Schoonmoederverdriet

Of ik een boek over schoonmoeders zou willen schrijven. Eentje ter verdediging van schoonmoeders, wel te verstaan. De vrouw die het me vraagt is al drieëntwintig jaar schoonmoeder. Een ervaringsdeskundige, kortom. Zeventien was haar zoon toen hij de vrouw van zijn leven ontmoette. Er zijn intussen drie kinderen uit die liefde geboren. En daar wringt het schoentje, want de schoondochter heeft beslist dat de schoonmoeder die niet meer mag zien.

Kleinkinderverbod

Vroeger mocht dat wel, zo meen ik uit het gesprek op te maken. Nu niet meer. Waarom wordt me niet helemaal duidelijk. Haar ook niet.

‘Je leest er zo weinig over’, zegt de vrouw. ‘In de Nederlandse Libelle wel, maar hier zelden of nooit.’ En of ik haar verhaal zou kunnen neerschrijven. Ze is bereid me de hele situatie uit de doeken te doen. Van naadje tot draadje. Het probleem moet meer aandacht krijgen, vindt ze.

Terwijl ze praat probeer ik me voor te stellen met welke ogen die schoondochter naar haar kijkt. En met welke oren ze luistert. Wat vindt zij zo verschrikkelijk aan deze vrouw dat ze op afstand van haar kroost moet worden gehouden? En vooral word ik nieuwsgierig naar de zoon, de echtgenoot van de schoondochter, de man die op zijn zeventiende besloot: met deze vrouw wil ik mijn leven slijten. Kan híj het niet voor zijn moeder opnemen?

Een beetje een slappeling

‘Tja, mijn zoon’, zegt ze.
Ik meen te begrijpen dat de zoon zich liever niet de toorn van zijn vrouw op de hals haalt. Toch wel een beetje een slappeling, denk ik. Maar ik zeg het niet.

Er is een andere zoon, wiens kinderen de vrouw goddank wél mag zien. Die overweegt nu om de zaak bij zijn broer aan te kaarten. Dat lijkt mij een beter plan dan een boek. Ik voel me niet geroepen om een poging te ondernemen het kluwen aan misverstanden te ontwarren. Of zelfs maar in kaart te brengen.

Dit soort verhalen maakt me altijd een beetje bang. Wat als ik op een dag van mijn stief/schoon/’echte’ kinderen zo’n berichtje krijg? We willen je niet meer zien, Kristien. Blijf uit onze buurt en uit die van onze kinderen!

Tobben maar

Je hoort het wel vaker. Soms is het de schoondochter, soms de schoonzoon, dan weer de dochter of de zoon. Een verklaring wordt zelden of nooit gegeven. Het voornemen wordt meegedeeld, zonder tekst of uitleg, als de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel. De bom die valt. De getroffen ouder of ouders worden veroordeeld tot eeuwig piekeren: Wat heb ik/hebben wij verkeerd gedaan? Vanwaar die woede? Of die haat? Die kilte?

Ik heb het nooit omgekeerd gehoord: ouders die aankondigen dat ze geen contact meer wensen met hun kinderen. Of kleinkinderen. Het komt vast voor, zoals álles voorkomt, maar berichten hierover hebben me nooit bereikt.

HIs het iets van deze tijd?

Waar komt die drang vandaan om zo radicaal te breken? En ook: is het iets van deze tijd? Dat denk ik eigenlijk wel. Misschien werd vroeger meer de schijn hooggehouden. Misschien durven mensen vandaag meer voor zichzelf op te komen. Ze zeggen: dit is mijn gevoel/mijn mening/mijn visie/mijn wens en daarnaar wil ik handelen, of jullie dat nou prettig vinden of niet. Punt.

Zou de radicale breker zich daar dan goed bij voelen? Denkt hij/denkt zij: hè, hè, nu kan het leven eindelijk voor mij beginnen? Of knaagt het aan het geweten, het hart, de ziel? Kost het dagelijks een inspanning om het been stijf te houden? Ik denk haast van wel, maar misschien zie ik die dingen verkeerd.

Kristien Hemmerechts

(De auteur is docente en schrijfster.)

@Allen: reageren op deze blog impliceert dat u zich schiktnaar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

lees ook