Fietsen, het is een manier van leven

Vandaag gaat op het Heizelcomplex in Brussel het 91e Autosalon open voor het grote publiek. Dit jaar staan de lichte bedrijfs- en vrijetijdsvoertuigen en moto’s centraal. Wie de blinkende bolides even achter zich wil laten, kan terecht in Paleis 2 voor "Fiets & Zo", een speciaal salon gewijd aan de wereld van de fiets. Na een afwezigheid van 10 jaar neemt de fiets zo weer zijn plaats in op de hoogmis van de auto.

De fiets, ’s mans beste vriend. Dat tonen niet alleen de kijkcijfers voor de Ronde van Vlaanderen of de Tour. Steeds meer mensen springen in hun vrije tijd zelf op de trappers, sportief of recreatief. Fietsknooppunten en -netwerken schieten als paddenstoelen uit de grond, het aantal wielerclubs is bijna niet meer te tellen. De fiets wint daarnaast almaar meer aan belang als alternatief om van en naar werk-school-hobby-supermarkt te geraken. Snel, gezond, ecologisch, geen parkeerproblemen, geen vertragingen… Voor veel stads- (en plattelands)mussen is de fiets stilaan het voordeligste en voornaamste vervoersmiddel geworden.

Die evolutie is ook Febiac, de organisator van het Autosalon, niet ontgaan. In samenwerking met de Fietsersbond en zijn Franstalige tegenhanger Gracq is er met "Fiets & Zo" voor het eerst in tien jaar weer een apart paleis voor de fiets. Febiac wil naar eigen zeggen "de fietsmogelijkheden in België in de kijker zetten en Belgische juweeltjes uit de sector promoten". En ja, er valt wel een en ander te spotten. Opvallend veel verschillende soorten elektrische fietsen bijvoorbeeld, wat er nog maar eens op wijst hoezeer die markt in de lift zit. Voor wie elektrisch fietsen aan den lijve wil ondervinden, is er een testpiste. Daarnaast is er uiteraard ook aandacht voor sportfietsen en krijgen fietsverenigingen, toerismebureaus en overheden ook de kans om hun sterke punten in de kijker te zetten.

Fietsen zonder streelmeisjes

"De laatste jaren was de fiets afwezig op het Autosalon, maar het feit dat Febiac er nu weer ruimte voor vrijmaakt, ook al is het in een soort achterafzaaltje, toont dat er in de hoofden iets aan het veranderen is", zegt Roel De Cleen, beleidscoördinator en woordvoerder van de Fietsersbond. "De fiets is niet meer weg te denken in de manier waarop we met mobiliteit omgaan en het stemt ons positief dat Febiac daarop inspeelt. Wij als Fietserbond willen de bezoekers van het Autosalon zeggen: "Kijk gerust naar al die auto’s, als je ook de fiets maar niet vergeet.""

De fiets krijgt op dit Autosalon bijlange niet zoveel ruimte en blingbling ter beschikking als de vierwielers (of het moet zijn dat fietsen geen streelmeisjes nodig hebben om zichzelf aan te prijzen). "De afgelopen tien jaar zijn er heel wat fietsbeurzen ontstaan die bijzonder veel volk trekken, denk maar aan Velofollies in Kortrijk eind deze maand. De grote spelers zetten daar sterk op in", zegt De Cleen. "Maar ik leer hier toch veel nieuwe Belgische bedrijfjes kennen die zich toespitsen op fietstechnologie, zoals Belua en Jaegher, een aangename ontdekking. Je ziet hier ook hoe de autofabrikanten de fiets exploiteren. Porsche staat hier, Smart stelt zijn e-bikes voor… Er bougeert iets in fietsland, een toe te juichen evolutie."

