"Hier is wat ik denk": de vakwerkerij en het verhalenatelier

Hij zou eens zijn gedacht zeggen. Dat mocht wel eens na al die jaren “mopjes vertellen” en na zijn sabbatjaar in Zuid-Afrika. Eens zeggen waar het op staat. Wat hij er echt van vindt. Resultaat: “Hier is wat ik denk”, zijn vijfde of zesde soloprogramma al, hij vindt het zelf discutabel. Dus toch niet echt een sabbatjaar geweest, hij heeft geschreven. Hard geschreven want je bokst niet zomaar iets van een uur en drie kwartier ineen. Op zijn Afrikaans want het is chaotisch, bij momenten zelfs wat bijeengesprokkeld. Maar zonnig en warm van toon.

Zoals gewoonlijk moet Deprez het niet hebben van de grote scenografie. Wat spots die op het toneel zijn gericht, een rij rood licht achter hem die heel af en toe eens wordt gebruikt.

Een tafeltje, een schriftje vol mopjes en dat is het zowat. Deprez wil het speelvlak helemaal voor zich alleen. En dat werd weer duidelijk toen ie het podium opstapte. Zelfverzekerd en met de glimlach en na drie zinnen wist ik het al: dit wordt zijn avond, hij heeft het publiek beet.

Zuid-Afrika

Deprez schetst zijn overstap voor een jaar naar een stadje met de naam Plettenberg. Om zijn geliefde mee te begeleiden in een project dat ze daar heeft opgezet. Om zelf ook eens afstand te nemen want een mens met kinderen en een carrière en een huis raast toch ook maar door, nietwaar?

En waar ik had verwacht dat Zuid-Afrika veel meer een hoofdrolspeler zou worden, gebruikt hij het eigenlijk vooral als kapstok, als iets om af en toe eens naar te verwijzen. Hij projecteert heel veel op ons bestaan hier, op onze wereld, op onze maniertjes en onze vreemde opvattingen.

Subtiel wrijft Deprez het erin hoe we ’t allemaal niet gemakkelijk hebben met al onze verworvenheden, onze status, ons bezit. En dat we zo hard moeten werken om dat huis af te betalen. En dat we toch allemaal zo lang leven. En dat ons seksleven uitgewoond is en dat het allemaal niet meer is zoals vroeger.

Deprez houdt het publiek klassiek de spiegel voor en durft. Durft het zaallicht aan te doen en durft polsen hoeveel keer iedereen het doet. En wie gaat vreemd? En hoeveel heb jij voor je huis betaald? En ben je echt gelukkig met die job? En is dat het allemaal? Geen antwoord uit de zaal, wel een pijnlijk besef dat we niet te veel aan andermans neus willen hangen.

Beschouwingen van een bijna midlifer die alles eens op een rijtje wil zetten. En dat ook in Zuid-Afrika niet echt voor mekaar heeft gekregen. Beschouwingen van iemand die nog altijd op weergaloze wijze in interactie gaat met zijn publiek. Lief en teder zelfs bijna dient hij iedereen van antwoord, maar op zijn Wouters, niet de vaak bijtende en snijdende replieken van de échte stand-up comedian. Deprez blijft een verhalenverteller vol verve. Een bard zonder gitaar, een missionaris zonder kruis, een wereldreiziger met reisangst ook.

Zonder rode draad

Deprez vertelt en dwaalt rond op dat podium. Stappend, maar ook springerig en geagiteerd. Enige rustpunt is het schriftje waar af en toe eens een mening of een zinnetje uit wordt voorgelezen. Aforismen bijna, de ene wat scherper dan de andere. Dat is wat mij soms stoort. Omdat ik meer het verhaal gewend ben bij hem.

Maar nu plukt Deprez hier en daar en legt dat samen, deze keer eens geen rode draad. “Ik heb mezelf toegelaten om het eens zo te doen, om niet vast te houden aan mijn verhaallijn en het werkte bevrijdend”, zei Deprez achteraf. En dat verdient dan ook weer mijn sympathie. De verteller die vooral vertelt, ook de avond zelf nog dingen bijvijlt en uitvindt en het gulzig en met goesting doet.

“Nu is het eindelijk spelen na een proces van ineen vijzen en zoeken en dat doet toch zo’n deugd als iedereen mee wil in je verhaal”, weet Deprez. En vooral dat charmeert me. Deprez doet het nooit tegen zijn zin.

Hij respecteert zijn publiek, wrijft en masseert de mensen, knijpt en prikt waar nodig en geeft hen een warm bad met af en toe een ijskoude straal. Deprez is een vakman, in zijn atelier schaaft ie aan zijn werk, zet hij de hoeken recht, wrijft de splinters weg, houtkrullen blijven liggen en sommige ervan neemt ie mee op het podium.

Razernij

Deprez, duidelijk nog altijd West-Vlaming pur sang en trots op zijn dialect, vind ik heerlijk in zijn razernij. Als ie tekeer gaat, zijn woorden als een mitraillettevuur uitspuwt, met dat typische kleine slisje in zijn spraak, bijna zonder ademen ratelt ie door.

Hilarisch omdat het allemaal zo verdomd beredeneerd is. En grappig. En zo waar. Dan is ie eigenlijk op zijn best, dan zie ik hem liever bezig dan bij sommige seksgrapjes die hij gerust achterwege kan laten. “Maar het hoeft niet, het mag”, zoals ie zegt tegen een vrouw uit het publiek die hij half flirterig benadert.

Met “Hier is wat ik denk” toont Wouter Deprez nog eens hoe bedreven hij is in zijn kunstje. Hoe hij zijn publiek kan opvrijen. Hoe hij kan vertellen. Hoe hij nonsens kan vermijden, in zijn naar eigen zeggen meest persoonlijke voorstelling van allemaal. En het publiek, dat knuffelt hem, lust er alle pap van en gaat met de glimlach naar buiten.

Maar ook met een klein angeltje in de arm, dat nog even blijft prikken en doet nadenken. En zo heb ik het persoonlijk het liefst als het over comedy gaat. Of goeie verhalen vertellen, zo je wil. Vakwerk.

Dit is wat ik denk.