Loopgravenoorlog in Sint-Truiden

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag strijkt hij neer in Sint-Truiden.

‘Met coiffure Veerle!’ zegde een opgewekte vrouwenstem.
‘Excuseer, dat moet een abuis zijn,’ stamelde ik. En bedacht dat het hoog tijd was voor sterkere brillenglazen, daar ik de cijfertjes op mijn gsm-schermpje niet meer lezen kon.

‘Ge zijt op het juiste adres,’ lachte de vrouwenstem hartelijk, ‘ ’t is Veerle Heeren hier. Kunt ge naar Sint-Truiden komen? Zijt voorzichtig als ge op de Grote Markt komt, had het Vlaamse parlementslid en de lijsttrekster voor CD&V nog gewaarschuwd, en niet ten onrechte, zo bleek.

Loopgraven

De in mijn herinnering zo fraaie Grote Markt van Sint-Truiden was volledig opgebroken, niet voor nuttige zaken als rioleringswerken, maar voor het aanleggen van loopgraven, goed voorzien van zandzakjes en prikkeldraad. Een historische evocatie van de Grote Oorlog, dacht ik, hoe origineel. Tot er een fles door de lucht suisde en mij knal op het voorhoofd raakte. Uit een loopgraaf steeg gejuich op en werd met de vlag van de lokale SP.A-afdeling gezwaaid. Ik werd achteruit getrokken en dat was maar goed ook, want plots vlogen er uit alle stellingen projectielen over en weer: nog meer drankflessen, stinkbommen, rottend fruit, voetbalschoenen, molotov-cocktails, dreigbrieven, glazen knikkers, processen wegens laster en eerroof en merkwaardig genoeg ook diverse prothesen. Rookbommen en Bengaals vuur gaven de Truiense Grote Markt het uitzicht van het stadion van Standard Luik.

Toen de zichtbaarheid weer enigszins was hersteld, zag ik uit de loopgraaf pal tegenover die van de SP.A de infanterie van de Open VLD naar voren stormen, aangevoerd door Hilde Vautmans, half vergeten ster aan het liberale firmament. Ik herkende ook nu nog eerste schepen Roland Duchatelet, uitvinder van Vivant, zakenman en eigenaar van het al eerder genoemde Standard de Liège. Zijn aandeel in de strijd beperkte zich evenwel tot het slaken van strijdkreten, hij bleef veilig in zijn tranchee.

En achter de loopgraaf van de SP.A verscheen plots een commando-eenheid van de N-VA die, zwaaiend met de Vlaamse Leeuw, de socialistische stellingen in de rug aanviel. Opnieuw regende het projectielen en waren vloeken, verwensingen, beledigingen en andere onchristelijke termen niet uit de lucht.

Puntjes bijknippen

‘Ziet ze bezig,’ zei de eigenares van de armen die mij net op tijd uit het strijdgewoel hadden getrokken. ‘Mannen hé! Machos hé! Opgefokte hormonen hé! ’ Het was Veerle Heeren, die mij inmiddels op een kappersstoel had neergepoot en mijn haar begon te wassen. ‘Puntjes bijknippen,’ zei ik puur uit gewoonte.

‘Dat is nu al zes jaar dat de coalitiepartners elkaar te vuur en te zwaard bekampen in plaats van de stad te besturen,’ zuchtte de lijsttrekster van CD&V terwijl zij voorzichtig de zeep uit mijn ogen veegde.

‘Doet CD&V dan niet mee aan die vuile oorlog?’ vroeg ik. Op de Grote Markt vuurde oud-burgemeester Jef Cleeren, tevens lijstduwer, een carbuurkanon af in de richting van de SP.A-loopgraaf. Van de knal sprongen alle caféruiten in de onmiddellijke nabijheid.

‘Een beetje,’ gaf Veerle Heeren toe, ‘maar wij komen met iedereen overeen, daarom zijn wij ook CD&V’ers.’
Op dat ogenblik stormde Jef Cleeren naar voren met een gecombineerde pesticiden- en herbicidenspuit. De gifwolk, bedoeld voor de N-VA, waaide evenwel naar de Open VLD-stellingen. Uit de SP.-loopgraaf steeg hoongelach op , gevolgd door een moordend salvo van champagnekurken.

‘Het is hier tijd voor een vrouwelijke burgemeester, denkt ge niet?’ vroeg Veerle Heeren. ‘Iemand met een zachtaardig karakter, iemand die kan verzoenen en toch de handen uit de mouwen kan steken, iemand die leiding kan geven aan een zootje ruziemakers. Iemand die uit de Haspengouwse klei is opgetrokken en toch matig is, iemand die uitstraling heeft, iemand die mag gezien worden, iemand die de voetbalploeg van zijn stad niet in de steek laat, zo iemand, begrijpt ge, Lowie?’
‘Hilde Vautmans misschien?’ opperde ik plagerig.

Humor en kiesstrijd zijn moeilijk te verzoenen, ik had het kunnen weten. Voor ik het wist had de lijsttrekster met de tondeuse de dubbele accolade van CD&V in mijn haardos getekend en werd ik met mijn klikken en klakken de Grote Markt opgeschopt.
‘Kameraden, daar, een tsjeef!’ riep Ludwig Vandenhove, ‘ter dood!’ Of iets in die trant, want zijn uitspraak was niet heel duidelijk, docht het mij.

Louis van Dievel

lees ook