"Draagmoederschap uit winstbejag, verwerpelijk"

In de zaak van baby D. hebben alle zes beklaagden zich schuldig gemaakt aan onterende behandeling. Dat heeft de rechtbank in Oudenaarde geoordeeld. De wensouders en de Nederlandse adoptieouders gaan wellicht in beroep tegen de uitspraak.

Zes mensen stonden voor de rechtbank terecht voor de onterende behandeling van de baby, nu zeven jaar geleden. Het gaat om de Belgische draagmoeder en haar partner, de Nederlandse koopouders aan wie ze het kind verkocht hadden en de Belgische wensouders.

Het kind werd 7 jaar geleden geboren en door de draagmoeder verkocht aan een Nederlands koppel. Maar eigenlijk was de baby beloofd aan een Belgisch koppel, van wie de man de biologische vader is. De vrouw had de Belgische wensouders wijsgemaakt dat ze een miskraam gehad had. Wat volgde was een bittere juridische strijd over de vraag bij wie baby D. thuishoort.

De rechter heeft nu geoordeeld dat iedereen schuldig is aan de onterende behandeling van de baby, "die verkocht werd aan de meest biedende". "Het betaalde bedrag van 12.000 euro was wel degelijk de prijs voor haar draagmoederschap, exclusief de kosten. Het ging niet om altruïstisch draagmoederschap, maar om commercieel draagmoederschap uit louter winstbejag, dat als immoreel en maatschappelijk verwerpelijk beschouwd dient te worden", zo luidde het oordeel. De rechtbank sprak zich niet uit over de politieke en maatschappelijke discussie die ontstond toen de zaak losbarstte.

De beklaagden riskeerden tot 2 jaar cel, maar zover komt het niet. De Belgische wensouders krijgen opschorting van straf, de draagmoeder en haar partner een jaar cel met uitstel en een boete van 1.650 euro, en de Nederlandse koopouders een boete van 1.650 euro. De straffen zijn relatief licht omdat de redelijke termijn in de zaak overschreden is.

Tot op vandaag staat het kind onder voogdij van het Nederlandse paar en onder extra toezicht van de Nederlandse overheid.

"Wensouders slachtoffer, geen mededader"

De wensouders krijgen dus opschorting van straf. Maar volgens hun advocaat Jef Vermassen valt de schuldigverklaring hen zwaar. "Als je schuldig bent op grond van internationaal recht ten overstaan van het kind, betekent dit dat je dat kind nooit meer onder u mag nemen. Voor hen is dit een radicale breuk, dat ze dat kind nooit meer zullen zien, en eigenlijk door chantage van een draagmoeder", aldus Vermassen, die zegt dat zijn cliënten slachtoffer zijn en geen mededader. Vermassen zal de wensouders aanraden om beroep aan te tekenen.

De advocaat van de Nederlandse adoptieouders, Peter Van Melkebeke, zegt dat zijn cliënten "in de mening verkeerden dat de biologische vader had afgehaakt. Dat is altijd hun standpunt geweest en zal altijd hun standpunt blijven." Van Melkebeke zegt dat deze uitspraak niets aan de situatie voor het kind verandert. Hij wijst erop dat zijn cliënten door de rechtbank in Nederland zijn erkend als pleegouders.

Ook de Nederlandse adoptieouders overwegen in beroep te gaan tegen de uitspraak omdat ze blijven ontkennen dat er sprake was van commercieel draagmoederschap. Als de partijen in beroep gaan, wordt de zaak in de loop van volgend jaar door het Gentse hof van beroep behandeld.