De torens van Aalst

COLUMN - Nu het erom begint te spannen, doen steeds meer kandidaten en partijen een beroep op de Rijdende Helpdesk van Van Dievel Consulting. Om problemen op te lossen, of te creëren… Vandaag zoekt hij die problemen in Aalst.

Ik had de trein naar Aalst genomen omdat een rondtrekkende daderbende in het anders zo rustige Mesen alle vier de wielen van mijn batmobiel had gestolen en het voertuig op houten blokken achter had gelaten. In mijn coupé was de voertaal overwegend Frans. Kijk, dat stel ik nu tegenwoordig ook al vast op het traject van de VRT naar Mechelen, dat op de treinen van Brussel naar Vlaanderen de taal van Molière wordt gesproken. Vroeger stapten de Franstalige reizigers af in Vilvorde, nu rijden ze al mee tot in Malines. Hoe heette dat vroeger ook alweer? Ha ja! De Brusselse olievlek.

Ik zat op de trein de cijfers van de politieke peiling na te lezen, peiling die was uitgevoerd op kosten van de openbare omroep en de kwaliteitskrant Het Laatste Nieuws. Die getallen zagen er bepaald niet goed uit voor mijn opdrachtgever, burgemeester Ilse Uyttersprot, tevens lijsttrekker voor CD&V. Van 21 procent zes jaar geleden, naar 14 ten honderd nu. Dat is nog niet zo erg als de klap die Vlaams Belang zou krijgen volgens de peiling, maar toch.

‘Mijnheer Van Dievel,’ had ze mij bijna gesmeekt aan de telefoon, ‘vind mij een wondermiddel waarmee ik het tij nog kan keren.’ Ik had me suf geprakkezeerd, maar een paardenremedie had ik niet gevonden.

Stammenvetes

Ik stapte uit in Alost Central en keek om mij heen. Een echt aantrekkelijke stad is Aalst niet, nooit geweest, vrees ik. Voor het oog, bedoel ik. Beetje grauw, beetje deprimerend. De arbeidersstad van Louis Paul Boon. Een beetje zoals het Mechelen van mijn jeugdjaren, end die liggen toch al dik 45 jaar achter mij. Ik haastte mij naar het oude centrum, dat wel gezien mag worden, en botste op het campagneteam van de voormalige blonde jonge god Jean-Jacques De Gucht, lijsttrekker van de Open VLD in Aalst en tevens lid van de Vlaamse assemblee. De lijsttrekker glunderde. De stammenvetes binnen de Open VLD waren bijgelegd en de partij ging er, nog steeds volgens de betrouwbaarste aller peilingen, flink op vooruit.

N-VA op kop

‘Kom Louis’, sprak hij joviaal, ‘ we gaan een koffietje drinken.’ ‘Ik heb een afspraak,’ sputterde ik tegen. ‘Met Ilse zeker?’ ‘Hoe weet u dat?’ ‘Gij zijt toch de Grote Probleemoplosser, en als er iemand problemen heeft, dan is het wel ons Ilse…’ Ik zal niet zeggen dat er leedvermaak in de stem van JJDG klonk, maar compassie zeker ook niet.
‘U wordt volgens onze peiling pas de tweede partij, na de N-VA,’ wierp ik op, ‘terwijl de N-VA zes jaar geleden geen enkele verkozene had, dat moet toch steken.’
‘Boh,’ zei de jonge De Gucht bijna achteloos, ‘maar ze hebben daarvoor wel een malcontente overgelopen liberaal en een bekeerde Belanger op plaatsen 1 en 3 van hun lijst moeten zetten.’
‘Gaat u met de N-VA een coalitie vormen als u samen een stevige meerderheid hebt?’ informeerde ik een weinig vilein, ‘ik bedoel met die overgelopen liberaal en die bekeerde Belanger? En mag die overgelopen liberaal dan burgemeester worden? ’
De ogen van de liberale schoten vuur. Ik zag dat hij vol overtuiging ‘vanzeleven niet!’ wilde roepen, maar zijn realiteitszin haalde het van zijn ingehouden woede.
‘Het is de kiezer die de kaarten schudt,’ antwoordde hij in plaats daarvan cliché-gewijs en weinig overtuigend.

Vanuit het café kon ik zien dat burgemeester Ilse Uyttersprot vanop het torentje van het stadhuis ongeduldig op de uitkijk stond, en dus nam ik afscheid van de jongste zoon van het koningskoppel Karel en Mireille en wenste hem succes toe, wat er cliché-gewijs ook zijn mocht.

Mission impossible

‘Proficiat,’ sprak ik de burgemeester toe, ‘u bent zowel de populairste kandidaat-burgemeester als de burgemeester waarover men volgens de peiling dik ontevreden is.’
‘Dat kan alleen maar in Aalst,’ glimlachte de burgemeester, maar van harte was het niet.
‘Er is niets gebeurd in uw stad, de afgelopen zes jaar, is het verwijt dat men u en uw coalitie toestuurt. Het gaat hier niet heel slecht, maar het gaat ook niet goed, er is stilstand.’
‘Dat is perceptie!’ protesteerde Uyttersprot.
‘Tegen perceptie valt weinig te beginnen,’ antwoordde ik.
‘Ik heb u niet naar hier gevraagd om een zedenpreek te krijgen,’ zei de CD&V-vrouwe enigszins korzelig, ‘ik wil een wondermiddel, een noodgreep waarmee ik in drie dagen de schade kan beperken en burgemeester kan blijven.’
‘Over zeden gesproken,’ wilde ik voorzichtig het idee formuleren dat mij tussen Erpe-Mere en Aalst te binnen was geschoten, maar Uyttersprot liet me niet uitspreken.
‘Gij gaat niet over de ‘torenpoeper’ beginnen!’ sprak ze dreigend, ‘want dan is mijn antwoord gelijk dat van wijlen François Mitterrand “Et alors?”, hebt ge dat goed verstaan?’
‘U zou zich nochtans kunnen profileren als een doener en tegelijk met een kwinkslag op het vermaarde gevoel voor humor van de Ajuinen inspelen.’
‘Geen denken aan, uit mijn stadhuis!’ beval de burgemeester rood van verontwaardiging.

Wat ik ook deed. Waardoor ik mijn toch wel geniale plannetje voor Ilse Uyttersprot niet kon uitleggen aan Ilse Uyttersprot, namelijk een torenwandeling door Aalst. Succes, wat zeg ik, overrompeling verzekerd. Welke inwoner van Aalst wil immers niet samen met de burgemeester een toren beklimmen? Waarna zij, vanop de tinnen of doorheen een torengat, kan wijzen wat er de voorbije jaren toch is gerealiseerd door het stadsbestuur en wat de plannen zijn. Poepsimpel toch?

www.henderyckx.com

lees ook