China: oude wijn in nieuwe zakken?

In China treedt een nieuwe generatie leiders aan en dat op een cruciaal ogenblik. Of die nieuwe keizers en mandarijnen de verzuchting naar verandering zullen vorm geven, is echter weinig waarschijnlijk, tenzij het van moeten zou zijn.

Officieel heeft het congres van de communistische partij een nieuwe generatie leiders benoemd. Tegen de achtergrond van rode vlaggen zaten 2.300 partijrobotten in maatpak driftig nota te nemen van ellenlange toespraken. Ze moesten een nieuw centraal comité van 376 leden benoemen die dan trapsgewijs een nieuw politburo van 25 leden en een "standing committee" van 7 nieuwe topfiguren verkiezen en een nieuwe partijvoorzitter.

In realiteit gebeurt er echter niks, want alles is al lang beslist in donkere krochten van schimmige partijcenakels. De congresgangers bekronen de nieuwe leiders zoals van hen verwacht wordt, want zij komen niet de toekomst van China bepalen, maar wel hun eigen positie en die van hun fracties in het partijapparaat dat nog altijd de macht in het land monopoliseert. 

Voor de volledigheid: na tien jaar gaf partijleider Hu Jintao (links op de foto) de voorzittershamer over aan Xi Jinping, die hem in maart ook zal opvolgen als president. Of Xi dan ook Hu opvolgt op de cruciale post van voorzitter van de Centrale Militaire Commissie, is nog een open vraag. Tien jaar geleden behield aftredend president Jiang Zemin (rechts op de foto) die post nog een tijdje, tot grote ergernis van Hu Jintao. De clans van Hu en Jiang houden elkaar sindsdien in een wurggreep, die ze nu echter opnieuw moesten bezegelen met een compromis.

Collectieve -geen persoonlijke- dictatuur

Xi Jinping (links op foto)  wordt dus de nieuwe partijleider en president en Li Keqiang (rechts op foto) zal Wen Jiabao opvolgen als premier. Over beide mannen is niet zo veel bekend, ook in China niet. Xi zou wel uit de stal van Jiang Zemin komen, die vooral "prinsen", de zoons van de eerste en tweede generaties leiders telt. Hu Jintao kon dan weer zijn favoriet, Li Keqiang, laten benoemen tot premier.

Er is dus weer evenwicht tussen de clans in de KP, tenminste voor de buitenwereld. De media omschrijven de nieuwe leiders Xi en Li als mensen die meer open staan voor de wereld. Xi werd in de Culturele Revolutie in elkaar geslagen en Li flirtte als student met democratische ideeën.

Maar ernstig nu: om aan de top te komen, hebben beide mannen zich opnieuw ingeschreven in de machtslogica van de partij en het kan dus betwijfeld worden of ze het systeem in China drastisch zullen wijzigen. Zelfs als ze dat willen, zitten ze vastgeklonken in een erg conservatief "standing committee" die desnoods die hervormingen zal afblokken.

Dat Chinese systeem is immers erg beducht voor een hervormer zoals Mikhail Gorbatsjov, want die heeft uiteindelijk geleid tot de val van het communisme en de Sovjet-Unie en dat is een griezelscenario voor de Chinese communisten.

Toch is "change" niet uitgesloten, zij het dan onder druk van de omstandigheden, niet omdat de nieuwe leiders dat willen. Ondanks alle groei is China immers een "draak op lemen voeten". Het economische model botst op zijn grenzen, de groei remt af, de vergrijzing slaat fors toe en corruptie en machtsmisbruik hebben het regime alle legitimiteit ontnomen. Uitbuiting, ongelijkheid, sociaal protest en spanningen nemen hand over hand toe en zelfs binnen de KP wordt gewaarschuwd dat die het regime in gevaar kunnen brengen. 

Klieken en klakken

Even twee mythes over China ontkrachten: Mao Zedong is niet onaantastbaar en de KP is er geen monoliet, maar wel een krabbenmand van elkaar bevechtende klieken en fracties.

Na het zoveelste mislukte experiment eind de jaren 50 (Grote Sprong Achterwaarts), werd Mao door de KP-top opzijgeschoven, tot hij in '65 miljoenen opgehitste jongeren of rode gardisten de straat opstuurde tijdens de (Anti)-Culturele Revolutie. Die kantte zich tegen alles en iedereen, maar vooral tegen de rivalen van Mao in de partijtop die werden afgeslacht.

De rode gardisten brachten echter ook het KP-regime in gevaar en werden dus door het leger van straat geschoten en naar het platteland gestuurd. Nu kreeg legerleider Lin Biao dan weer te veel macht, tot hij in '71 vakkundig werd uitgeschakeld. Enkele maanden voor hij in 1976 overleed, richtte Mao op het Tiananmenplein nog een bloedbad aan onder rouwende aanhangers van de pas overleden hervormingsgezinde premier Zhou Enlai.

Nadien werd de bende rond Mao (die van Vier) uitgeschakeld door zijn opvolger Hua Guofeng, die vervolgens pakken werd gestuurd door Deng Xiaoping. Deng stuurde China op het pad van economische groei, maar sloeg in '89 wel bloedig het volksprotest op het Tiananmenplein neer. Daarna regelde hij de ordelijke machtsovergang die achtereenvolgens Jiang Zemin, Hu Jintao en Xi Jinping aan de macht bracht. Dat maakte echter nog geen einde aan de interne machtsstrijd van de clans.

Jos De Greef