Wie was Willy Vandersteen?

Striptekenaar Willy Vandersteen is al 23 jaar dood, maar zijn grootste creatie Suske en Wiske heeft alle stormen overleefd, al zit er sleet op de strip. Maar wie was Willy Vandersteen? En wat blijft er over van zijn artistieke erfenis?

Wat zou Willy Vandersteen vinden van de huidige Suske en Wiske? Het is een hypothetische vraag, en ze verraadt enigszins de mening daarover van steller dezes. Wat zou Willy Vandersteen denken over het afkalvende succes van Suske en Wiske? Dat is allicht een meer relevante vraag.

In 1995, toen de familiereeks een halve eeuw oud was en commercieel op haar hoogtepunt stond, gingen er 4 miljoen Suskes en Wiskes over de toonbank, twee derde daarvan in Nederland. In 2010 was dat onvoorstelbare getal gedaald tot 1,4 miljoen. Waardoor de strip van Vandersteen in Vlaanderen voorbij is gestoken door Jommeke en Kiekeboe. Het zou Willy Vandersteen zorgen hebben gebaard, want hij was wel degelijk een commerçant, en dat hoeft geen negatieve bijklank te hebben.

Zijn dochter Leen zegt in een kranteninterview dat haar vader een slechte zakenman was en enkel aan creëren dacht. Dat is wel wat overdreven. Willy Vandersteen is niet puissant rijk geworden, zoals bijvoorbeeld de Franse tekenaar Uderzo van Asterix, maar hij zat er warmpjes in, zoals we in Vlaanderen zeggen. En hij zorgde goed voor zijn medewerkers.

Pater familias

Willy Vandersteen leidde zijn beroemde Studio Vandersteen als een pater familias. Hij was erg, soepel qua werkuren, drankgebruik, moraal en veel later haarlengte, als de tekeningen maar op tijd klaar waren. Zijn tekenaars waren bijna familie.

Het idee van een studio had Vandersteen afgekeken van Hergé (Kuifje), voor wie hij kort na de oorlog ging werken. Hergé zocht een tekenaar om de Nederlandstalige tegenhanger van Tintin Magazine -Weekblad Kuifje- een eigen gezicht te geven en Vandersteen ging daar graag op in.

Ook al moest hij daarvoor zijn helden deftiger maken en populaire figuren als Sidonie en Jerom laten vallen. Grafisch was de beroemde Blauwe Reeks (de albums die in Kuifje verschenen) een hoogstandje, maar de verhalen waren wat langdradig, en Vandersteen moet hebben aangevoeld dat hij van zijn Vlaamse publiek aan het vervreemden was. Hij plooide terug op Vlaanderen, Antwerpen en Kalmthout. Een wijze beslissing, zo is later gebleken.

Workaholic

Vandersteen was een echte workaholic. Hij bedacht telkens nieuwe reeksen en figuren, en als die eenmaal “gerodeerd” waren, vertrouwde hij ze toe aan zijn studiomedewerkers, al hield hij nog altijd een aandachtig oogje in het zeil. Van al die nevenreeksen, offspins zoals we dat nu noemen, is alleen de Rode Ridder overgebleven.

Een strip die overigens tegen de trend ingaat en aan lezers en kopers wint. Maar Biggles, Bessy, Jerom, De Familie Snoek (mijn favoriet), Robert en Bertrand en De Geuzen overleefden de tand des tijds niet. Bessy en Jerom waren overigens een geweldig succes in Duitsland; de studio kon de vraag naar nieuwe albums amper bijbenen. Zelfs Suske en Wiske gaf Vandersteen uit handen, eerst aan Paul Geerts, later aan Marc Verhaegen , tot die laatste na een conflict met de erven Vandersteen werd ontslagen.

Collaboratie

En we blijven nog even bij de band tussen Hergé (°1907) en Vandersteen (°1913). Beiden waren bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog geen kerstekinderen meer, geen studenten die door pater-overste werden opgejut om samen met de Duitsers het goddeloze communisme te gaan bestrijden. Hun medewerking aan de collaboratiepers was dus geen jeugdzonde te noemen. Hergé publiceerde in Le Soir, Vandersteen tekende voor Volk en Bodem, Winterhulp en Volk en Cultuur. Om den brode, werd vergoelijkend gezegd. Dat kan wel.

