"Inburgeren in Amerika"

Oh, Amerika! Blauwe, zuivere lucht, grote brede lanen zonder vuiltje of stof, mooie (witte) huizen, vriendelijke taxichauffeurs, uitnodigende buren! Het doet vijf jaar China wel allemaal heel snel vergeten. En toch. Wonen en werken in twee verschillende grootmachten doet je onwillekeurig ook veel vergelijkingen maken. Onterecht natuurlijk, want je vergelijkt geen appelen met citroenen. Maar na een inburgeringstraject van een maandje begint een en ander op te vallen.
Tom Van de Weghe volgt Greet De Keyser op als correspondent in Amerika. Daarvoor was hij VRT-correspondent in China.

Neem nu de aanvraag van een sociaalzekerheidsnummer. Zonder kun je hier niets geregeld krijgen. Van het aanvragen van een telefoonnummer tot het aankopen van een auto. Voor alles heb je je "socio" nodig. Na enkele uren aanschuiven aan het loket en een diepgaand gesprek met een ambtenaar ben je eindelijk...een nummer. In China word je als "alien" op een andere manier in de gaten gehouden, zonder dat het je veel moeite kost.

Met dat sociaal zekerheidsnummer, je huurcontract en je paspoort mag je je vervolgens in levenden lijve gaan aanbieden bij de verschillende leveranciers van nutsvoorzieningen. Gas, water, elektriciteit. Openingsuren? Van 8 tot 16 uur. Manueel vul je enkele formulieren in en schuif je weer aan. Online registeren? "Sorry sir, not yet." Betalen? Liefst met een cheque, meneer. 2013.

In China sluit je je aan op het gas- en elektriciteitsnetwerk door in de bank of in de winkel een "prepaid card" aan te schaffen. In een fractie is het geregeld. Heropladen gebeurt aan een automaat. Een snelle internetlijn bestel je na registratie online. De volgende dag is het geïnstalleerd. 2013. In Amerika heb je iets meer geduld nodig. Het duurt twee weken vooraleer iemand komt opdagen. Na vier uur kabeltjes leggen mag je eindelijk op het wereldwijde web.

Facturologie

Als consument weet je in China vaak niet wat je precies betaalt, omdat je op markten en in winkels meestal moet onderhandelen en afdingen op de prijs. De sterkste, of beter de sluwste, wint. Je kunt met een goed gevoel de markt verlaten, met het risico dat je een halfuur later moet vaststellen dat je je stevig hebt laten bedriegen. Welkom in China.

Je zou het niet meteen verwachten, maar ook in Amerika heb je als consument vaak de indruk dat je in je hemd wordt gezet. Vooral wanneer je facturen krijgt waarbij je een vergrootglas moet nemen om ze te ontwarren. Het lijkt wel alsof je eerst een studie "facturologie" achter de rug moet hebben om alle extra kosten en taksen te ontdekken die extra worden aangerekend.

Ten einde raad besluit je de klantendienst te bellen en krijg je een vrouwelijke computerstem te horen die alleen reageert als je "ja" of "neen" antwoordt op haar vragen. Gewoon doorverbinden met een operator lukt niet, daarvoor moet je eerst het hele menu doorlopen en een wachttijd van gemiddeld 15 minuten doorstaan. Je zou voor minder ophangen en uit pure wanhoop de te hoge factuur betalen. Welkom in Amerika.

Schaamrood

Net zoals in China hangen de straten ook hier vol met bovengrondse leidingen en draden. Enig verschil: in China zijn er nauwelijks bomen in het straatbeeld die bij de kleinste storm de draden afrukken. Een maand in de VS en we hebben onze eerste stroomstoring al achter de rug omdat de wind een tikkeltje te hevig had geblazen.

Van zodra het een centimeter gesneeuwd heeft, word je via sms gewaarschuwd dat de school van de kinderen met twee uur vertraging zal beginnen "due to emergency weather". In winkels zie je lange rijen mensen die uit voorzorg batterijen en water inslaan. Paniekvoetbal? De buurvrouw lijkt zich te verontschuldigen: "Oh, we're such babies here!" Wanneer we enkele dagen later bij diezelfde buren uitgenodigd worden om de Super Bowl te bekijken en een stroomonderbreking het tv-event van het jaar verlamt, staat het schaamrood hen op de wangen.

Dat de Amerikaanse infrastructuur hopeloos verouderd is, merk je ook in en rond de hoofdstad. Opgebroken asfalt, putten in de wegen, aftandse bruggen en defecte metrostellen zijn niet ongewoon in Washington DC. Er wordt nauwelijks geïnvesteerd wegens geldgebrek. Het contrast met Peking is groot, waar een wegdek om de twee jaar een nieuw laagje asfalt krijgt en dag en nacht gewerkt wordt aan het grootste hightechmetronetwerk ter wereld.

"Bulgarian in Belgium"

Is het in Amerika niet eenvoudiger om mensen voor de camera te krijgen dan in China? Je zou het verwachten, maar niets is minder waar. Tv-ploegen lijken voor een Amerikaan eerder lastige vliegen die hij moet afslaan. Als je komt aankloppen voor een interview, en je vertelt dat je van België bent, zie je de wenkbrauwen vaak naar omhoog gaan. "Belgium, they speak Bulgarian there?" Yeah, right!

Een Amerikaan is het medium tv al decennia gewoon. Er is een overaanbod aan zenders (ik heb het even nageteld op mijn tv-toestel, ik heb er ongeveer 350 zitten, en da’s zowat het goedkoopste abonnement). Er is weinig belangstelling voor een gastoptreden in het buitenland, want dat buitenland kan de meeste Amerikanen gestolen worden. Het betekent hier dus nog méér investeren in eindeloze telefoontjes en e-mails om iemand over de streep te trekken.

Als een Chinees door een Belgische tv-ploeg wordt gecontacteerd, zal hij eerst weigerachtig staan, omdat het medium tv (en zeker buitenlandse tv) hem nog min of meer onbekend is. Maar na wat aandringen hapt hij meestal toch toe om geïnterviewd te worden. De reden? Met een "niet-Chinees" tv-station is de kans gering dat de Chinese overheid er achteraf iets van te zien krijgt en de geïnterviewde op de vingers tikt. Het is ook pure exotiek als je in China kunt vertellen dat je op de Belgische televisie bent geweest.

En wat als je bij de overheid wil aankloppen? In China weet je dat je als buitenlandse pers sowieso geen gehoor krijgt bij de meeste overheidsinstellingen. Hier blijkt het tot mijn verbazing net zo het geval te zijn. Wil je over iets "gevoeligs" een gesprekje, zoals haperende metrostellen die geleverd zijn door een Italiaanse firma of stroomonderbrekingen, dan sturen ze jou wandelen. "We geven onze voorkeur aan communicatie met de media van hier", klinkt het. Eerlijk is eerlijk.

Tom Van de Weghe, VRT-correspondent in Amerika