Voor welke producten of diensten geldt welk btw-tarief?

Bij de begrotingsbesprekingen liggen nu enkele voorstellen op tafel die het btw-stelsel willen hervormen. Zo zou de btw stijgen van 21 naar 22 procent, tegelijkertijd zou het laagste tarief zakken van 6 tot 5,5 procent. Maar voor welke producten of diensten betaalt u 21 of 6 procent? En hoe zit het eigenlijk met dat “exotische” 12 procent-tarief?

De Belasting over de Toegevoegde Waarde, de btw dus, is een indirecte belasting die de overheid heft op de verkoop van producten en diensten. In ons land zijn er drie btw-tarieven. Ruwweg 6 procent voor basis- of levensnoodzakelijke producten, 12 procent voor enkele uitzonderlijke producten en 21 procent voor alle overige producten en diensten.

Toch is het onderscheid niet altijd even eenvoudig. Zo betaalt u wel 6 procent btw op mosselen, maar voor veel andere zeevruchten zoals kaviaar, langoustines en oesters betaalt u dan weer 21 procent. Op enkele uitzonderingen na vallen de meeste voedingswaren onder het 6 procent-tarief. Denk dan maar aan levende dieren, vlees, vis, slachtafval, schaal-, schelp- en weekdieren. Ook voor zuivelproducten, groenten, fruit, plantaardige producten en honing betaalt u 6 procent.

Farmaceutische producten, personenvervoer, water, hotels en campings vallen ook onder de 6 procent-regeling. Opvallend is dat hoewel het btw-tarief op tijdschriften en boeken 6 procent is, er geen btw-heffing is op dag- en weekbladen die minstens 48 keer jaar verschijnen.

Enkele opmerkelijke producten of diensten die onder het laagste btw-tarief vallen zijn onder meer originele kunstwerken, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten, doodskisten en auto’s voor het vervoer van invaliden. Ook voor verbouwingen aan een huis dat ouder is dan 5 jaar kunt u genieten van het laagste btw-tarief.

12 procent en andere uitzonderingen

Een minder gebruikt en veel minder bekend tarief is dat van 12 procent, het is nu eenmaal op niet veel producten en diensten van toepassing. Die btw-voet is ingevoerd voor bepaalde goederen en diensten die vanuit economisch of sociaal oogpunt belangrijk zijn. Met andere woorden, geen levensnoodzakelijke producten, maar toch goederen of diensten die belangrijk genoeg zijn om ze niet aan het maximumpercentage te onderwerpen. Dat gaat dan over margarine, steenkool, insulinespuiten, banden voor landbouwmachines en de oplevering van een sociale woning.

Het btw-tarief voor transport is dan weer een andere uitzondering. Stel dat u iets aan huis wil laten leveren en dat de verkoper u daar transportkosten voor aanrekent, dan vallen die transportkosten onder het laagste btw-percentage van de gefactureerde goederen. U betaalt dus 21 procent als u een zetel laat thuis leveren, maar slechts 6 procent als u pakweg een 26-delige encyclopedie aan huis laat brengen.

Op alle andere goederen en diensten is het maximale percentage van 21 procent van toepassing.