Maar pas in 2010 werd met zoveel woorden toegegeven dat Vandersteen ook antisemitische spotprenten had getekend, onder de schuilnaam Kaproen, spotprenten die er niet om logen. Bij leven (de tekenaar overleed in augustus 1990) is Vandersteen daarover nooit echt "lastig gevallen" en hij heeft er zelf ook nooit over gesproken.

Vreemd, als het toch maar om werk "om den brode" zou gaan. Het was en het bleef een gerucht, een hardnekkig gerucht weliswaar, dat pas een feit werd na een historisch onderzoek, waartoe de familie Vandersteen -het weze beklemtoond- zelf opdracht had gegeven. En in geen enkele van zijn naoorlogse stripreeksen is ook maar een spoor van uiterst rechts of antisemitisch gedachtegoed te bespeuren.

De Breugel van de strip

Tot zover de kanttekeningen. Maar de erfenis van Willy Vandersteen is natuurlijk gigantisch. In zijn officiële biografie uit 1994 (die meer een lofzang is) van Vandersteenspecialist Peter Van Hooydonck wordt de tekenaar “de Breugel van het beeldverhaal” genoemd. En dat is niet eens zo fel overdreven. Al eindigde hij in de verkiezing van de Grootste Belg uit 2005 pas op de 29e plaats en moest hij Breugel zelf -tot daaraan toe- maar ook Ambiorix, Kim Clijsters, Guido Gezelle en Jan Decleir voor laten gaan.

Voor wie in de jaren vijftig geboren is, staan de kinderjaren gelijk met Suske en Wiske én met Jommeke. Nero viel meer bij een volwassen publiek in de smaak. In serieuze opstellen en zelfs wetenschappelijke essays is vaak gezocht naar de sleutel van het succes van Suske en Wiske. Nochtans is die sleutel makkelijk te vinden: niemand had zulke ongebreidelde fantasie als Willy Vandersteen, niemand kon zulke spannende verhalen verzinnen en vertellen.

Nero had dan weer humor als troef, Suske en Wiske kwamen en komen op dat vlak niet verder dan kalendermopjes en getelefoneerde grappen met lange baarden, wat in feite ook een kenmerk van de strip is geworden.

Een doorbrave strip

Ik zal het hier niet hebben over het ontstaan van Suske en Wiske (of Rikki en Wiske, of Koen en Smoutje). Of over de allereerste probeersels van Vandersteen (Kitty Inno voor het blad van de Innovation), Pudifar (een kopie van Crazy Cat) en Tor de Holbewoner (een soort voorloper van Hagar).

Het was bij de Amerikaanse strip dat Vandersteen aanvankelijk de mosterd haalde, het was met het (nieuwe) idee van een vervolgstrip dat hij de Nieuwe Standaard in de lente van 1945 kan overtuigen. Krantenstrips werden booming business, de albums werden pas later belangrijk.

En al was Suske en Wiske een doorbrave strip, doordrenkt van de christelijke moraal (al komt er geen priester of kerk aan te pas), de verzameling personages die de strip groot zouden maken, was niet voor de hand liggend. Met een doorsneefamilie valt geen avonturenstrip te maken, moet Vandersteen gedacht hebben (al heeft Jommeke het tegendeel “bewezen”).

De familieband tussen Tante Sidonie en Wiske is onduidelijk, Suske brengen die twee mee van het eiland Amoras, Lambik is detective/loodgieter die in de "Sprietatoom" opduikt (de “slechterik” is dan nog Savantas, de eeuwige tegenstander Krimson zal pas later opduiken), Jerommeke is oorspronkelijk een soort wildeman in "De dolle musketiers". Uiteraard ontbreekt er geen professor: Barabas (de evenknie van Gobelijn of Zonnebloem of Adhemar) maakt al van in het prille begin zijn opwachting, ook al is hij in het "Eiland Amoras" nog dikker en stottert hij.

