Pro en contra assisen - Louis Van Dievel

Bij elk groot assisenproces – de parachutemoord, Ronald Janssen, nu Kim De Gelder - van de laatste jaren komt het wezen zelf van die vorm van rechtspraak in het vizier. Er valt inderdaad heel wat in te brengen tegen assisen. Gewoon al de vaststelling dat het proces tegen Kim De Gelder een dikke maand zal duren terwijl zijn schuld aan vier moorden (de kernbeschuldiging) vaststaat. Wat een verspilling van geld en tijd, is veel gehoorde en niet eens zo gratuite reactie. Maar assisen heeft ook zijn verdiensten.

Professionalisering

Een assisenproces is een aanfluiting van een moderne rechtspraak, zeggen de critici. Het oordeel over schuld of onschuld van een beschuldigde van moord en moordpoging, mag niet aan een jury van leken worden overgelaten. Een jury is veel gevoeliger voor emoties dan een college van beroepsrechters. Er is de laatste jaren dan ook al geknabbeld aan de bevoegdheid van de assisenjury. Vroeger volstond de “innerlijke overtuiging” van de jury om een beschuldigde schuldig of onschuldig te verklaren. Dat was eigenlijk het wezen van de juryrechtspraak. Na een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is daar enkele jaren geleden de motivatieplicht bijgekomen. Met andere woorden: de jury moet uitleggen waarom hij tot zijn oordeel gekomen is. En waar de jury het eindoordeel nog altijd alleen velt, schuift de voorzitter van de assisenrechtbank aan om de motivatie op papier te zetten. Er zijn overigens nog (vergevorderde) plannen om de rol van de jury uit te hollen en meer macht te geven aan beroepsrechters.

Nochtans valt er ook veel voor de juryrechtspraak te zeggen. Justitie bengelt (overigens samen met journalistiek) onderaan de lijst van instellingen waarin de burger nog vertrouwen heeft. De jury daarentegen ligt bij het brede publiek niet onder vuur, ondermeer omdat “het volk” zich via de jury betrokken voelt bij de rechtspraak. Op enkele uitzonderingen na – de parachutemoord bijvoorbeeld, maar dan nog – legt “het volk” zich neer bij een uitspraak van de jury. Er is namens het volk recht gesproken, de bladzijde kan worden omgedraaid.

Representatief?

Een jury is vrijwel nooit representatief voor “de maatschappij”, luidt de kritiek. Dat is in de meeste gevallen ook zo. Een assisenpleiter vertelde mij niet zo lang geleden bij wijze van boutade dat een jury meestal bestaat uit leraren, ambtenaren en kuisvrouwen. Een overdrijving, ja zeker. Maar waar zijn de “nieuwe Belgen” in de jury’s? En komen opgeroepen burgers niet al te gemakkelijk van af van hun burgerplicht? Op het proces De Gelder bleven maar 70 van de opgeroepen 180 burgers over voor uitloting. Over representativiteit gesproken.

Druk op de jury

Moeten oordelen over schuld of onschuld (en dus over het verdere leven van een mens) is een te zware druk voor onervaren want uitgelote juryleden, is een ander punt van kritiek. De druk is zwaar, dat is zeker waar. Maar assisenkenners met wie ik de afgelopen jaren heb gesproken zeggen dat zo’n jury – eenmaal samengesteld – in de loop van het proces een “geheel” gaat vormen, waarbij de “haantjes de voorste” en de “stillen” of de “passieven” elkaar compenseren: dat juryleden hun taak bijzonder ernstig nemen, maar ook dat ze dat lidmaatschap van een jury nog lang met zich meedragen. De laatste jaren wordt er dan ook veel moeite gedaan om de jury zo goed mogelijk te begeleiden.

Duurtijd

Waarom moet een assisenproces meer dan een maand duren? Goede vraag. Vroeger duurde ook de meest ingewikkelde assisenzaak zelden langer dan een week. Een week was eigenlijk de norm. Neem het proces tegen seriemoordenaar Staf Van Eyken in 1974: een week, en ook daar werd er stevig gebakkeleid over de toerekeningsvatbaarheid van de beschuldigde.
Bij de laatste “mediatieke” assisenzaken werden om en bij de 100 getuigen opgeroepen, terwijl bij vele van die getuigenissen de vraag kon gesteld worden wat de toegevoegde waarde ervan was. Anderzijds dienen steeds vaker steeds meer burgerlijke partijen zich aan, en de raadslieden van de burgerlijke partijen willen allemaal hun woordje doen en hun vraag stellen.

Mondeling

Waarom moet tijdens een assisenproces het onderzoek in hemelsnaam mondeling over worden gedaan? Het kan toch niet zijn dat een procedure die aan het begin van de 19de eeuw het licht zag in 2013 nog altijd van kracht is? Waarom baseert men zich niet op het dossier dat na onderzoek door politie en parket is opgesteld? De juryleden kennen dat dossier niet, ze hebben die vaak duizenden bladzijden niet doorploegd zoals de rechters, het openbaar ministerie en de raadslieden. Ze moeten ook vragen kunnen stellen aan de speurders, aan de onderzoekers. Want wat in het dossier staat is misschien niet altijd de hele waarheid. En daar draait een assisenproces ook rond: rond “waarheidsvinding”. Als het proces tegen Ronald Janssen enkel op basis van het dossier zou gevoerd zijn, en de raadslieden de speurders niet in de rechtbank hadden kunnen ondervragen, was nooit zo expliciet gebleken dat het onderzoek naar de moord op Annick Van Uytsel niet ideaal verlopen was, zullen we maar zeggen.

Trial by media

En zo zijn we bij de raadslieden gekomen. Strafpleiters zijn, veel meer dan vroeger, mediavedetten geworden. Ze zijn graag geziene gasten in nieuws- en duidingsprogramma’s. Ze formuleren graag hun mening over brandende kwesties die met justitie te maken hebben. Krijgen ze daardoor niet te veel invloed? Wegen ze bijvoorbeeld niet te veel op een jury? Dezelfde vraag kan overigens gesteld worden over de invloed van de media op de rechtsgang. De belangstelling van televisie vooral voor assisen is vrij recent, de verslaggeving was tientallen jaren het domein van de kranten. Trial by media is geen loos begrip. Is er niet te veel aandacht? Kunnen de nuances van een assisenzaak voldoende worden meegegeven in de media? De vragen zijn niet nieuw en het debat is gaande.

De getuigenstoel

Een slotopmerking: heeft assisen alle bombast nodig die er nog altijd mee gepaard gaat? De nieuwe assisenzalen van Gent en Tongeren zijn al wat minder oudmodisch dan de antieke assisenzaal van Antwerpen, waar de planken kraken, de micro’s fluiten en de stemmen verloren gaan voor wie niet op de eerste rij zit. Maar de rode toga’s zijn gebleven en het openbaar ministerie zit dichter bij de drie rechters dan de verdediging. En plaatsnemen op de stoel voor de getuigen moet voor velen een traumatische ervaring zijn: aangestaard worden door alle partijen die zelfs op je ademhaling en je mimiek letten, het moet geen pretje zijn.

 

(De auteur schreef een bekroonde roman over een fictieve assisenzaak.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Meest gelezen