ben trouw aan mijn eed, van Ivan weet ik het niet zo zeker.’
‘De Vadder heeft mij naar u verwezen,’ bekende Hilde Claes spontaan.
‘Volgens Google lacht de toekomst u toe en wint u op uw dooie gemak de kiesstrijd in Hasselt.’
‘Google,’ snoof de burgemeesteres, ‘ volgens Google wint Tommelein in Oostende, Gennez in Mechelen en de Quick in Kortrijk.’

Helemaal Hasselt

Enkele uren later stapte ik aan de zijde van de aftredende burgemeester door de straten van de mooie stad Hasselt. We waren overeengekomen dat ik haar zou vertellen. wat mij opviel in de campagne.
‘Ik wist niet dat voetballer Stijn Stijnen een socialist was,’ liet ik mij ontvallen.
‘Stijn is een betrokken Hasselaar, hij staat als onafhankelijke op onze lijst,’ antwoordde Hilde Claes met haar stekels al omhoog.
‘Ach ja,’ grapte ik, ‘u bent zelf ook geen socialiste want uw lijst heet Helemaal Hasselt. Was u niet tevreden over uw vorige partij Pro Hasselt?’
‘Zijt ge naar hier gekomen om ons uit te lachen?’ vloog de anders zo aimabele burgermoeder uit, ‘waarom zegt ge niks over de liberalen die hun eigen Groei noemen, hebt ge ooit zo iets belachelijks gehoord!?’
Humor en Limburg zijn soms – ik zeg wel soms – een moeilijke combinatie.

Overal waar we kwamen werd Hilde Claes allerhartelijkst begroet door de Hasselaren. Ook Ivo Belet kwam haar met een jezuïetengrijns van hier tot in Tokio een accolade geven, wat de burgemeester niet onberoerd scheen te laten. ‘Een goeie jongen,’ vertrouwde ze me toe, ‘ waarom die niet bij ons zit is mij eigenlijk een raadsel.’ Maar toen we bij toeval Steve S. tegen het lijf dreigden te lopen, sloeg Hilde Claes al gauw een zijstraat in. ‘Ge moet dezer dagen opletten met wie ge u laat zien.’

HAZODI

Alles leek perfect normaal in de Limburgse hoofdstad. En toch was er iets wat niet klopte, was er iets dat me dwars zat. Aan het eind van onze aangename wandeling, toen we in een taverne in onze koffie zaten te roeren, viel eindelijk mijn nikkel.
‘Mevrouw Claes,’ zei ik, ‘waar is de politie?’
De burgemeester veinsde dat ze me niet had gehoord en roerde met driedubbele snelheid in haar koffie.
‘Mevrouw Claes,’ herhaalde ik, ‘waar is de politie van Hasselt? Ik heb geen enkele diender, geen enkele combi, geen enkele verwijzing naar de arm der wet gezien, dat kan toch niet?.’
‘Toeval zeker,’ antwoordde Hilde Claes quasi luchtig.
‘Mevrouw Claes,’ vermaande ik haar, ‘ een politieke consulent die naam waardig en zijn cliënt moeten elkaar vertrouwen, anders heeft de samenwerking geen zin. Dus vooruit met de geit, waar is de politie?’
‘Wij hebben met ons team beslist,’ zei de burgemeesteres onwillig, ‘dat het misschien beter zou zijn om in de laatste tien dagen van de campagne geen oude koeien uit de gracht te halen, enfin, hoe moet ik dat zeggen, om niet al te nadrukkelijk de aandacht te vestigen op perikelen die er misschien geweest zijn in de lokale politiezone.’
‘En dus hebt u…?’
‘En dus hebben wij alle agenten met verplicht met vakantie gestuurd. Of in hun bureau opgesloten. Wat ge niet ziet, is er niet, begrijpt ge? Enfin, dat zegde onze pa toch altijd.’


Hoofdschuddend verliet ik de mooie stad Hasselt. Mijn diensten zouden hier nutteloos zijn.
‘Ik heb nog een geheim wapen voor de laatste campagneweek,’ had Hilde Claes mij vol trots medegedeeld, waarna ze mij het ontwerp van de mega-affiche toonde die Hasselt meer dan honderdvoudig zou sieren.

lees ook