De eurozone is in een recessie beland

De economieën van de landen die de euro gebruiken, zijn voor het tweede opeenvolgende kwartaal gekrompen. In het derde kwart van 2012, van juli tot oktober, strandde de gezamenlijke economische activiteit op een negatieve groei van -0,1 procent.

De eurozone beleeft nu officieel een recessie, de tweede in vier jaar tijd. De vorige recessie was drie jaar geleden. Een recessie is er als de economie twee kwartalen na elkaar krimpt. In het tweede kwartaal was al een negatieve groei van -0,2 procent opgetekend.

Tot nu toe had de eurozone een recessie kunnen vermijden tijdens de huidige financiële crisis, maar omdat ook de Duitse motor begint te sputteren, is het er dan toch van gekomen. De Duitse export heeft te lijden onder een verminderde vraag, vooral uit zuiderse Europese landen zoals Griekenland, Spanje, Italië en Portugal. Duitsland zelf had in het tweede kwartaal een groei van 0,3 procent laten optekenen, tegenover 0,2 procent nu.

De Belgische economie is op hetzelfde peil gebleven. De Franse economie, de op één na grootste in de eurozone achter Duitsland, kon een recessie ontlopen. Na een negatieve groei in het tweede kwart, kunnen de Fransen in het derde verrassend terugkijken op een lichte groei van 0,2 procent. De Nederlandse economie kreeg dan weer een dreun te verwerken, en kromp het voorbije kwartaal met 1,1 procent tegenover het kwartaal daarvoor. 

5 van de 17 landen in de eurozone zijn in een recessie, en het zijn "the usual suspects": Griekenland, Spanje, Portugal, Italië en ook nog Cyprus.

Econoom Paul De Grauwe, die nu werkt aan de London School of Economics, zegt de eurozone het zichzelf heeft aangedaan: "Dit is het resultaat van overdreven besparingen in de zuiderse landen, en het feit dat de landen in het noorden niet bereid waren van koers te veranderen."

EU redt het wél, dankzij de Britten

De cijfers voor de gehele Europese Unie zijn iets beter. De economieën van alle EU-landen samen ontlopen een recessie en groeiden het voorbije kwartaal zelfs licht met 0,1 procent. Dat is vooral dankzij de goede prestatie van de Britten, die konden profiteren van de boost van de Olympische Spelen.