Wensdromen over Congo - Peter Verlinden

“Elf Afrikaanse staten hebben in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba plechtig het vredesakkoord over (Oost-)Congo ondertekend. En daarmee komt een einde aan ruim zestien jaar oorlog die volgens sommige onderzoeken meer dan vijf miljoen doden heeft gemaakt.” Mooie intentie, maar de werkelijkheid is grauwer.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het tekstje hierboven zou de persmededeling kunnen zijn na de plechtigheid van afgelopen zondagochtend in de gloednieuwe luchtgekoelde conferentiezaal van de Verenigde Naties in het centrum van de miljoenenstad Addis Abeba.

Afgelopen week heb ik nog rondgezworven over de bouwwerf voor die nieuwe Afrikaanse hoofdzetel van de VN in de Ethiopische hoofdstad. De Chinese bouwvakkers zijn erin geslaagd om een blinkende constructie uit de Afrikaanse grond te doen rijzen die zo mijlenver staat van de grauwe realiteit in de armenwijken daar vlakbij, dat je je binnen op een ander continent zou wanen.

Evenzo staat het Congolese vredesakkoord dat hier gevierd wordt mijlenver van de grauwe realiteit in Noord- en Zuid-Kivu, rond het Kivumeer, in de wijde cirkels rond Goma en Bukavu.

Die realiteit is iets helemaal anders dan de mooie woorden in het akkoord over ‘het respect voor de landsgrenzen’, de ‘niet-inmenging in de aangelegenheden van een ander land’, ‘de opbouw van een performant leger dat instaat voor de veiligheid van de eigen bevolking’ binnen een ‘goedwerkende staat’.

De realiteit is anders

De realiteit van Oost-Congo is die van de belangengroepen die azen op de onmetelijke rijkdommen van de regio en daarvoor alle middelen inzetten, de wettelijke en nog veel meer onwettelijke. De buurlanden Rwanda, vooral, en ook wel Oeganda en bijwijlen Burundi, schamen er zich al ruim zestien jaar niet voor om hun deel van die rijkdommen zelf te komen graaien, altijd weer ten koste van de gewone en machteloze Congolese burgerbevolking. En de Congolese machthebbers, de ministers en aanverwanten in Kinshasa, maar ook de provinciale oligarchen, laten dat graag gebeuren, in de mate dat zij zelf een deel van de koek kunnen binnen halen. De chaos van de oorlog maakt de sterken sterker, de zwakken zwakker. Zoals dat bij elke oorlog gaat. En zolang dat blijft gelden, zal de oorlog niet stoppen. Dat is de realiteit van Oost-Congo.

Het akkoord van Addis Abeba staat mijlenver van die harde realiteit. En niets wijst erop dat op korte termijn het akkoord een invloed zal hebben op die realiteit.

Daarvoor klinken de woorden in het akkoord te hol, liggen de agenda’s van de ondertekenaars te ver van elkaar, zijn de belangen nog altijd te tegengesteld.

Schendbaar grondgebied

Neem nu één van de kernovereenkomsten in het nieuwe akkoord: het respect voor de onschendbaarheid van de landsgrenzen van de Democratische Republiek Congo. Op zich is het al vreemd dat dit principe in een akkoord tussen (oorlogvoerende) landen moet staan, want dit principe behoort gewoon tot het internationaal recht en maakt integraal deel uit van het charter van de Verenigde Naties waar al de ondertekenende staten lid van zijn (artikel 2, punt 4 van het Handvest van de Verenigde Naties). Wie het schendt zou hoe dan ook een internationale paria moeten worden.

Alvast voor Rwanda geldt dat al meer dan zestien jaar lang niet. Want sinds oktober 1996, de aanval op de Rwandese vluchtelingenkampen in de Congolese provincies Noord- en Zuid-Kivu, schendt het Rwandese regeringsleger geregeld dit principe. Alle leden van de VN-Veiligheidsraad hebben dat jarenlang laten gebeuren, ook toen de Rwandese regeringssoldaten samen met de door hen gesteunde ‘Congolese’ rebellenbeweging schaamteloos zowat een half miljoen Rwandese en Congolese burgers vermoordden, het hele Congolese grondgebied onder controle kregen en zelfs één van hun bevelhebbers lieten benoemen tot stafchef van … het Congolese regeringsleger.

