Schijnbaar veilige ruimtevaart

Afgelopen vrijdag herdacht de NASA, naar aanleiding van de tiende verjaardag van de ramp met het Columbia ruimteveer, alle leden van de NASA-"familie" die in het kader van de ruimtevaart om het leven kwamen. Hoe veilig is het nu?
labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Dit is het ideale moment om stil te staan bij de vraag of de NASA voldoende lessen heeft getrokken uit rampen zoals deze met de Columbia, of met het Challenger ruimteveer 17 jaar eerder.

Recent werd het nieuwe NASA-programma voor de menselijke ruimtevaart opgestart, dat aanvangt met de bouw van een nieuw ruimteschip: de Orioncapsule. Deze zou kleiner, eenvoudiger, en veiliger zijn dan de spaceshuttle. Omdat de Orion een aantal problemen van de spaceshuttle vermijdt – ze zou niet geraakt kunnen worden door rondvliegend puin, en evacuatie van de bemanning zou mogelijk zijn bij serieuze problemen met de draagraket – is ze dan ook werkelijk veiliger? Helemaal niet!

Een nieuw design houdt steeds bepaalde risico’s in, en om deze in te dijken zijn vele nauwkeurige veiligheidstests nodig. Verder is het belangrijk dat mogelijke risico’s die dergelijke tests aan het licht brengen niet worden geminimaliseerd, zoals men in het verleden vaak deed (met voorgenoemde rampen tot gevolg!). Veiligheidsproblemen moeten grondig worden aangepakt, bijvoorbeeld met fundamentele wijzigingen in het design in plaats van met oppervlakkige remedies.

Misleiding

In recent onderzoek naar NASA-praktijken voorafgaand aan de Challenger-ramp, hebben we aangetoond dat verschillende NASA-praktijken – o.a. onderzoek door ingenieurs en het beoordelen en doorgeven van de resultaten door middenmanagers – al te vaak resulteerden in misleidende beweringen. Meer specifiek bleek uit ons onderzoek dat de betrokkenen het ruimteveer en haar onderdelen veiliger voorstelden dan ze eigenlijk waren.

Dit zou kunnen verklaren waarom de personen bovenaan de NASA-hiërarchie beslisten om de Challenger te lanceren, ondanks het feit dat er op lagere niveaus in de hiërarchie indicaties van onveiligheid waren. Laat ons hier één van de vele voorbeelden van misleiding kort schetsen.

Te koud

Op de dag van lancering rapporteerde middenmanager Stanley Reinartz aan directeur William Lucas dat de ingenieurs zich zorgen hadden gemaakt over de veiligheid ten gevolge van de lage temperatuur die dag. Na rijp beraad zouden volgens Reinartz alle NASA-ingenieurs toch besloten hebben dat de lage temperatuur geen veiligheidsrisico’s inhield.

Ze zouden zelfs unaniem hun akkoord gegeven hebben tot lancering. Dit klopte echter niet. Verschillende van NASA’s meest ervaren ingenieurs hebben nooit hun fiat gegeven voor lancering. Ingenieur Roger Boisjoly had zelfs op alle mogelijke manieren geprobeerd het NASA-management te overtuigen toch maar niet over te gaan tot lancering!

Zware druk op de schouders

Hoe komt het dat misleiding, zoals door Reinartz, mogelijk was? Volgens ons ligt de oorzaak bij de financiering van de ruimtevaart. In het verleden keken de investeerders vooral naar het aantal lanceringen per jaar en de kost van de betreffende activiteiten. Hoe meer lanceringen per kost, hoe hoger de efficiëntie, en dus hoe interessanter de investering.

Vanuit deze visie ondermijnen meer (dure en tijd bestedende) veiligheidstests de efficiëntie, en dus ook de kans om aanspraak te maken op verdere investeringen. Dit legt een zware druk op de schouders van het NASA-personeel. Als ze aanspraak willen maken op verdere financiële ondersteuning, moeten ze het aantal lanceringen per kost maximaal houden.

Dit maakt het moeilijk voor hen om kenbaar te maken dat er nog bepaalde onaanvaardbare risico’s zijn en dat meer veiligheidstests hoogstnoodzakelijk zijn. Ze kiezen dan vaak de makkelijke weg en stellen het ruimtetuig en haar onderdelen veiliger voor dan ze eigenlijk zijn.

Anders financieren

Als we ruimteongelukken in de toekomst willen vermijden, moet dus de financiering van de ruimtevaart veranderen. Het criterium mag niet zijn aantal lanceringen per kost, maar aantal nuttige activiteiten per kost. Deze activiteiten kunnen zowel lanceringen zijn als veiligheidstests. Als de NASA aantoont dat ze haar bronnen nuttig besteedt – of aan het lanceren van ruimtetuigen of aan het verhogen van de veiligheid – dan volstaat dit volgens ons om aanspraak te maken op verdere financiële steun.

Op die manier wordt de ruimte en tijd gecreëerd om veiligheidsproblemen grondiger aan te pakken. Als men niet een dergelijke manier van financieren hanteert, maar vasthoudt aan traditionele financiering, dan blijft het risico op misleiding reëel. Bijgevolg blijft ook de kans op een volgende ruimteramp reëel, zelfs als het nieuwe ruimtetuig de labels ‘kleiner’, ‘eenvoudiger’, en ‘veiliger’ draagt.

Jan De Winter & Laszlo Kosolosky

 

(De auteurs zijn wetenschapsfilosofen aan de Universiteit Gent.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.