Wie vecht tegen wie in het oosten van Congo?

De crisis in Oost-Congo sleept al meer dan 18 jaar aan en is van een etnisch conflict uitgegroeid tot een pure machtsstrijd om de bodemrijkdommen in het gebied. Wie nu eigenlijk tegen wie vecht en waarom is niet altijd even duidelijk.

De oorlog in de oostelijke Kivu-provincies is nauw verweven met etnische spanningen in buurland Rwanda en is een onrechtstreeks gevolg van de genocide daar in 1994. Na die volkenmoord, waarbij radicale Hutu-milities het gemunt hadden op gematigde volksgenoten en Tutsi's, werd de macht daar overgenomen door Paul Kagame en de zijnen, die in Kigali een autocratisch Tutsi-bewind installeerden.

Veel Hutu's vluchtten toen naar wat toen nog Zaïre heette, met in hun zog nogal wat Hutu-militieleden die het nieuwe regime in Rwanda vreesden. Dat gaf de nieuwe machthebbers daar het ideale alibi om zich te moeien met de gebeurtenissen in Zaïre of Congo. Het regime van dictator Mobutu Sese Seko implodeerde en werd vervangen door een nieuw regime, maar dat betekende zeker niet het einde van de instabiliteit in Congo.

Sindsdien bemoeit Kigali zich geregeld met de gebeurtenissen in Congo. De officiële uitleg luidt dat Hutu-strijders van daaruit Rwanda proberen te destabiliseren, maar eigenlijk is het de machthebbers in Kigali wellicht ook te doen om de bodemrijkdommen in Oost-Congo en het lot van hun Tutsi-volksgenoten in Noord- en Zuid-Kivu.

Rwanda wordt in verschillende VN-rapporten beschuldigd van steun aan allerlei rebellengroeperingen in Oost-Congo. In het verleden was die steun open en bloot, maar de laatste jaren is dat veel minder het geval en ontkent Kigali zelfs dat het Congolese rebellen steunt. Anderzijds is er de zwakke Congolese staat - Kinshasa ligt duizenden kilometers ver - en het ongedisciplineerde en onderbetaalde Congolese leger.

De hoofdrolspelers

  • De Forces Armées de la République Démocratique du Congo (FARDC) is het regeringsleger telt naar schatting 144.000 à 159.000 manschappen, maar is slecht uitgerust, slecht getraind, onderbetaald en ongedisciplineerd. Het FARDC slaagt er maar niet in om heel Noord- en Zuid-Kivu onder controle te krijgen en maakt zich zelf vaak ook schuldig aan verkrachting en afpersing van de burgerbevolking.
  • M23. De naam van die Tutsi-rebellengroepering verwijst naar het vredesakkoord van 23 maart 2009 tussen het regeringsleger en de toenmalige rebellenbeweging van Laurent Nkunda. Het was de bedoeling dat die samen de Hutu-strijders in Oost-Congo zouden aanpakken, maar omdat dat niet naar de wensen van de voormalige rebellen verliep, deserteerden die uit het leger en richtten ze de M23-beweging op. Hun leider Bosco Ntaganda wordt gezocht wegens oorlogsmisdaden door het Internationaal Strafhof.
  • Forces Démocratiques de Libération du Rwanda (FDLR). Die Hutu-militie werd opgericht in 2000 en telt ook strijders in zijn rangen die zich in 1994 schuldig maakten aan volkenmoord. De FDLR pakt vaak Tutsi's in Oost-Congo aan, hoopt ooit de macht te heroveren in Rwanda en vormt dus een doorn in het oog van het bewind in Kigali.
  • De Mai Mai-milities. Die lokale milities vechten vaak hun eigen lokale conflicten uit en sluiten daarvoor wisselende allianties met andere milities, of zelfs met de FARDC.
  • De Mission de l'Organisation des Nations Unies pour la stabilisation en République démocratique du Congo (MONUSCO). Die stabilisatiemacht van de Verenigde Naties moet het vredesproces in Oost-Congo begeleiden en telt ruim 18.000 manschappen. Het is momenteel de grootste VN-vredesmacht ter wereld, maar desondanks slaagt ze er maar niet in om vrede te brengen.

De scheidingslijnen tussen al die strijdende partijen zijn niet altijd even duidelijk. Eigenbelang van lokale krijgsheren is vaak de belangrijkste drijfveer. Daarbij gebruiken die delfstoffen zoals coltan, goud en diamant om zichzelf te verrijken of om wapens te kopen en hun machtspositie in de regio te verstevigen.

Het grootste slachtoffer van al dat geweld is de burgerbevolking. Sinds 1998 zijn naar schatting 5,4 miljoen doden gevallen in Oost-Congo, vaak ook ten gevolge van ziekte en ontbering. Daarnaast zijn er miljoenen vluchtelingen en zijn vrouwen vaak het slachtoffer van verkrachting. De Congolese burgeroorlog is dan ook het dodelijkste conflict sinds de Tweede Wereldoorlog.

Rik Arnoudt