Uitverkoop bij de Belgische bedrijven?

De voorbije maanden gaan het een na het andere Belgische bedrijf in buitenlandse handen over. En ondernemers die niet verkopen, halen hun bedrijf van de beursvloer, die alsmaar holler klinkt. Wat is er aan de hand?

Drie opeenvolgende dagen ergens vorige maand: op woensdag lanceert het Japanse concern Canon een overnamebod op het Waals-Brabantse technologiebedrijf IRIS. Een dag later wil mediagroep Liberty Media alle aandelen van Telenet die het nog niet bezit, overnemen en op vrijdag gooit het Zwitserse Syngenta een flinke zak zilverlingen op tafel voor de aandelen van DevGen, een van onze beloftevolle biotechbedrijven.

Dat kan geen toeval zijn en de lijst van overnames is sindsdien niet korter, maar langer geworden, met recent nog het Leuvense techbedrijf LMS dat zich in de armen van Siemens wil gaan nestelen. 

Het gaat niet om kwakkelende ondernemingen die dringend verlegen zitten om buitenlands kapitaal, maar wel om succesvolle bedrijven die goed boeren en goede vooruitzichten hebben, ook in deze crisistijden.

OK, die bedrijven varen dan vaak een "veilige haven" binnen, die verder groeien verzekert, maar tegelijk verhuist ook de beslissingsmacht naar het buitenland en recente drama's bij Opel en Ford tonen aan wat de risico's daarvan zijn. Of nog duidelijker: onze farmapionier Movetis werd in 2010 overgenomen door het Ierse Shire, dat nu simpelweg Movetis opdoekt, het personeel wandelen stuurt, maar wel de patenten behoudt.

De lijst is nog langer. De voorbije jaren zijn beloftevolle groeiers zoals Metris (nu Nikon), Ubizen (Verizon), ICOS Vision (KLA Tenor), Innogenetics (Solvay, Abbott en nu Japans), PGS (Bayer CropDesign) en busbouwer Jonckheere (VDL) in buitenlandse handen overgegaan, net als de banken Fortis en BBL (ING) en energiegiganten zoals Tractebel en Electrabel (GDF Suez) en SPE Luminus (EDF). Zeker bij banken en energie gaat het om strategische actoren voor onze economie. Vooral de Franse groep GDF Suez weegt zo zwaar op onze energie dat ze de regering het mes op de keel kan zetten, meer dan Lodewijk XIV met zijn kanonnen dat ooit kon.

Belast ons op overnames, aub?

Erg opmerkelijk was het opiniestuk van Chris Depreeuw (foto), CEO van Oleon en bestuurder bij Voka, maandag in De Tijd. Die riep premier Elio Di Rupo (PS) zowaar op om een belasting in te voeren op de meerwaarde bij de verkoop van controlebelangen in bedrijven.

Een Vlaams ondernemer die Di Rupo om meer belastingen vraagt? Toch beweert Depreeuw dat dat niet in een vlaag van zinsverbijstering gebeurde, maar met de bedoeling om de uitverkoop van Belgische bedrijven af te remmen en de beslissingsmacht over die ondernemingen bij ons te houden.

Hij verwijst naar de buurlanden en de Verenigde Staten waar een dergelijke belasting al bestaat en met succes. In Duitsland zou die meerwaardebelasting zelfs 50% bedragen en dus blijven de Duitsers zelf beslissen over hun eigen economie, anders dan Vlaanderen. Depreeuw weet waarover hij spreekt, want zijn Oleon is in 2009 overgenomen door het Franse Sofipotreol en naar eigen zeggen moet hij daar zwaar op tafel kloppen om investeringen naar hier te halen.

Vlaamse "Mittelstand"?

Depreeuw verwees naar grote Europese beursgenoteerde concerns zoals Miele, BMW, Auchan en andere die nog altijd onder controle van de familie van de oprichters staan en dat blijkt te kloppen.

De warenhuisketen Auchan is voor 84% in handen van de familie van oprichter Mulliez, die ook nog Saint-Maclou en Brice bezit. De familie Peugeot bezit met 45% van de stemrechten de controle over autobouwer Peugeot-Citroën, toch wereldwijd actief.

In Duitsland bezit de familieholding Miele 51,1% van het gelijknamige merk van elektronica, terwijl de familie Quandt met 46,7% de plak zwaait over autogroep BMW, die ook Rolls Royce en Mini omvat. De familie Mohn heeft met 77% van de aandelen een bepalende greep op de mediagroep Bertelsmann en onderdelen als RTL en Random House.

Duitsland heeft al sinds de middeleeuwen overigens een erg sterke traditie van "Mittelstand", kmo's die vaak generaties in familiehanden blijven van vader op zoon of dochter. Meestal zijn dat industriële bedrijven die wereldwijd met succes actief zijn en veel Duitse banen in stand houden. Ze maken mee dat Duitsland na China en de VS de derde exporteur is en dat er in dat land weinig jeugdwerkloosheid is. Anderzijds zijn die Mittelstand-bedrijven niet altijd vernieuwend en loopt Duitsland qua innovatieve technologie wat achter op de Verenigde Staten.

Wij in België -en zeker in Vlaanderen- hebben overigens ook een sterke kmo-traditie die hier banen en beslissingsmacht verankeren. Nu nogal wat grote industriële bedrijven hier de deuren sluiten, is het misschien geen slecht idee om die kmo-cultuur hier wat een hart onder de riem te steken. Tegelijk moeten we echter ook nog buitenlandse investeringen kunnen blijven aantrekken, want ook die blijven erg belangrijk voor onze welvaart en dat zowel voor onze kenniseconomie als voor omlijnde industriële productie.

Jos De Greef