Oikant detail: De man is intussen minister van Defensie in Rwanda en wordt met naam genoemd in het VN-rapport over de Rwandese betrokkenheid bij de jongste rebellenbeweging in Oost-Congo, M23, als de feitelijke bevelhebber van die ‘Congolese‘ rebellen.

Gevaarlijk bij-effect

Sinds 1996 is die Rwandese inmenging in (Oost-)Congo nooit gestopt, ondanks de vele akkoorden die de afgelopen jaren gesloten zijn over ‘vrede in de regio’. Er is weinig reden waarom het deze keer anders zou verlopen. Want de diepere oorzaken voor die Rwandese (en in mindere mate ook Oegandese en Burundese) inmenging in het grondstoffenrijke (Oost-)Congo worden ook met dit akkoord niet aangepakt.

Het gaat dan om de schaamteloze rooftochten van de feitelijke machthebbers in de regio, aan alle kanten van de staatsgrenzen, die samenwerken voor het profijt van een zeer kleine elite. De opbouw van de luxewijken in de Rwandese hoofdstad Kigali (door de Congolezen en sommige Rwandezen fluisterend ‘Merci Congo’ genoemd) zou zonder de illegaal geïmporteerde grondstoffen uit Oost-Congo onmogelijk geweest zijn. Die inkomstenbron wordt gevoed door locale Congolese stromannen én de milities die tot diep in het Congolese binnenland de Rwandese belangen beschermen en daarom militair en logistiek gesteund worden, tot vandaag.

In de loop van de jongste geschiedenis werden die belangenketens geregeld omgezet in politieke groeperingen die bij verkiezingen in Congo nooit hoger scoorden dan enkele luttele procenten. Niet te verwonderen, want de Congolese burger weet heel goed dat hij niet beter zal worden van die Rwandese bemoeienissen. Meer zelfs: deze praktijken voeden voortdurend het anti-Rwanda-gevoel bij de doorsnee-Congolees, tot zelfs op het racistische af: voor vele gewone Congolezen is elke Rwandees een bezetter en dief en dus zodra mogelijk te verjagen. Alleen al dat bij-effect van de rovende Rwandese elite in Congo is een bijzonder gevaarlijk fenomeen.

Bombarie en wensdromen

Kortom, dit met veel bombarie gevierde ‘historisch akkoord’, naar de woorden van VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon in Addis Abeba, gaat alvast in deze plechtige versie voorbij aan de harde feiten op het terrein.

Pas als die alom gekende feiten bespreekbaar worden, ondermeer door de internationale druk op àlle betrokken partijen op te voeren, dan pas kan een begin van een gesprek over een echte vrede mogelijk worden. Daarbij zal het dan moeten gaan over ook grensoverschrijdende economische samenwerking die ten goede komt aan de bevolking en niet (alleen) aan de heersende elites, volgens internationaal erkende regels van behoorlijk nabuurschap.

Alleen zo kunnen de milities en rebellenbewegingen overbodig gemaakt worden want die horen niet thuis in een gezond-bestuurde staat met correcte buren.

Zo’n ommekeer vergt overigens ook een correct-bestuurde Congolese staat, op dit ogenblik voor elke Congolees een wensdroom.

Vrede moet profijtig zijn

Heel misschien betekent het akkoord van Addis Abeba een eerste aanzet in die richting, zoals sommige ontwikkelingsorganisaties en ook de Belgische minister van Buitenlandse Zaken in enige euforie poneren.

Helaas leert een kwart eeuw ervaring in de regio dat papieren akkoorden nog nooit echte vrede hebben gebracht aan de Grote Meren. Pas als de betrokken partijen uit eigen wil kiezen voor vrede, omdat die hen meer profijt brengt dan de oorlog, dan pas bergen ze de wapens op, stopt het geweld, de moorden, de verkrachtingen.

Maar daar staan we op dit ogenblik nog mijlenver van weg.
 

 

(De auteur is buitenlandjournalist en kenner van Afrika voor VRT-nieuws.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.