"Veel meer een bewuste keuze"

"Fietsen is veel meer dan vroeger een manier van leven geworden, a way of life", vindt De Cleen. "Vroeger had je twee soorten fietsen: klassieke fietsen en koersfietsen, zonder veel franjes, dat was het. Het aanbod is nu veel diverser. Allerlei types elektrische fietsen, vouwfietsen, stadsfietsen…"

"Bedrijven kiezen meer en meer voor snelle fietskoeriers en fietstaxi’s, in de steden maken bakfietsen en fietskarren furore. Vooral bij die laatste is het duidelijk hoe fietsen staat voor een bepaalde levensstijl, een bewuste keuze: een ecologisch, gezond en snel vervoermiddel, een alternatief voor de auto, die vooral in de stad meer een last dan een lust is. Op die nieuwe levensstijl moeten de overheid en wij als Fietsersbond meer inzetten."

Over fietsen als levensstijl kan Klaus Bondam een aardig mondje meespreken. De huidige directeur van het Deens Cultureel Instituut in Brussel was tot 2009 burgemeester van Kopenhagen. Met een doorgedreven beleid maakte hij van de Deense hoofdstad de meest fietsvriendelijke stad ter wereld, geroemd voor zijn fietsbeleid in binnen- en buitenland. "Wist je dat een kwart van de gezinnen met kinderen in Kopenhagen de bakfiets als voornaamste transportmiddel gebruikt?", zegt Bondam.

"Meer dan de helft van de inwoners gebruikt zijn fiets elke dag, een derde fietst elke dag naar school of naar het werk. In Denemarken zijn auto’s verschrikkelijk duur, veel duurder dan hier. Jonge mensen hebben geen budget voor een wagen en kiezen voor het meest voor de hand liggende alternatief, de fiets. Daar moet je als overheid op inspelen." Op stemmige foto’s zie je hoe fietsen een wezenlijk onderdeel vormt van Kopenhagen en zijn inwoners, en hoe de stad bewust ook alle ruimte durft uit te trekken voor fietsers.

AP2012

Brussel een beetje meer Kopenhagen?

Wordt dit ook de toekomst voor Brussel? Aan de inspanningen van Frederik Depoortere zal het alvast niet liggen. Depoortere werd in 2005 aangesteld als de eerste fietsmanager van het Brussels Gewest. In die hoedanigheid promoot hij fietsgebruik in de stad. Uitgangspunt is het Fietsplan voor Brussel. Belangrijk hierin is het verbeteren van de fietsinfrastructuur in het gewest. Want het aantal fietsers in Brussel neemt dan wel toe (de Wetstraat ziet er per dag gemiddeld 2.800), de voorzieningen blijven vaak achterwege.

"Dat heeft allerlei oorzaken", zegt Depoortere. "Je hebt bijvoorbeeld de specifieke situatie van Brussel. Op gewestelijk niveau bestaat er dan wel eensgezindheid over het Fietsplan, maar elk van de 19 Brusselse gemeenten moet dat dan ook nog toepassen." En hoewel ook Depoortere merkt dat er bij de mensen een mentaliteitswijziging aan de gang is, is er nog vaak een verschil tussen denken en doen. "Als je aan mensen vraagt of er meer groen moet komen in de stad, meer ruimte voor fietsers, dan zegt iedereen ja. Maar als dat dan betekent dat er voor hun deur minder parkeerplaatsen komen, tsja, dan is er protest."

Er zijn de voorbije jaren alleszins al veel inspanningen geleverd om Brussel fietsvriendelijker te maken. Er zijn al verschillende gewestelijke en gemeentelijke fietsroutenetwerken en er wordt werk gemaakt van de zogenoemde Groene Wandeling, een traject van meer dan 63 kilometer dat het gewest omsluit en waar wandelaars en fietsers parken en natuurgebieden doorkruisen. Voor inwoners van Brussel verleent de Groene Wandeling een makkelijke korte toegang naar de stad en naar openbaar vervoer. En zo kan Brussel misschien een beetje meer Kopenhagen worden.