De verandering

In deze stad is geen natuur om als kompas te dienen. De meeste inwoners zijn goedkope passagiers uit een onfortuinlijke verte. De stemming op hun gezichten verraadt minder gevonden geluk dan verhoopt. Ze heeft het hen nooit gevraagd.

Bij het oversteken hoeft ze nauwelijks op te kijken. Het is een verlaten straat en kasseien laten zelfs op stadsachtergrond auto's van ver klinken. In de goot een blikje huismerk-powerdrink. In dit soort wijken wordt dat spul nog zonder scrupule of terughoudendheid binnengegooid.

“Dit soort wijken”: achterstand, kansarm, onveilig, kinderen op straat een turf groot die oude dametjes hun handtas deden omklemmen. Klieren ze daardoor zo routineus, ook tegen haar? Hun blik: tussen wantrouwig defensief en afwachtende schrik. Betrapt op kind zijn. “Gaat gij daar wandelen?” In dit soort wijken wordt niet geveegd door een man die een koord vol babyspeentjes vooraan zijn kar heeft, als een woordeloos filosofische bespiegeling over zijn werk en de menselijke natuur. Ze kan het niet anders voelen dan eerlijker.

Liever illusoir

Ze kijkt naar de punt van steeds verdwijnende en jachtig verder stappende laarzen. Raakt een niet helemaal tegenstrijdig gevoel niet kwijt: dat dit enerzijds elke dag ter wereld, in elke tijd kan zijn. Anderzijds: dat er iets essentieels verschoven is vandaag.
Het is niets met de lucht, alleen hoe die lijkt. Het zou een winter kunnen zijn die zacht is. Waarin niets bijt in je wangen, niets verfrissend wit blijft. Koud genoeg om het metrorooster weldadig te laten voelen.

In deze stad is geen natuur om als kompas te dienen. De meeste inwoners zijn goedkope passagiers uit een onfortuinlijke verte. De stemming op hun gezichten verraadt minder gevonden geluk dan verhoopt. Ze heeft het hen nooit gevraagd. Vreest dat met een gesprek het hek van de dam raakt. Dat ze zouden vragen om slaapplaats, om vriendschap, financiële gift, kortom meer dan ze wil geven.
Dan liever illusoir vrijgevig en afstandelijk.

Misschien willen ze iets lijfelijks. Ook daarom kijkt ze naar de grond: omdat blikken dan nooit kruisen. Vroeger gingen straatjongens wel eens omgekeerd voor haar neus hangen, lachend. Het was een dunne lijn tussen niet en wel reageren die langs beide kanten in instant agressie omsloeg. Bedreiging die haar lijf zich herinnert.
Ze blijft naar beneden kijken. Gewoonte die zichzelf stilaan overbodig maakt. Haar gezicht veroudert. Ze dacht een tijdje dat alleen zij het zag, maar de reacties verminderen en bevestigen haar waanidee als gegrond en realistisch.

Als een strohalm

Op dit punt kan ze bijna de dralende asielzoekers rond het duisterste kasteel van België aanspreken zonder in hun ogen de hoop te zien op nieuwe toekomst en tweede kans. Met haar. Het zal nog een paar jaar duren: die knullen grijpen elke afgetakelde vrouw als een strohalm. Voor de poort, het jaar rond, in T-shirts. Vlaggen rond hun lijven die teveel betekenis en leed dragen. Sweatbroeken voor revalidatie. Onzichtbare touwtjes rond het middel, die hen vastbeitelen in de open plek tussen alle kamers vol TL. Badmeestersloffen, goed voor slenteren tot hun toekomst bezegeld wordt; van links naar rechts. Terug-hierheen, terug-hierheen. Het zou een iets te kil maart kunnen zijn, op doorbreken van de lente. Ze hoopt het voor hen. Ze begrijpt waarom vrouwen van middelbare leeftijd aan liefdadigheid en vrijwilligerswerk gaan doen en schaamt zich licht.

Deze berichten

Ze weet niet of ze de rust moet verwelkomen of jeugd en schoonheid betreuren. Ze leest nu vaker de ernstige stukken van de krant. Vroeger, toen het leven eeuwig was, las ze artikels over lipstick. Geloofde ze nog ook. Ze weet dus niet of vroeger nieuws ook hiervan overliep.

Deze berichten. Een journalist, veroordeeld om zijn mening. Eén symbolische euro. Een klein blaadje: 5000 euro om een spotprent. Alleen satirische bladen mogen spotprenten publiceren en vrijheid van meningsuiting genieten, zegt de rechter. Ze leerde ooit die rechtspraak uit het hoofd, en de artikels verschillen merkelijk in haar herinnering. Ze kent de term 'precedent'. Rilt over de tendens.

