Over verhuizen en verkeerde vrienden

Sommige dingen wens je niemand toe: een wrat op de neus, een onhandelbaar kind of een verhuizing. Het laatste was mijn deel. Ik had er zelf om gevraagd: ik wou niet sterven waar ik was. Maar de verhuizing had een aantal onverwachte en wrede lessen in petto.

Ten eerste confronteert het opruimen van oude spullen je met mislukte dromen en vergankelijkheid. Mocht dat schattige beertje alsnog mee naar Den Haag? Ja, maar dan als decoratie. Werd ik niet te oud voor die ongedragen ketting? Eigenlijk wel, maar ze bleef leuk om naar te kijken.

Ik had ook nooit durven denken dat een bescheiden etage zoveel dingen kon herbergen. Ik bleef de kartonnen dozen maar aanslepen. Vooral schoenen hadden zich de voorbije 10 jaar op miraculeuze wijze vermenigvuldigd. En toen ik de keukenkastjes leegmaakte, bleef het porselein maar komen – het leek alsof een goochelaarshand in witte handschoen de borden bleef aangeven vanuit een onuitputtelijke voorraad.

Die decemberdag nam ik daarom een hard besluit. Ik zou nooit meer iets kopen, behalve misschien koffie en zeep. De tweede helft van mijn leven kon ik makkelijk alles verslijten wat ik in de eerste helft blijkbaar had aangeschaft, dat was goed voor alles en iedereen. Ik bezwoer mijn naasten mij aan deze belofte te herinneren, zeker wanneer ik in de toekomst voor een etalage bleef talmen.

Spierkracht en handigheid

Omdat het Haagse flatje aanzienlijk kleiner was dan de Brusselse pied-à-terre, moest het grootste deel van de spullen gestockeerd worden op een zolder in Vlaanderen. En hier werd ik alweer met de neus op de vreselijke feiten geduwd: ik had de verkeerde vrienden.

Ik heb verschillende vriendinnen die erg goed koffie met me kunnen drinken, er zijn enkele homo’s die op afroep aankopen komen becommentariëren en dan heb je de intellectuelen voor het cynisme en de nieuwe inzichten. Maar als vrouw zonder vader, broer of man moest ik spierkracht en handigheid noodgedwongen inkopen.

De Brusselse verhuizers deden hun best, al hadden ze als Franstaligen geen flauw idee wat “breekbaar”, “keuken” en “badkamer” betekende. Na hun vertrek ontdekte ik dat ze er ook in geslaagd waren om mijn bureau verkeerd in elkaar te zetten. Een eerste inspectie van het flatje had ook al een resem mankementen aan het licht gebracht: verschillende toestellen waren kapot en er was een schrijnend tekort aan snoeren en contactdozen. Daar had ook mijn Nederlandse adresboekje van vriendinnen, homo’s en intellectuelen geen antwoord op.

De Cor-test

Maar zie: na een ochtend koortsachtig bellen reed ’s middags Cor voor, mijn nieuwe held. Cor was een breedgeschouderde huisvader met knoestige handen en een goedgevulde gereedschapskist. Daar had een meisje tenminste wat aan.

Urenlang deed Cor het onmogelijke: hij trok draden, plaatste stopcontacten en stekkerdozen en zette m'n bureau opnieuw in elkaar. Terwijl ik hem de nodige schroefjes aangaf, dacht ik aan de paradijselijke wereld waarin de vrouwen van dit soort mannen leven. Nooit meer tochtige ramen, lekkende kranen en kapotte wasmachines… Cor leek me ook snel tevreden: hij schepte plezier in z’n werk, zag meteen resultaat en een bord warm eten maakte de dag voor hem compleet.

Voortaan zou ik al m’n nieuwe vrienden onderwerpen aan de Cor-test: konden ze iets tillen en bezaten ze een boormachine? Dan zouden we verder praten. Voor de zekerheid zette ik het mobiel nummer van Cor toch maar in m’n telefoon. Enkele dagen later gooide Cor een gepeperde rekening in mijn nieuwe brievenbus. Maar ik betaalde ze met de glimlach.

Sabine Vandeputte is VRT-correspondent in Nederland