"Huizenjacht in Nederland: mission impossible"

Sabine Vandeputte is sinds januari correspondent voor de VRT in Nederland. Vanuit haar uitvalsbasis in Den Haag schrijft ze ons over de dingen die Nederland onderscheiden van ons land. Zo blijkt de huizenjacht in Nederland voor onze correspondent niet echt een "makkie" geweest te zijn.

Voor de vierde keer al gingen we op huizenjacht in Nederland, per definitie een mission impossible. De huizen zijn er schaars en als je er al een vindt, is het piepklein en niet te betalen. Maar we vertrokken met volle moed. Het jachtterrein was dit keer immers niet Amsterdam, maar Den Haag. En de immobiliënsites stelden me gerust. Juist door de wooncrisis was daar een betrekkelijk groot aanbod van huurwoningen. Omdat eigenaars hun huis aan de straatstenen niet kwijtraken, zetten ze het in de verhuur, in afwachting van betere tijden.

Enthousiast stelde ik mijn zoekopdrachten in. Een betaalbaar huurflatje in het centrum, dat moest lukken. Bij de belangrijkste site liep ik al meteen vast: de computer weigerde mijn buitenlandse gegevens aan te nemen. Maar we zochten verder en probeerden op andere sites verschillende adresjes te verzamelen om op één kijkdag te gaan bewonderen. Dat lukte: ik plande m’n agenda op D-day vol met maar liefst 8 bezichtigingen en holde de hele dag van hot naar her. Het eerste adres zag er op de foto’s aantrekkelijk uit: een lichte etage met balkonnetje in een goeie buurt. In de realiteit bleek het een stinkend hol met afhangende overgordijnen, rottende ramen en een laminaatvloer waar ik dreigde door te zakken. Het toilet bleek ook de badkamer: douchen deed je over de pot. Ik wist niet hoe snel ik moest wegkomen. De rest van de dag bracht niet veel beters: geurende afvoerputjes, besmeurde tapijten, gevaarlijke toegangsbruggen, niets bleef me bespaard.

Het flatje aan het grachtje

Twee keer lichtte ik op. Eén flat bleek verbazend ruim, maar ik zag de Rentokil-dozen nog net op tijd. Schoorvoetend gaf de makelaar toe dat de vorige huurster vertrokken was omdat ze bang was van muizen. Vlakbij het Binnenhof was een ander flatje werkelijk perfect. Het leek voor mij gebouwd en was prachtig ingericht. Maar de ramen zaten abnormaal hoog en als je reikhalzend naar buiten keek, zag je aan de ene kant een vieze gevel, aan de andere kant een werf die bouwvakkers de komende maanden met bonkende machines gingen dichtmetselen. Nog net niet huilend stapte ik ’s avonds op de Benelux-trein. Dit ging nooit lukken met een VRT-budget. Moest ik dan mijn spaarcentjes aanspreken om een beetje behoorlijk te kunnen wonen?

Na enkele weken waren we genoeg hersteld voor een tweede poging. Ditmaal kreeg ik nette ruimtes te zien, maar op maat van expats die maar een paar nachtjes per maand in Den Haag vertoeven. Schoenen en tassen zouden moeten thuisblijven. Ik zou moeten eten aan m’n bureau en in zo’n poppenkeukentje zou nooit meer dan een roerei gebakken worden. Met de moed der wanhoop sloften we naar de zoveelste verdoemde bezichtiging. Op het Lange Voorhout checkte ik m’n mails, misschien gingen die me opbeuren. Er was alweer een nieuwe aanbieding binnengekomen van een makelaar, vlakbij. Tegen alle verwachtingen in kreeg ik meteen een goed gevoel. Het flatje bleek zich ook nog eens aan een grachtje te bevinden! Het gebouw zelf was spuuglelijk, maar dat zag je niet als je erin zat: dan keek je juist naar andere mooie huisjes. Dit zou het wel eens kunnen worden.

Bij de bezichtiging wapende ik mezelf tegen het ergste, maar de ruimte leek zowaar groter dan op de foto’s. Nog altijd veel kleiner en duurder dan mijn oude Brusselse flat, maar hier zou ik kunnen wakker worden. Hier zou ik kunnen lachen, invallen krijgen en me goed voelen. Ik was klaar om de deal te sluiten, maar toen kwam de ontnuchtering. De makelaar toverde niet opgelucht een contract tevoorschijn. Integendeel: ik moest snel plaats maken voor de volgende bezoekers. Achteraf gingen ze alle kandidaten eens rustig screenen en ik zou gebeld worden. Misselijk van onzekerheid wankelde ik naar de trein en trillend nam ik ’s anderendaags de telefoon op. Het ging door. We hadden onze uitvalsbasis gevonden. Nu de verhuizing nog.

Sabine Vandeputte