"Je fleurt het leven van de mensen op"

Niet alleen Aalst viert dezer dagen feest. Ook in Limburg kennen ze iets van carnaval. Dat blijkt uit een bezoek aan het carnavalsmuseum in Maasmechelen, uniek in Vlaanderen. Het museum bestaat nu zo'n 13 jaar. Drijvende kracht erachter zijn De Zavelsekskes, de lokale overkoepelende carnavalsvereniging.

"Wij zijn intussen 47 jaar oud en tellen een 100-tal leden", zegt Gilbert Opsteyn trots, de president van de Zavelzekskes -zeg maar erevoorzitter- en gids in het carnavalsmuseum. Dat bestaat sinds 2000 en is sinds enkele jaren gevestigd in een gebouw van de gemeente. "Wij hebben dat in bruikleen gekregen", zegt mijn gids.

Kostuums, mutsen, medailles, foto's en allerlei parafernalia: je vind het hier allemaal. "Zowel van onze eigen vereniging als van dorpen uit de omgeving, maar ook zaken uit Nederland en Duitsland", toont Gilbert trots. Elk museumstuk heeft zo zijn eigen verhaal, en mijn carnavalsgids praat er honderduit over.

Maasmechelen ligt inderdaad vlak bij Nederland en Duitsland, en de carnavalstraditie is vandaar overgewaaid. Sommige carnavalisten hebben het wel eens over het Limburgse "alaaf-carnaval". "Alaaf" verwijst naar een carnavalsgroet uit het beroemde carnaval van Keulen. "Wij nemen veel over van Keulen en van Maastricht", geeft Gilbert toe, "dat zijn echte carnavalssteden." 

Net als in zoveel Vlaamse plaatsen kiezen ze ook in Maasmechelen elk jaar hun prins carnaval. Zijn assistenten hier zijn wel speciaal: een boer en een jonkvrouw, naar Duits voorbeeld. "De boer gaat werken en geld verdienen, de prins feest en geeft uit en de jonkvrouw moet ervoor zorgen dat het plaatje klopt", legt Gilbert uit.

Van deze "drievuldigheid" hebben ze hier ook een jongere versie, die eveneens elk jaar wordt gekozen. "Zo betrekken we de kinderen en hun ouders ook bij ons carnavalsgebeuren en wordt de traditie levendig gehouden", luidt de uitleg.

De ouderlijke invloed

Gilbert Opsteyn is nu 72. "Ik hield niet van carnaval", zegt hij, "maar ik ben er in gerold door mijn ouders, die een café hadden." Gilbert hield misschien niet van carnaval, maar houdt er nu duidelijk wel van. Hij is al van bij het begin actief bij de Zavelzekskes en treedt op als gids in het carnavalsmuseum.

Prins carnaval was hij in 1969. Dat blijkt uit het monument op het pleintje vlak voor het museum, waar alle prinsen carnaval hun eigen tegel hebben.

Boven op het monument prijkt een zandzakje. "De naam van onze vereniging verwijst naar het witte zand, ooit een bron van inkomsten voor de gemeente, en de eerste jute kostuums van onze vereniging", verklaart Gilbert. "Tja, en zandzakjes worden hier wel vaker gebruikt, als de Maas overstroomt."

Niet spotten met de politiek

"In ons carnaval spotten we niet echt met de politiek", weet mijn gids, "wij zijn gevoelige boere-Limburgers."

"Voor ons is carnaval een bindmiddel tussen de verschillende wijken van de gemeente, en daarnaast  is het een manier om de cultuur van Maasmechelen te promoten", zegt hij. Die cultuur, dat uit zich onder meer in de taal. "Ons Maaslands is toch wel een mooi en zangerig dialect", klinkt het vol Limburgse trots.

En er is meer. "Carnaval is een uitstekende gelegenheid om je creativiteit aan de mensen te tonen, met onze praalwagens, de kostuums, enz." Wordt er dan geen plezier gemaakt in Maasmechelen? "Jazeker, maar na de carnavalsoptocht", luidt het antwoord. "Voor echt uitbundig feesten moet je maar op café gaan of naar Maastricht."

Gilbert heeft het liever over de carnavalstradities in zijn stad. Over "spietslaupen" bijvoorbeeld. Dat zijn mensen die na het carnaval met een lange spies van deur tot deur trekken om spek en worst te bedelen. Het vlees eten ze dan samen op, mét eieren. Kwestie van de innerlijke mens te versterken na overmatig feesten en drankgebruik, denkt een mens dan.

"Het leuke aan actief zijn in het carnaval, dat is de vriendenkring", zegt Gilbert. "Er komen altijd nieuwe mensen bij, en dat houdt een mens jong. Je fleurt het leven van mensen op."

"Wij zijn actieve oudere mensen", beaamt zijn leeftijdsgenoot Jozef Vandebroek, die het museum openhoudt. "Wij kunnen de jongeren bijstaan met onze (minder) goede raad. Onze ervaring is een pluspunt." Beschouwt de jeugd hen dan niet als oude zeurpieten? "Zeker niet, de jongeren hebben respect voor ons", klinkt het in koor.

Voor het échte carnaval in Maasmechelen moet u nog geduld oefenen tot 3 maart. Noteer ook dat je als toeschouwer 4 euro dient te betalen. "Het publiek heeft daar geen problemen mee, want wij trekken zo'n 40.000 bezoekers", weet Gilbert. Niemand zal dit ontkennen: het kost geld. "Vergeet niet dat wij zo'n 8 ton aan snoep en speeltjes uitdelen", geeft mijn gids nog mee.

Meer informatie over carnaval vindt u op de website van FEN-Vlaanderen.