"Mijn mond valt open als ik over shariawetten hoor"

VRT-journalist Stijn Vercruysse is in Mali, waar de Franse troepen meestrijden met het Malinese leger tegen islamistische rebellen in het noorden van het land. Hij houdt voor onze website een dagboek bij. Lees hier het relaas van de voorbije dagen.
AP2013
Soldaten van het Malinese leger lijken op weg naar het front.

Donderdag 16 januari

2 uur 's nachts, tussen de luchthaven en het centrum van Bamako, worden we tegengehouden door militairen. Met een zaklamp doorzoeken ze onze auto. Ze zijn bang voor terroristen. Het zijn de enige militairen die we vandaag zullen zien. Het enige teken dat hier, in Mali, een oorlog bezig is. Een oorlog zonder beelden. Zelfs geen gsm-beelden op internet. Op de redactie in Brussel zag ik alleen maar beelden uit Bamako binnenlopen. Wij willen meer. Maar eerst even slapen.

Iets na achten, op het accreditatiebureau van het Ministerie van Defensie. We zijn hier voor een officieel document dat zegt dat we mogen werken buiten Bamako. Er is er één van het Ministerie van Informatie ook, maar we besluiten daar geen tijd in te steken.
Onze collega’s van de NOS, Koert Lindijer en Kees Broere, beiden Afrikacorrespondenten, zijn ons voor en hebben hun accreditatiedossier net afgerond. Koert en Kees lachen samenzweerderig en wensen ons veel succes.

We begrijpen snel waarom. We moeten een paar tientallen bladzijden vragen beantwoorden. Er wordt gevraagd of we fotokopies nodig hebben van achtergrondinformatie over Mali, wie onze familieleden zijn en welke mensen we allemaal willen interviewen met welke vragen. Een tijdrovende bezigheid.

AP2013

Ik bel met de kolonel die al die antwoorden moet goedkeuren en over de accreditatie moet beslissen. Of de hele procedure eventueel wat versneld kan worden omdat we Belgen zijn. De Belgen die het Malinese leger tenslotte ter hulp schieten. We worden uitgenodigd op zijn bureau om daarover van gedachten te wisselen, waarna we uitgebreid getrakteerd worden op zijn visie op het conflict. Na meerdere pogingen slagen we er uiteindelijk in het gesprek af te ronden met de vraag: zouden we die accreditatie vandaag nog kunnen krijgen? Antwoord: Oui… et non… De rest wil ik u besparen.

Fans van Hollande

In het centrum van Bamako gaat het leven voort. Het valt me op dat de straatventers massaal Franse vlaggetjes verkopen. Ik hoor dat pasgeboren kinderen “François” en zelfs “Hollande” genoemd worden.

Ik heb de "chef de village" van Konna aan de lijn. Die man ging na een officieel bezoek aan Parijs terug naar zijn stad als plots de moslimrebellen Konna aanvallen. Het startschot voor de Fransen om tussenbeide te komen. De chef de village is sindsdien niet meer in Konna geraakt. Hij wacht in Bamako, en ik wil hem interviewen. Maar hij heeft schrik. Zolang de islamisten zijn stad bezetten, wil hij niets zeggen.

Schooldirecteur Alassane Maiga daarentegen is een echte spraakwaterval. Hij heeft een heel scholennetwerk opgericht. De laatste school die erbij kwam, was die in Timboektoe. Hij was er nog op bezoek net voor de touaregs en de moslimextremisten de stad binnenvielen. Sindsdien –bijna een jaar geleden– is de school dicht.

Enkele leraars en kinderen zijn kunnen vluchten naar Bamako. Ik ontmoet ze in de school hier. Mijn mond valt open als ik hun verhalen hoor over leven met de shariawetten. Een ringtone op je gsm betekent zweepslagen, foute klederdracht wordt bestraft, bij diefstal wordt je rechterhand en linkervoet afgesneden.

De directeur is in Timboektoe gebleven. Dagelijks heeft Alassane met hem contact. Maar vandaag wil het niet lukken. Wellicht hebben de rebellen het netwerk platgelegd. Dat deden ze eerder al in Gao, ook in het noorden, om te beletten dat de bewoners informatie zouden geven aan de Fransen.

AP2013

Vrijdag 17 januari

Telefoontje nr. 6 naar de kolonel die nog steeds niet de tijd heeft gehad om ons accreditatiedossier te beoordelen. Lichte irritatie merkbaar in z’n stem. Ik zeg hem dat onze baas ons naar huis terugroept als we geen accreditatie krijgen. Terugbellen na het vrijdaggebed, is z’n antwoord, na de middag. Voorlopig kunnen we dus niet naar het noorden vertrekken. Andere journalisten probeerden zonder accreditatie, maar werden zonder pardon teruggestuurd.

De militaire luchthaven van Bamako dan maar. Een Franse militaire persman wil ons meenemen naar binnen omdat er net een Belgische C130 geland is. Amper een uurtje zijn onze jongens op Malinese bodem. Ze hebben een lading tenten en munitie voor de Fransen afgeleverd en staan al weer klaar om naar Abidjan in Ivoorkust te vertrekken.

Tegenover de Franse persman merk ik op dat er op het terrein weinig vooruitgang geboekt wordt. Hij bekijkt me alsof ik van mars kom. Zie ik dan niet dat de machtsontplooiing hier stapje per stapje wordt opgebouwd? Dit wordt geen oorlog van weken, bedenk ik, maar van maanden. Volgens de directeur van de luchthaven –een Vlaming godbetert– van jaren.

Hij ziet de enorme Antonovs die hier ’s nachts materieel en troepen komen leveren. Hij maakt de vergelijking met Afghanistan. Dat de moslimrebellen wel eens even moeilijk te bestrijden zouden kunnen zijn als de Taliban, kan ik wel geloven. Zij kennen als geen ander de woestijn.

Tussen een montage en een rechtstreekse interventie voor "Terzake" in, spreek ik met de hoofdredacteur van de publieke radiozender in Mali. Hij legt mij de verbanden uit tussen het moslimextremisme in Noord-Mali en het gijzeldrama in Algerije. En ik moet eens te meer vaststellen dat de problemen hier niet zullen worden opgelost met bommen alleen.

Telefoontje nr. 7 naar de kolonel. Hij klinkt opgelucht. Ze hebben hem bevrijd van zijn accreditatieopdracht. Er is besloten dat de accreditaties voortaan worden uitgereikt door het Ministerie van Communicatie. We moeten daar een nieuwe aanvraag indienen.
De radioman kent belangrijke mensen op dat ministerie. Een uurtje later hebben we onze accreditatie beet. We kunnen eindelijk noordwaarts trekken. Op zoek naar meer helderheid.

Stijn Vercruysse houdt ook de komende dagen voor ons zijn dagboek bij over de oorlog in Mali.