De dag erna: een artikel over een Thais journalist, de cel in om kritiek op het regime. Haar collega's en hun grappen: gelukkig was het hier nog niet zo erg. Ze vroeg zich af of ze de enige was die parallellen zag, verschillen alleen op een zelfde hellend vlak. Of haar ongerustheid schijn is.

Instant-vrienden

Geen week erna stelt Europa een commissie voor perspraktijken voor. Zij stapt. Ze stapt en kijkt één moment omhoog naar de buildings. Ze weet ze bevolkt door de dure passagiers in deze stad, die vier jaar blijven en dan verder trekken tussen koekoek en zwaluw. Soms proberen ze vrienden met haar te worden. Het lijkt weggeworpen tijd en gevoelens. Hong Kong, Genève, Singapore wachten. Zoals ze even genieten van haar stad, geen belastingen betalen maar wel kritiek hebben; wonen maar nooit renoveren; zoals hun kolonies de stad in stukken breken als rode termietenbergen in een bos: zo hebben ze ook instant-vriendschappen één vingertje diep. Een perscommissie vol instantvrienden. News of the World: ze kent die namen. Weet anderzijds dat pers zichzelf beter monitort dan een trage, onkundige commissie. Een commissie met eigen belangen. Die, in tegenstelling tot pers zelf, eerder censuur dan aanklagen hanteert.

Ze kijkt naar haar steeds verdwijnende zwarte laarzen. Denkt aan politici die met fotografen woningen binnendringen en daar concurrerende zieke collega's bossen bloemen in de hand stoppen. De foto in haar kranten op dezelfde dag dat de Europese collega's pers wilden gaan monitoren. Ze kijkt naar de grond. Het is veiliger dan een lucht met teveel verdiepingen aan zijn randjes. Verankert haar; indien niet aan de grond, dan toch aan het asfalt.

Cindy

Ze trekt haar regenjas dichter om zich heen. Loopt voorbij een kleine bollige mediterraanse man. Vraagt zich af of hij haar in een hokje plaatst: te hoge laarzen, te glimmende regenjas. Stapt voorbij vrouwen hangend op de straat, wachtend op weer eens niemand. Van een vrouw vlak naast haar leunend in een deuropening ziet ze alleen de dijen: fluowielrennersbroekje, naakt mokka tussen alle grijs. Benen zo breed als haar eigen middel en zo rond als een fietsband. De man achter haar: “Ah, la belle Cindy!” Nu krijgt hij een vakje bij haar. Dit is een buurt waar elke Cindy als Pedro geboren is. Misschien is het februari, wordt het zo dadelijk zomer en is er niets om je ongerust om te maken.

Daklozen

Ze stapt voorbij een trendy café, waar haar taalgenoten samentroepen in eilandjes zodat ze niets hoeven te zien. Ze integreren zich en doen niet moeilijk. Alleen heel rijke Brusselaars klagen over de daklozen, stervend op hun drempel. Niet om de sterfte. Om hun drempel. Verhuizen naar Wemmel. Grimbergen. Dilbeek, waar Vlamingen zelfs in het zwembad slagzingewijs thuis zijn. Omdat je onder de schoolslag zoveel Nederlands praat. Omdat Engels minder erg is dan Frans.
Good riddance, denkt ze, en discrimineert dus toch. Misschien is het een uitzonderlijk soort juni, het soort dat records breekt maar niet onmogelijk is. Misschien heeft elke vrouw een zomerjurkje onder haar knielange jas en een truitje tussenin, hopend dat er plots zon zal doorbreken, ze de laagjes kan afpellen, ontspannen en de lach kan gebruiken die ze klaar had. Dat het zomer is na vijftien maand donker.

Misschien

Ze herinnert zich headlines. Verboden sneeuwballen, homo's achter loketten, hondeneigenaars als speurders. Ze kan de indruk niet van zich afschudden dat dit geen nieuws is maar bezigheidstherapie. Dat er nieuws gemaakt wordt maar zij daar simpelweg niets van hoort. Ze leest beweringen en weet dat ze onwaar zijn. Ze kent research, weet het omgekeerde. Zwijgt. Onderzoek is niet in. Goed kunnen praten en geruststellende duidelijkheid zijn in. Ze zwijgt. Ze stapt. Misschien is het een winter die niet piekt en niet bijt en zich uitstrekt. Zonder eind, zonder hoop op zomer. Mankeert ze een vitamine die niet meer gemaakt wordt in haar zonnemissend lichaam. Misschien verandert er echt iets. Iets dat zij niet vatten kan maar wil helpen tegenhouden.


Ze weet niet wat. Ze stapt. Verder.

Celia Ledoux

 

(De auteur is columniste en schrijfster.)

 

@Allen: Reageren op deze blog impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

lees ook