"Hier sterf je langzaam, elke dag een beetje meer"

Naar aanleiding van de aanpassing van de Europese asielwetgeving trok Katrien Vanderschoot naar Griekenland en Hongarije, twee landen aan de poorten van Europa die worden beschouwd als doorsluislanden voor vluchtelingen en illegale migranten. Voor deredactie.be maakte ze enkele portretten. Vandaag: de Afghaanse vluchteling Berous in Athene.

Een zaterdagavond in het centrum van Athene. Vanop het Syntagmaplein klinkt muziek, de afsluiter van de protestbetoging van die middag. Duizenden mensen waren mee opgestapt en hadden hun vuist een minuut stil in de lucht gestoken om Shezad Luqman te gedenken. De jonge Pakistaan was brutaal neergestoken door een brandweerman en een kompaan, het eerste dodelijke slachtoffer van leden van de extreem-rechtse partij Gouden Dageraad. Eerder waren al 400 migranten en illegalen afgetroefd door militanten of politie, zegt de voorzitter van de migrantenorganisaties.

In de portalen van de met graffiti besmeurde winkels ligt het vol vuilnis, de reinigingsdiensten spuiten hier en daar de trottoirs leeg met water. Wat verder zet de oproerpolitie al schilden klaar “voor wanneer het nodig zou blijken”. Het is zo al deprimerend om tussen deze moderne ruïnes te lopen. Maar de vele daklozen maken de miserie compleet. Ze liggen ingeduffeld in een donkere ski-jas, naast een plastic zak met wat kleren en hooguit een reepje chocola of een fles water; Een man kan nog net zijn benen wegtrekken voor de waterstraal. Hij is zijn werk kwijt, en nu leeft hij op straat. Zijn twee kinderen wonen nog bij zijn ex.

In een andere donkere hoek zit ook Berous te dommelen. Zijn hoofd met zwart krulhaar hangt gebogen over zijn knieën, zijn rechterarm is stijf naar voren gestrekt, met uitgestoken hand naar mogelijke Samaritanen. Ik zet me op mijn hurken naast hem, en dan komt zijn bebaarde gezicht en zijn glimlachende mond tevoorschijn. Vluchtelingen aanspreken heeft iets beschamends. Je zou hen willen beschouwen als een gelijkwaardige, als een mens. Maar ze hebben al hun waardigheid verloren. Misschien was Berous thuis in Afghanistan een persoon van aanzien. Hier is hij een verschoppeling.

“I come Herat”, “O yes, Herat, in the west of Afghanistan”. Zijn ogen beginnen wat te glanzen. Ja, ook hij is via Iran en Turkije met een vrachtwagen van mensensmokkelaars hier in Athene gedumpt, in de anonimiteit van de massa. Hij is geregistreerd, zijn vingerafdruk is genomen, hij kreeg een tijdelijke verblijfsvergunning om asiel te kunnen aanvragen. Maar eigenlijk wil hij hier geen asiel aanvragen. Het zou niet lukken – slecht 11 Afghanen hebben een vluchtelingenstatus gekregen vorig jaar – en bovendien wil hij naar zijn vrouw en twee kinderen die al in Duitsland zijn geraakt.

Maar of Berous daar ook in zal slagen is maar de vraag. Geen geld, geen voedsel, geen onderdak, geen medische hulp. Lager kan je niet vallen. Het is zoals een andere Afghaan me zei: “eigenlijk was het beter in Afghanistan, daar ben je tenminste meteen dood als de taliban je willen vermoorden, hier in Athene sterf je langzaam, elke dag een beetje meer."

De Dublin-regeling

Volgende maand bestaat de Dublin-regeling 10 jaar. Ze bepaalt welke Europese lidstaat verantwoordelijk is om een asielaanvraag te behandelen. In de praktijk was dat het eerste land waarlangs een mogelijke asielzoeker de Unie binnenkwam.

Het systeem is al aangepast maar vertoont nog veel lacunes, zeggen vluchtelingenorganisaties. Gezinnen blijven apart, asielzoekers krijgen vaak geen eerlijk onderzoek worden te lang opgesloten of teruggestuurd naar landen waar hun rechten niet worden gerespecteerd. En ook lidstaten klagen dat ze teveel op hun schouders krijgen.

Een nieuwe regeling, Dublin III, ligt klaar om te worden goedgekeurd door het Europees Parlement. Katrien Vanderschoot trok in het kader daarvan naar Griekenland en Hongarije.