"Congo-Brazzaville wou de Bruyne het land uitzetten"

Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) heeft zich in de Kamercommissie Buitenlandse Zaken verdedigd voor het terugroepen van ambassadeur Jan de Bruyne uit Congo-Brazzaville. "De Bruyne riskeerde sowieso om het land te worden uitgezet", zei Reynders in commissie waar hij vooral door de N-VA zwaar op de korrel genomen werd.

De Bruyne zou zich eind december tijdens een handelsmissie van het FIT (Flanders Investment and Trade) allesbehalve terughoudend hebben opgesteld. Zo liet hij zich laatdunkend uit over de Congolese president en diens regering en weigerde hij om Frans te spreken, en dat terwijl er in het gezelschap ook Waalse en Brusselse ondernemers waren. Hij pochte er naar verluidt ook mee dat hij de allereerste ambassadeur van N-VA-signatuur is.

De Bruyne werd na de feiten naar Brussel teruggeroepen voor een gesprek, een gangbare procedure die evenwel geen sanctie inhoudt. Maar na een telefoongesprek "op het allerhoogste niveau" en een rapport van het Congolese ministerie van Buitenlandse Zaken zagen de zaken er volgens Reynders enigszins anders uit.

De regering van de Congolese Republiek wond er geen doekjes om dat De Bruyne in het land nog maar moeilijk als diplomaat zou kunnen functioneren en dat hij zelfs een uitwijzing riskeerde, aldus Reynders.

Volgens Reynders kon hij, in het belang van de bilaterale betrekkingen niets anders, dan De Bruyne definitief naar Brussel terug te roepen. De administratie gaf de opdracht om een procedure op te starten met het oog op een "ordemaatregel", wat geen sanctie of een tuchtmaatregel is, benadrukte hij in de Kamer. Niets staat De Bruyne in de weg om eventueel later opnieuw een ambassadeurspost op te nemen.

De minister ontkende met klem dat het terugroepen van de ambassadeur een politieke afrekening was. De N-VA verwijt Reynders dat hij de hele zaak nodeloos heeft opgeblazen.