Probleemloos Mesen

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag zoekt hij die problemen in Mesen.

"Meneer Van Dievel", sprak een stem met een sappig West-Vlaams accent aan de telefoon, "zou u tijd vinden om naar het verre Mesen te rijden?"
"U weet wel: de kleinste stad van België", voegde de stem er met de nodige fierheid aan toe.

Het was al een poosje geleden dat ik met "meneer Van Dievel" was aangesproken, het deed me wel iets.

"Bent u misschien Sandy Evrard, de burgemeester?", informeerde ik.
"Jazeker, om u te dienen."

"Maar er zijn toch geen problemen in Mesen, enfin, dat lees ik toch overal", wierp ik op. "Dat is juist het probleem", antwoordde de burgemeester.

Marsmannetje

Mesen is ver, ik kan het u verzekeren, 156 kilometer verwijderd van Kalmthout (van de beschaving, had ik bijna geschreven, maar dat zou erover zijn geweest). Mijn plan was om anoniem in het stadje rond te wandelen, om de sfeer op te snuiven, zoals dat heet, en om uit te zoeken of er werkelijk geen problemen te vinden zijn in Mesen.

Dat was een probleem, dat anoniem blijven dus, want overal waar ik passeerde bewogen de gordijnen, voelden dorpelingen van vrouwelijke kunne de dringende behoefte om hun ramen te poetsen of hun stoep te schrobben en kwamen hun mannen op de dorpel een sigaret smoren. Ik zal het maar zeggen hoe het was: iedereen begaapte mij alsof ik een marsmannetje was. Ik zal niet zeggen dat de blikken uitgesproken vijandig waren, maar vriendelijk waren ze zeker niet.

Na nog geen tien minuten kwam een heerschap aangelopen, met een witte schort voor en een bebloede bijl in de hand. Alreeds wilde ik op de vlucht slaan, maar mijn benen waren verlamd van schrik. Uit alle deuren en ramen klonk vettig gelach toen de bloeddorstige man zich bekendmaakte als Sandy Evrard, burgemeester en tevens leraar aan de slagersschool. Blijkbaar was dit de klassieke manier om vreemdelingen te ontvangen. De Westhoek en humor, het blijft een moeilijke combinatie.

De fanfare

"Zal ik u rondleiden", stelde de burgervader voor. Dat vond ik een goed idee. Sandy Evrard knipte met de vingers en vanachter de hoek kwam de lokale fanfare aan gemarcheerd en blies uit volle borst een medley van de Brabançonne en de Vlaamse Leeuw.

Dat was natuurlijk een zet van de burgemeester om aan te tonen dat het incident van vorige herfst, toen de fanfare weigerde om op de plechtigheid voor de Wapenstilstand ook de Vlaamse Leeuw te spelen, inmiddels met de mantel der liefde bedekt was, niet het minst omdat de burgervader de subsidie van 1.000 euro dreigde te schrappen.

Groot was mijn verbazing en vervolgens mijn irritatie toen de fanfare geen vin van onze zijde week en telkens opnieuw, alsof haar zielenheil ervan afhing, diezelfde potpourri van volksliederen blies.
"Ik heb altijd gedacht dat u een CD&V’er was!", schreeuwde ik in het oor van Sandy Evrard.

"Dat denken er wel meer", brulde de burgervader terug, "maar ik ben een volbloed liberaal. CD&V zit hier in de oppositie, voor zover ge van oppositie kunt spreken in Mesen hé."

Taalstrijd

Omdat ik vreesde voor gehoorbeschadiging zette ik het op een lopen. De burgemeester volgde mij, ondanks zijn vele kilo’s, met soepele tred. Hijgend en toeterend zette de fanfare de achtervolging in. De muzikale kwaliteit daalde zienderogen. We raakten de Mesener stadsmuzikanten pas kwijt toen we net buiten het stadje in een loopgraaf doken en ons daar verborgen hielden.

"Deze loopgraven zijn afgelopen zomer ontdekt", sprak de burgemeester wijl zijn indrukwekkende borst zwol van trots, "hier is in 14-18 de Groote Taalstrijd uitgevochten." "En wie heeft er gewonnen", vroeg ik, enigszins verbaasd door de draai die de burgemeester aan de vaderlandse geschiedenis gaf. "Dat weet ik niet meer", sprak de man diplomatisch, "ik weet alleen dat wij sindsdien geen last meer hebben gehad van taalperikelen, de Franstaligen zijn hier een beschermde minderheid, gemakkelijk te herkennen, overigens."

Als om deze stelling kracht bij te zeggen werd de burgemeester in een soort koeterwaals aangesproken door een inboorling die, te zien aan zijn nogal rode neus, de alpinopet op zijn hoofd, de sigarettenpeuk tussen zijn lippen en het stokbrood onder zijn arm, tot die minderheid behoorde. De burgemeester antwoordde minzaam in hetzelfde onbegrijpelijke patois. Waarop de man tevreden heenging, niet zonder ons uit de loopgraaf te hebben geholpen.

Onder ons

"U ziet het, meneer Van Dievel, de verhoudingen tussen beide volksstammen is hier opperbest." "Wat had de man nodig", vroeg ik. "Een bouwvergunning, voorspraak voor een job bij het ministerie, een proces-verbaal dat moet verdwijnen en een plaats in het rusthuis voor zijn moeder", antwoordde de burgemeester zonder verpinken. En toen hij mijn verbazing merkte: "Dat is het geheim van Mesen, hier wordt alles nog onder ons geregeld. Ik weet wel dat ze dat ginderachter – en hij wees vaag in de richting van de boze buitenwereld – afkeuren, maar bij ons gaat dat zo."

"En waarom wil u dan per se een probleem hebben in uw stadje?"
"Ach", antwoordde de burgemeester terwijl hij de slagersbijl aan zijn schort afveegde en vervolgens de scherpte van het staal uitprobeerde op zijn vlezige duim, "wij worden niet graag uitgelachen. Alle dorpen en stadjes in de omtrek hebben problemen en wij niet." Het gezicht van Sandy Evrard stond op spijtig.

"Meneer de burgemeester", beloofde ik, "ik zal ervoor zorgen. Het zal niet meer voor deze verkiezingen zijn, daarvoor is de tijd te kort, maar voor 2014 krijgt u gegarandeerd problemen."
"Als dat zou kunnen, meneer Van Dievel."

Ik belde met Ben Weyts, ondervoorzitter van de N-VA (de voorzitter is dezer dagen een zeer druk bezet man).
"Ik heb een tip voor u", maakte ik het kort, "in Mesen is er grote vraag naar een lokale N-VA-afdeling."

Louis van Dievel

lees ook