Hoe worden zetels verdeeld en toegewezen?

Zo’n acht miljoen Belgen brengen zondag hun stem uit. Maar wat gebeurt achteraf met al die stemmen? Hoe worden de zetels verdeeld en wie is verkozen? Het zijn eenvoudige vragen die u zich vast al eens gesteld heeft. We zetten de antwoorden op een rijtje.

Bij het stemmen hebt u de keuze uit een lijststem, een of meerdere naamstemmen binnen eenzelfde lijst of een combinatie van beide. Per lijst wordt de totaalsom gemaakt van het aantal keer dat iemand een van deze keuzes heeft gemaakt. Bijvoorbeeld: 400 mensen brengen een lijststem uit op Lijst A. Daarnaast duiden nog eens 200 mensen een of meer individuele kandidaten van diezelfde lijst aan op hun kiesbrief. Dat brengt het totaal aantal stembrieven voor Lijst A op 600. Dit is het stemcijfer.

Hoe worden de zetels verdeeld?

Het stemcijfer is voor elke lijst het vertrekpunt voor de zetelverdeling. Hiervoor wordt het systeem Imperiali gebruikt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van quotiënten. Volgt u even mee:

We blijven bij ons voorbeeld en stellen dat Lijst A 600 stemmen haalt, Lijst B 400 en Lijst C 200. Deze drie cijfers worden nu gedeeld: een keer door 2, daarna door 3 en zo verder. Zo bekomen we volgende quotiënten:

In ons voorbeeld zijn er 5 zetels te verdelen. We rangschikken alle quotiënten van alle lijsten samen van groot naar klein en gaan vervolgens aan de slag. Het grootste quotiënt krijgt de eerste zetel, het volgende de tweede, enzovoort. Dit levert volgende zetelverdeling op:

Lijst A krijgt 3 zetels, lijst B haalt er 2 binnen en Lijst C helemaal geen. Zoals u ziet haalden zowel Lijst A als Lijst B een quotiënt van 200 bij de verdeling van de tweede zetel. Bij een ex aequo gaat de zetel naar de lijst met het grootste stemcijfer en dus Lijst A. Grote partijen worden door dit systeem licht bevoordeeld. Dit moet een al te grote versnippering van de stemmen voorkomen, wat het makkelijker maakt om een werkbare meerderheid te vormen.

Wie is verkozen?

Het stemcijfer speelt ook een rol om te bepalen wie effectief verkozen is. Een praktisch voorbeeld vormt opnieuw de beste manier om deze procedure uit de doeken te doen.

We nemen opnieuw het voorbeeld van Lijst A. Deze lijst heeft zoals bekend een stemcijfer van 600 en haalde 3 zetels. Eerst en vooral wordt opnieuw een quotiënt berekend op basis van deze cijfers:

(Stemcijfer X Zetelaantal) : (Zetelaantal + 1)

De uitkomst van dit quotiënt heet het verkiesbaarheidscijfer. Dit cijfer geeft aan hoeveel stemmen een kandidaat moet behalen om verkozen te zijn. In het geval van Lijst A levert dit volgend verkiesbaarheidscijfer op:

(600 X 3) : 4 = 450

We keren even terug naar de resultaten van Lijst A. In ons voorbeeld zijn dit de eerste 5 kandidaten op de lijst samen met hun aantal voorkeurstemmen:

Geen enkele kandidaat heeft genoeg voorkeurstemmen om het verkiesbaarheidscijfer op eigen houtje te halen. Geen nood: ze kunnen putten uit de lijststemmen. Zoals eerder vermeld, haalde Lijst A 400 lijststemmen. Deze moeten eerst door alweer een nieuwe berekening gehaald worden om het aantal zogenoemde over te dragen stemmen te bepalen die over de kandidaten kunnen worden verdeeld. Deze berekening verloopt op basis van volgende verhouding:

(Aantal lijststemmen X Zetelaantal) : 3

Met de cijfers uit ons voorbeeld geeft dit volgend resultaat:

(400 X 3) : 3 = 400

Lijsttrekker Reynaers heeft 250 stemmen te weinig om het verkiesbaarheidscijfer te halen. Deze kan hij opvissen uit het aantal over te dragen stemmen. Zo haalt hij alsnog het vereiste aantal van 450.

Nu is de tweede op de lijst aan de beurt om het aantal voorkeurstemmen aan te vullen. Na de doortocht van Reynaers blijven nog 150 over te dragen stemmen over. Deze worden toegevoegd aan de voorkeurstemmen van Van Dyck. Die komt zo op een totaal van 300 stemmen. Het aantal over te dragen stemmen is nu uitgeput.

Na de verdeling van de lijststemmen zien het “klassement” van de kandidaten van Lijst A er als volgt uit:

Zoals gezegd haalde Lijst A drie zetels binnen, wat betekent dat de eerste 3 kandidaten in de rangschikking verkozen zijn. Kandidaat Cosemans haalde meer voorkeurstemmen dan kandidaat Van Dyck, maar omdat deze laatste haar stemmenaantal kon aanzuiveren met over te dragen stemmen, blijft ze op de tweede plaats staan. Omdat kandidaat Van Herle op eigen houtje genoeg voorkeurstemmen haalde, klimt ze naar de derde plaats. Kandidaat Cosemans ziet een zetel aan haar neus voorbijgaan.

Eén ding is duidelijk: bij de verdeling en toewijzing van de zetels wordt niet over één nacht ijs gegaan. Wanneer u zondag het stemhokje verlaat, heeft u slechts de eerste stap gezet op een lange weg vol quotiënten, stemcijfers en andere berekeningen. Gelukkig is het aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om die voor u uit te voeren.

lees ook