"Het debat in Denver was oppervlakkig"

In de aanloop naar de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten op 6 november laten we elke weekdag een Vlaming aan het woord die sinds kort of al een tijdje in Amerika woont.

Met de verkiezingen minder dan een maand verwijderd, lijkt alles in een stroomversnelling terecht te komen. Ieder detail van de campagne van beide kandidaten wordt met een microscoop onderzocht. En toch blijkt het allemaal zo ongelofelijk oppervlakkig.

Vorige week zaten bijna 70 miljoen Amerikanen aan de buis gekluisterd. Eindelijk zouden de kandidaten rechtstreeks met elkaar in de clinch gaan. In de aanloop kregen we zowel uit het Romney- als uit het Obama-kamp te horen dat de respectievelijke tegenstander een erg goede debater was en we moesten niet te veel verwachten van de man die onze voorkeur wegdroeg.

Het debat was erg teleurstellend voor mij omdat het de hele tijd bij oppervlakkige non-speak bleef. Wat zeiden ze beiden? Niet meer dan hot air zou ik zeggen. Obama kon of wilde Mitt Romney niet aankijken en leek bang om ook maar ergens zijn mening over te verkondigen. Romney maakte daar dankbaar gebruik van om bvb. "Obamacare" aan te vallen. Het woord Obamacare stoot mij tegen de borst. Het wordt meer en meer als een scheldwoord gebruikt tegen de "socialistische" president.

In mijn kennisen- en vriendenkring weten de mensen dat Obama absoluut geen socialist is. De mythe leidt nu een eigen leven, net zoals die dat Obama geen "echte" geboren Amerikaan is en dus geen recht heeft op het presidentschap. Gezondheidszorg is een absoluut recht voor iedereen, maar helaas niet in de VS.

Na het debat kwamen de fact checkers aan het woord. Zij onderzochten het waarheidsgehalte van de uitspraken van beide kandidaten. Obama wobbelde hier en daar maar vooral Romney loog over heel wat zaken: zijn ‘uitgebreid’ gezondheidsplan , 369 woorden op zijn website, en kritiek op Obamacare won met vele lengtes voorsprong.

Beide kandidaten lijken dus (of zijn?) bang om echt hun mening te uiten. Niemand spreekt bijvoorbeeld over de vele dodelijke incidenten waar een "disgruntled co-worker" zijn fabriek of bureau binnenstapt om zijn baas en/of enkele collega’s te doden. Hoe makkelijk het is in sommige staten om een wapen aan te schaffen, is soms belachelijk. Aan het recht om wapens te dragen mag niet gerept worden, er kan zelfs niet over gesproken worden want de supermachtige National Riffle Association moet een vriend blijven voor zowel Democraten als Republikeinen.

Na sommige van deze "shooting"-incidenten lees je later in de krant wat de persoon aanzette om zo’n gewelddadige daad te stellen: hoe hun leven in een zeer korte tijd van relatief comfortabel naar armoede omzwaaide. Er is geen vangnet voor deze mensen en hun families.

Vandaag las ik in de krant dat in 2011 15% van alle Amerikanen "geen toegang hadden tot voldoende voedsel om een gezond leven te leiden". 15 op 100 Amerikanen leeft in volledige armoede. Zij weten niet of er voldoende te eten zal zijn morgenochtend bij het ontbijt. Een ongelofelijk sobere gedachte vind ik.

Tijdens de campagne en het debat vorige week werd er met geen woord over dit probleem gerept. Heel veel van deze 15% zullen niet stemmen op 6 november. Zij hebben veel meer dringende zaken om zich zorgen over te maken. Tot nu toe hebben Obama of Romney het nog niet belangrijk genoeg gevonden om deze vergeten groep te steunen.

Iedere keer dat ik ga winkelen in onze lokale supermarket koop ik een $5 bon om de plaatselijke food pantry te steunen. Zelfs hier in Westchester County hebben mensen honger. Ik doe het omdat ik wil helpen, maar ook om mijn geweten te sussen. Wat kunnen we, iedereen hier in de V.S., doen om iets aan deze situatie te veranderen? Stemmen voor Barack Obama is de eerste kleine stap maar dat is duidelijk niet genoeg.

Marleen De Grande
Katonah, NY, 8 oktober 2012.