Mijn zes pausen - William Van Laeken

De paus is afgetreden, geabdiqueerd, als het wat chiquer mag. Tot ieders verrassing. Pausen treden niet af, ze sterven gewoon, daarom is dit groot nieuws.

De Standaard wijdt er veertien pagina’s aan, De Morgen ‘maar’ zes. Tot we een nieuwe paus hebben zullen nog vele pagina’s volgen. Gissen naar de redenen van het ontslag , want te oud en te moe, dat vertrouwen we niet, er moet meer achter zitten. Speculeren ook over de opvolger en uitleggen hoe het bizarre, vermakelijke ritueel dat conclaaf heet, werkt. Is het waar of is het legende dat het ‘testiculos habet …’ nog steeds wordt uitgesproken, de paus moet immers een man zijn en ooit zou een zekere pausin Johanna op de troon hebben gezeten. We gaan ervan smullen.

Missaal

Ik ben katholiek opgevoed, dus van kindsbeen af had ik met pausen te doen. Mijn eerste was Pius XII. In de lagere school keek ik elke dag naar zijn ingelijste foto, hij hing aan de ene kant van het bord, aan de andere kant monseigneur Scheppers, de stichter van de broederorde waar ik zes jaar te gast was. (Ik denk graag aan die tijd terug, wat trouwens niet iedereen kan zeggen.)

Toen ik twaalf was, bij mijn plechtige communie, kreeg ik een missaal. Ik heb hem nog steeds, 1500 pagina’s dik, uitgeverij Brepols in Turnhout (dezelfde van de speelkaarten).

Na Pius XII, waarover ik later vernam dat hij niet zo koosjer was geweest in de oorlog, kwam Johannes XXIII, dat vriendelijk kijkende mannetje van het concilie. Het kerkaltaar rukte naar voren, de priester stond nu met zijn gezicht naar ons, de hostie mochten we zelf even vasthouden en het Latijn werd verbannen. Vanaf mijn derde paus laat mijn geheugen mij al in de steek, ik heb ze even bij elkaar gegoogeld: Paulus VI, strenge man; Johannes Paulus I, foute keuze, heel snel dood; Johannes Paulus II, de Poolse globetrotter en uitvinder van de papamobile; nog heel eventjes Benedictus XVI.

Tijdens die zes pausen was er één constante: het ging met de katholieke kerk, althans bij ons in Europa, gestaag bergaf. Geen van allen kon dat proces van verval stoppen. Vandaag zijn minder dan vijf procent van de Vlamingen praktiserend en zelfs die trekken zich weinig aan van encyclieken of geloofsartikelen.

Boeken tegen god

In de dagen van het tweede Vaticaans concilie, aan het einde van de middelbare school, had ik het nog eens redelijk te pakken, een laatste stuiptrekking als het ware, maar daarna ging het ook met mij snel bergaf. Ik was een van die miljoenen die van hun geloof afvielen. Ik weet nog dat ik daarbij geholpen werd door lectuur: Bestaat God?, een stout boekje van de Brugse uitgeverij De Galge, en iets later Waarom ik geen Christen ben van de Engelse filosoof Bertrand Russell.

Het lijkt op een roker die er niet in slaagt op eigen kracht met roken te stoppen en het probeert met pillen of pleisters, in mijn geval boeken dus. Ik ‘seculariseerde’ in ras tempo, voelde mij verpoppen tot darwinist, rationalist en humanist, maar bleef ook altijd pluralist, waaronder ik versta: heel verdraagzaam jegens andersdenkenden inclusief mijn vroegere geloofsgenoten, tenzij ze het, zoals bisschop Van Gheluwe, te bont maken.

Je denkt het allemaal achter jou gelaten te hebben, maar plots is daar weer een opstoot aan boeken die zich uitsloven om aan te tonen dat God niet bestaat en dat religie niet deugt. In de Engelse boekhandel Waterstone’s in Brussel hebben ze af en toe een tafel met pocketboeken waarop een sticker is gekleefd “3 for 2”, drie boeken voor de prijs van twee. En zo komt het dat ik de boeken van papenvreters als Richard Dawkins en Christopher Hitchens mee naar huis nam, twee Britse opiniemakers die er lekker op inhakken en ook niet zonder invloed zijn als je bedenkt dat van Dawkins z’n’ The God Delusion twee miljoen exemplaren zijn verkocht.

Ik smul van hun stijl: “Het geloof doet ons de valse belofte dat we, als we maar een mes in onze voorhuid zetten, in de juiste richting bidden of hosties eten, gered zullen worden”. Maar toch vind ik het vreemd dat ze zich zo uitsloven. Waarom zo te keer gaan tegen de hypothese dat God zou bestaan als het zo evident is geworden dat hij niet bestaat?

Gezelligheidsclub

Het valt me op dat er in de vele kopij over het aftreden van de paus en de toekomst van de kerk heel weinig over geloof, laat staan over god wordt gesproken. De paus vernoemde hem wél, het zou er nog aan mankeren: in zijn korte toespraak waarin hij zei te willen opstappen had hij het over “de Heilige Kerk van God”. Hij heeft gelijk, op deze god en op het geloof in hem is deze kerk natuurlijk wel gebouwd, maar ik heb de indruk dat hij al lang niet meer de hoofdrol speelt. Dat is dus wel een levensgroot probleem voor de RKK, en net zo min als de nog-net-paus daar iets aan kon doen zal ook de volgende daar iets aan kunnen veranderen. De wereld is veel groter dan Europa en in Afrika en Latijns-Amerika loopt het gesmeerd, maar hier bij ons kan de kerk het wel schudden, vrees ik, een nieuwe kerstening zit er niet meer in.

Hoewel ze naar mij niet zullen luisteren, wil ik toch een suggestie doen. Waarom zou de kerk zich niet consequent omturnen tot een grote sociëteit, een gezelligheidsclub waar gelijkgestemden elkaar ontmoeten. Ze ontdoet zich van al haar (bij)geloofsartikelen, encyclieken en oekazes in de papierversnipperaar, en ze wordt een brede Beweging, losjes verwant aan enkele ideeën van de profeet Jezus van Nazareth, zeker niet op de God van het Oude Testament want dat was, goed beschouwd, een enge, onverdraagzame man.

De veel jongere profeet kwam met frisse ideeën aanzetten, zoals naastenliefde, je andere wang aanbieden, solidariteit met de minstbedeelden. De Beweging kan gerust enkele onschuldige rituelen blijven koesteren zoals Kerstmis, uiteraard vergezeld van Muzak en lampionnetjes, en het rapen van Paaseieren, rituelen die nu al naadloos passen in de enige, geglobaliseerde ideologie van vandaag, het consumentisme. Op een gezellige avond van déze beweging zou ik best nog willen verschijnen.

Zoals ik mij al jaren enthousiast overgeef aan de verrukkelijkheden van haar patrimonium. Want dat moeten we toegeven, het geloof heeft wondermooie dingen voortgebracht, kerken en schilderijen bijvoorbeeld. We moeten ze koesteren en onderhouden en daar wil ik graag belastingen voor betalen.

lees ook