Overlevingskansen na kankerdiagnose gestegen

De overlevingskansen van mensen met kanker in Vlaanderen zijn de laatste jaren toegenomen. Vijf jaar na de diagnose is 60 procent van de patiënten nog in leven, zo blijkt uit cijfers van de Stichting Kankerregistratie die voor het eerst gepubliceerd werden. De vooruitgang is onder meer te danken aan de toename van vroegtijdige diagnoses en verbeterde behandelingen.

De Stichting Kankerregistratie vergeleek cijfers van de periode 1999 tot 2003 met de periode 2004 tot 2008. Daaruit bleek dat 59 procent van de mannen en 68 procent van de vrouwen vijf jaar na de diagnosestelling nog in leven zijn. "De reden dat er minder mannen vijf jaar na de diagnose nog leven, is dat mannen en vrouwen met andere types tumoren te maken krijgen", zegt Liesbet Van Eycken van de Stichting Kankerregistratie.

Naargelang het type kanker zijn er immers grote verschillen. Patiënten met long-, longvlies- en pancreaskanker hebben een eerder lage kans om na vijf jaar nog in leven te zijn. Bij strottenhoofd-, dikkedarm- en baarmoederhalskanker is de kans middelmatig. Patiënten met melanoma, prostaat-, borst-, teelbal- en schildklierkanker maken dan weer een grote kans op overleving.

Anders gezegd heeft iemand met teelbalkanker 96 procent kans om vijf jaar na de diagnose nog in leven te zijn. Bij iemand met dikkedarmkanker is dat 63 procent, bij iemand met longvlieskanker slechts vijf procent. Uiteraard speelt ook de grootte van de kanker en het stadium waarin een kanker ontdekt wordt, een grote rol.

"Er zijn een aantal kankers waarbij we een zeer goeie vooruitgang zien in die overleving. Als we lymfeklierkanker, schildklierkanker en leukemie samen bekijken, dan is dit al goed voor een vooruitgang van acht procent. Als we kijken naar een aantal tumoren, zijn er maar heel weinig waar we een stabiliteit vaststellen, waar de laatste tien jaar dus geen vooruitgang geboekt. Het gaat dan vooral om de hersentumoren, baarmoederkanker en eierstokkanker",stelt Van Eycken.

De redenen voor de betere resultaten zijn de toename van vroegtijdige diagnoses, de screeningsprogramma's voor borst-, baarmoederhals- en dikkedarmkanker, de verbetering van de diagnostische technieken, de meer effectieve behandelingen en de behandelingsstrategieën.