VN-raad komt bijeen over gevechten in Congo

De gevechten tussen het Congolese regeringsleger en de rebellenbeweging M23 in het oosten van Congo zijn weer in alle hevigheid opgelaaid. Er zijn berichten dat Rwandese militairen de rebellen opnieuw zouden steunen.

Door de nieuwe gevechten zijn weer duizenden burgers op de vlucht geslagen, onder meer naar buurland Oeganda. Vandaag zou de aanval zijn ingezet door het Congolese leger, maar de M23-rebellen zouden de aanval hebben afgeslagen. De rebellen zouden intussen oprukken naar de stad Goma en zijn ook al slaags geraakt met VN-blauwhelmen in de buurt.

Volgens Congo krijgen de rebellen de steun van Rwandese militairen die opnieuw de grens zouden zijn overgekomen. De Rwandezen zouden niet deelnemen aan gevechten, maar het rebellengebied bewaken, waardoor de M23 elders kan oprukken.

De M23-rebellen zijn voormalige Tutsi-rebellen die gedurende enkele maanden in het Congolese leger waren geïntegreerd, maar weer zijn gedeserteerd. Ze krijgen steun van Rwanda en Oeganda, bevestigt een uitgelekt rapport van de Verenigde Naties. 

De VN-blauwhelmen in Oost-Congo zijn in opperste staat van waakzaamheid, maar zij zouden nu ook onder vuur liggen van de rebellen.

De oorlog in het oosten van Congo begon eigenlijk al in 1994 en is een direct gevolg van de volkenmoord in buurland Rwanda, in 1994. Sindsdien zijn in de regio voormalige Rwandese Hutu-rebellen actief, wat voor Rwanda de ideale aanleiding vormt om geregeld troepen naar Congo te sturen of lokale groepen  Tutsi-rebellen te steunen. Het ongedisciplineerde en slecht betaalde Congolese leger krijgt de toestand maar niet onder controle.

De eigenlijke inzet van het conflict in Noord- en Zuid-Kivu zijn de bodemrijkdommen. Lokale krijgsheren buiten er de lokale bevolking uit en slaan munt uit de verkoop van onder meer coltan, goud en diamant. Op die manier financieren ze hun eigen militie en kunnen ze hun macht bestendigen.

De VN-vredesmacht in Congo telt zo'n 17.000 manschappen en is daarmee de grootste ter wereld.