Af en toe komt de broer van Lambik (Arthur de Vliegende Aap) in de spotlights, of Sus Antigoon, de voorvader van Suske. Tante Sidonie blijkt een vader te hebben (De Snor uit "De snorrende snor") maar die krijgt geen vaste plek. Ook Van Zwollem en zijn mooie dochter Anne-Marie spelen in enkele albums een niet onbelangrijke rol, maar het zijn geen blijvers.

Schalulleke

Beetje bij beetje schaaft Vandersteen de ruwe kantjes af van zijn striphelden, vaak na protest van de lezers of uit commerciële overwegingen. Zo stottert Barabas in "De sprietatoom" al niet meer, krijgt Jerommeke kleren om zijn struise borstkas in plaats van enkel een soort lendendoek. Voor de Nederlandse markt -het is een bekend verhaal- wordt Sidonie omgedoopt tot Sidonia en wordt Schalulleke Schanulleke.

Het duurt lang voor Suske en Wiske hun oubollige kledij verliezen, en misschien verloren ze daarmee ook een beetje hun ziel. Geweld is onvermijdelijk -er wordt wat afgeknokt in Suske en Wiske-, maar er vloeit nooit bloed of er sterft nooit iemand en uiteraard komt seks niet aan bod. Al is Sidonie/Sidonia een tijdlang smoorverliefd op Lambik, een liefde die uiteraard onbeantwoord blijft, en dreigt Sidonie één keer echt in het huwelijk te treden in "De briesende bruid" (maar net voor het jawoord kan gezegd worden grijpt de tekenaar, als een echte deus ex machina, in hoogsteigen persoon in met zijn gom).

Mijn favorieten

Vandersteen (en de studio) maken prachtige verhalen, te veel om op te sommen, maar ik wil u toch mijn absolute favorieten niet onthouden: "Het bevroren vuur", "De ijzeren schelvis" en "De stemmenrover", "De spokenjagers", "De duistere diamant" en "De wolkeneters", "De klankentapper", "De wilde weldoener" en "De stalen bloempot", "De apenkermis" en "Jeromba de Griek". En "Het rijmende paard" natuurlijk, omdat het zich op “mijn” Kalmthoutse heide afspeelt en omdat het huis waarvoor de villa van Krimson model heeft gestaan nog altijd op mijn wandelroute ligt.

Ik zal mij niet uitspreken over de Suske en Wiske-avonturen vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw. Een mens wordt ouder, zijn smaak verandert, hij wordt misschien te kritisch voor wat "slechts" een kinderstrip is. Feit is dat ik de oude verhalen uit de jaren 40, 50 en 60 nog allemaal kan herlezen (zij het niet ieder jaar) en ervan genieten, terwijl ik dat niet kan met het latere werk (al zat daar af en toe toch ook een positieve uitschieter tussen).

Vandersteen ontdekte de product placement (in "De gouden cirkel" vliegt hij met KLM, "De kwakstralen" speelt zich helemaal in het attractiepark Madurodam af). Langzaam worden de stripvakjes kaler en dus makkelijker en sneller te tekenen.

Een dubbel graf

En toch, en toch: ook al is Willy Vandersteen inmiddels drieëntwintig jaar dood, vind ik dat de huidige makers van Suske en Wiske er vaak weinig van terecht brengen, ook al koop ik al lang geen Suske en Wiske-albums meer (en heb ik het gros van mijn collectie bij mijn laatste verhuizing cadeau gedaan), ik lees nog iedere ochtend de strip in de krant. Het zegt iets over mij en over de geest van Vandersteen die nog over zijn creatie hangt.

Ik ben van de week nog naar het kerkhof van Heide geweest, waar Vandersteen begraven ligt. Het is daar geen bedevaartsoord, zal ik maar zeggen. Ik heb met de gemeente moeten bellen om te weten waar zijn graf precies lag (de zerk in kwestie was ondergesneeuwd en dus onleesbaar). Misschien wordt het graf een dezer dagen nog bedolven onder de bloemen, wie weet, maar nu stond er enkel een kapotgevroren bloempot.

Pour la petite histoire: de naam van Willy Vandersteen staat op twee grafstenen vermeld, op die van zijn eerste vrouw Paula Van den Brande (die in 1976 overleed) en die op het graf waar hij echt rust. Ze liggen schuin over elkaar en kunnen elkaar zien liggen.