Meest recent

    Don't fence me in

    Radioreporters Els Aeyels en Bert De Vroey trekken door de VS om elkaar te ontmoeten in Kansas. Hun relaas "See you in Kansas" hoort u elke dag in "De ochtend" en "Vandaag". Ook houden ze voor ons een dagboek bij.

    Rijdend vanuit het zuidwesten naar het hart van Amerika in Kansas krijg ik één deuntje niet uit mijn hoofd. Het is de goeie ouwe Bing Crosby die me gezelschap houdt, met zijn ode aan de ruimte: Give me land, lots of land…

    Nooit eerder nam ik een route in de VS die zo lang en zo hardnekkig door de weidse leegte liep. Mijlen en mijlen van bergen, hoogvlakten, heuvels, graasland en woestijn - met af en toe een stadje als een uitgesmeerd parkeerterrein.

    Of een surrealistisch gokparadijs dat plots aan de zinderende horizon opdoemt: monsterstad Las Vegas of kleinere zusjes als Mesquite en Primm Valley. De zandige of rotsige grond van het zuidwesten dorst naar water voor de landbouw, maar biedt blijkbaar nog de juiste voedingsbodem voor gokkers en golvers.

    Ik zat te wachten op windparken en zonnepanelen, want die onmetelijke ruimte lag bovendien te baden in de zon. Maar nergens tussen San Diego en Salt Lake City viel er iets van hernieuwbare energie te bespeuren. Toen werd ik op mijn wenken bediend door de onvolprezen NPR - de National Public Radio.

    De publieke omroep wist te melden dat de federale regering in Washington 285.000 acres (een goeie 100.000 hectaren) in de westelijke staten had vrij gegeven voor zonne-energie - een bericht dat ik nergens op de kabelnieuwszenders had vernomen.

    Een professor legde uit dat daar zeven jaar zorgvuldig onderzoek aan vooraf waren gegaan, een procedure waarover hij zeer te spreken was. Eindelijk kan er nu met grootschalige projecten worden begonnen. Beter laat dan nooit - maar toch vraag je je af waarom de VS zo laat op die trein zijn gesprongen.

    Grensinfrastructuur in San Diego oogt kil en harteloos

    Give me land, lots of land, don’t fence me in – zong Bing Crosby. Rijdend door het zuidwesten klinkt die angst nogal onwezenlijk. Toch wordt die grenzeloze ruimte van de VS wel degelijk afgebakend door een fence met buitensporige allures. Een agent van de Border Patrol in San Diego toonde me een stukje van zijn sector: bijna 100 km landsgrens en een nog langere strook langs de kust.

    Daar alleen al werken 2.600 grensagenten. Per auto, te voet, te paard of vanuit helikopters houden ze de grenslijn in de gaten om illegaal grensverkeer de pas af te snijden. Een dubbel hekwerk moet daarbij helpen: het eigenlijke grenshek dat tamelijk kwetsbaar en verroest lijkt – en een tweede metershoge staaldraadconstructie waar je alleen nog met grove middelen (ladders of slijpschijven) over- of doorheen komt. Wie het eerste hek weet over te steken is al lang door de cameratorens gezien voor hij het tweede weet te trotseren.

    De federale regering heeft flink geïnvesteerd in al die controles - president Obama incluis. Waar er in de jaren 1990 in de sector San Diego nog jaarlijks een slordig half miljoen illegale migranten op de grens bij de kraag werden gevat, is dat nu gedaald tot 40.000, zo beweerde de agent. San Diego is een model geworden voor andere zones: de grenscontrole verloopt er zo efficiënt dat ze ontradend wordt.

    De hele grensinfrastructuur oogt tamelijk kil en harteloos, en wie de uitgestrekte leegte van het zuidwesten ziet kan moeilijk begrijpen dat Amerika ‘vol’ zou zijn. Toch gaat het niet alleen om controle op illegalen die Amerika zouden binnen sluipen. De Border Patrol richt zich nu ook op de trafiek van wapens en misdaadgeld in de andere richting: van de VS naar Mexico. Nu Mexico in de greep is van een gruwelijke drugsoorlog is dat een kwestie van gedeelde verantwoordelijkheid.

    Bert De Vroey

    Volg Bert en Els op Twitter via @bertdevroey en @aeyelse.