"Bob-controles focussen te veel op quota"

Te veel politiezones richten hun alcoholcontroles zo in dat ze snel hun quota halen. In het Radio1-programma "Vandaag" pleitte commissaris Daniel Noens van de politiezone Asse-Merchtem-Opwijk-Wemmel (AMOW) voor meer kwaliteitsvolle controles. Het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV) verhoogde dit jaar in overleg met de politie het streefcijfer voor alcoholcontroles van 240.000 naar 250.000.

Volgens commissaris Noens schiet de huidige manier van controleren zijn doel voorbij. "Je kunt als politiezone je quota halen door een dag per week te controleren, bijvoorbeeld door tijdens de ochtendspits de op- en afritten van de autosnelweg af te sluiten. Op die manier behaal je snel het gewenste cijfer." Een foute manier van werken, stelt hij.

"Als je meer kwaliteitsgericht gaat controleren, bijvoorbeeld door te controleren op de plaatsen en uren dat je denkt dat er een probleem is, krijg je een heel ander resultaat", aldus Noens. Het cynische, volgens Noens, is dan wel dat die politiezones onderaan het controleklassement bengelen. "Nationaal wordt gemiddeld 3,3 procent van de bestuurders betrapt met een glaasje op. In onze politiezone is dat soms meer dan 10 procent. En ik betwijfel dat er in onze zone meer gedronken wordt dan elders."

BIVV weerlegt de kritiek

Het BIVV ontkent dat het streefcijfer voor alcoholcontroles te hoog ligt. "Dat cijfer wordt in overleg met de federale en lokale politie vastgelegd", zegt Sofie Van Damme van het BIVV. "Vorig jaar lag het streefcijfer op  200.000 maar werden er uiteindelijk meer dan 263.000 ademtesten afgelegd."

"Nog te veel mensen hebben nog nooit in hun leven moeten blazen. Daarnaast moeten mensen weten dat ze zowel overdag als 's nachts gecontroleerd kunnen worden."