“Ah, les Italiens …"

De verzuchting zou van Charles de Gaulle zijn, maar zeker is dat niet. Hoe dan ook doen we graag hoofdschuddend over de Italianen en hun land. De verkiezingscampagne draait daar momenteel op volle toeren, ze entertaint ons, het is een soort hedendaagse ‘opera buffa’. Met Silvio Berlusconi op het affiche kon dat moeilijk anders.

Alle boeken over het naoorlogse Italië hebben het over de Eerste en de Tweede Republiek. De eerste heeft een halve eeuw geduurd en was die van de christendemocraten. Omkoopschandalen maakten er een einde aan, de machtige christendemocratische partij spatte uiteen in splintergroepen. Bij de verkiezingen van 1994 leek centrum-links het te gaan halen maar het was de schandalig rijke, rechtse populist Berlusconi die premier werd. Met zijn geld kocht hij politieke ‘vrienden’, met zijn media-imperium populariteit. Hij liet het parlement wetten op zijn maat maken en kon zo uit handen van het gerecht blijven. Hij hield het, met enkele onderbrekingen, zeventien jaar uit. Ongelooflijk eigenlijk.

Ik wacht op een doorwrocht boek waarin mij wordt uitgelegd hoe deze slimme clown dat voor elkaar heeft gekregen. En wat de Italianen bezielde om hem zo lang te verdragen.

Il Cavaliere …

Toen hij eind 2011, helaas niet door de kiezer maar door de financiële markten, de laan werd uitgestuurd, dachten we dat hij zich op zijn Sardinisch landgoed terug zou trekken om van zijn pensioen (hij is 76) en zijn vijftig jaar jongere vriendin te genieten. Het normale democratische spel werd on hold gezet,

Economieprofessor en gewezen lid van de Europese Commissie Mario Monti, il Professore, kwam aan het hoofd van een regering van technocraten. Met de halfslachtige steun van Berlusconi en de iets minder halfslachtige van de socialisten kon Monti een bezuinigingsprogramma op gang trekken, geheel naar de smaak van Merkel en de Commissie: het pensioenstelsel werd aangepakt en er kwam een belasting op de eerste woning. Maar Berlusconi nam ons weer bij de neus: hij trok zijn steun aan Monti in en kondigde zijn comeback aan. Monti nam ontslag. Verkiezingen dus, naar het zich liet aanzien tussen twee blokken, centrum-links, de Partito democratico van Bersani, en rechts, het Popolo della libertà van nog maar eens die duivelse Berlusconi.

… tegen il Professore

Il Cavaliere heeft zo zijn redenen om weer mee te doen. Een aantal koppige rechters zit hem op de hielen; verkozen worden is voor hem de beste manier om enkele gerechtszaken te laten verjaren. Bovendien weet Berlusconi dat Monti met zijn bezuinigingen de modale Italiaan pijn doet. Op mijn eerste ministerraad, belooft hij, laat ik die belasting op de eerste woning weer afschaffen, ik ga ze jullie zelfs terugbetalen, dus waarom zouden jullie niet opnieuw voor mij stemmen?

Maar Monti gooit roet in het eten. Aangepord door ‘Europa’ (Brussel, Berlijn en Frankfurt) besluit hij zich om te scholen van technocraat tot politicus. Hij stampt met de hulp van een werkgeversgroep, een christelijke vakbond en een “lista civica” van partijloze prominenten, een nieuw politiek centrum uit de grond. Eigenlijk vind ik dát het belangrijkste nieuwe feit van deze campagne. Berlusconi beseft dat Monti vooral bij hem stemmen zal wegtrekken. Zijn enige kans op overleven is de Lega Nord weer aan boord halen, de xenofobe en autonomistische partij uit het welvarende Lombardije. Die willen hem niet als premier, maar met Buitenlandse Zaken of Economie neem ik ook vrede, zegt il Cavaliere.

Aardig ook hoe Berlusconi zich uitspeelt tegen Monti: een wereldvreemde professor tegenover de gehaaide zakenman annex regeringsleider; een man die teert op een veilig professorenpensioen tegenover iemand die de risico’s van een bedrijf torst. Dat zegt de waarschijnlijk rijkste man van Italië.

“Deze zender is van mij”

Is Italië anders dan wij? Enigszins wel. Een paar structurele verschillen hou je best altijd in het oog. Als je bedrijfsleiders bij ons mag geloven, dan zijn het in de eerste plaats de hoge arbeidskosten die hen tegenhouden om te investeren. Uit een enquête blijkt dat die handicap in Italië pas op de derde plaats komt. Een veel grotere rem op investeringen zijn de inefficiënte bureaucratie en de corruptie. Eén voorbeeld maar: burgerlijke rechtszaken slepen gemiddeld acht en een half jaar aan. Anders is Italië ook op het vlak van informatie.

Ik heb nog niemand in de campagne zijn stem horen verheffen tegen het monsterlijke quasi-monopolie van Berlusconi van de commerciële televisie. In het journaal van één van zijn eigen zenders, Sky 24, zei Berlusconi tegen de journalist die het had gewaagd iets tegen te werpen: “Als ik een redenering begin heb ik niet graag dat ik ze niet kan afmaken. Dat is net zoals een song die vóór het einde wordt afgebroken”. De journalist: “Maar ik maak toch geen deel uit van uw orkest?”. Waarop il Cavaliere, met een glimlach: “U speelt in een orkest dat door mij werd opgericht. Questa televisione l’ho fondata io!”.

Demos

Zopas hoorde ik Dario Fo op Radio24, recht voor z’n raap, een eigenschap die hij deelt met Berlusconi: “Shakespeare zei dat de leugenaars één groot gebrek hebben, ze herinneren zich nooit wat ze gezegd hebben. Dat is perfect van toepassing op Berlusconi. Zelfs de sloomsten onder ons worden ooit wakker en beseffen dat die kerel ze in de zeik neemt! Wie vandaag voor Berlusconi stemt is gewoon stom.” Over twee weken zal blijken of Mario Monti hem voldoende stemmen kan afsnoepen om hem tegen te houden. In dat geval kan hij een coalitie aangaan met centrum-links van Bersani en krijgt hij van mij een applausje.

Afgelopen week kreeg Monti in de Brusselse Bozar zelfs tweeduizend paar handen op elkaar. Toen Cohn-Bendit de Berlusconi-jaren “une farce de la démocratie” noemde, antwoordde Mario Monti: “C’est nous, les Italiens, qui l’ont élu”. Maar eigenlijk ging het die avond vooral over Europa. Tegen diegenen die beweren dat er niet zoiets als een Europees volk, een Europese ‘demos’ bestaat, zei Verhofstadt: “Die ‘demos’, dat zijn wij, de mensen hier in de zaal”. Ze zat stampvol, inderdaad. Maar ik zag betrekkelijk veel ‘Brusselse’ Italianen die in internationale bedrijven en instellingen werken, VIP’s en genodigden.

Daarom liep ik enigszins sceptisch terug naar de metro, door die enge stationsgang van Brussel-Centraal, met als enige ‘demos’ een tiental clochards die, in warme dekens gewikkeld, aan hun nacht begonnen. In de metro zelf zorgden enkele Anderlecht-supporters voor ambiance, hun ploeg had zonet Genk verslagen met 1-0.

 William Van Laeken

 @Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels – mod.

 

lees ook