Burgerlijke zaak tegen BP begonnen

In de Verenigde Staten is het burgerlijk proces begonnen over de ramp in 2010 met het olieplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico. De rechter moet bepalen hoeveel schadevergoeding de oliegigant BP moet betalen voor een van de grootste olievervuilingen uit de geschiedenis van de VS.

Op 20 april 2010 doet zich een ontploffing voor op het boorplatform Deepwater Horizon in de Golf van Mexico. Elf werknemers op het platform komen om het leven en omdat het afsluitingssysteem van de oliebron niet werkt, stromen in de volgende drie maanden naar schatting 651 miljoen liter ruwe olie in zee.

Eerder trof BP al een schikking om een strafrechtelijke vervolging te voorkomen. Daarmee was een bedrag van 4,5 miljard dollar gemoeid. Het bedrijf heeft ook al 24 miljard dollar uitgetrokken om de gevolgen van de ramp te vergoeden, maar de federale overheid, de staten aan de Goff en een hele reeks bedrijven en individuele klagers vinden dat BP nog lang niet genoeg heeft betaald.

Winst

De openbare aanklager beschuldigt  BP ervan om alleen oog gehad te hebben voor de winst van het bedrijf. "De bewijzen zullen duidelijk maken dat BP winst boven mensen, boven veiligheid en boven het milieu plaatst. Ondanks de pogingen van het bedrijf om de schuld op anderen af te schuiven, ligt de voornaamste fout voor de ramp bij BP."

De advocaat van BP geeft toe dat het bedrijf fouten heeft gemaakt, maar zegt dat de eigenaar van het platform, Transocean, mee verantwoordelijk is omdat het het afsluitingssysteem voor de bron niet goed zou hebben onderhouden. BP stelt ook aannemer Haliburton mee verantwoordelijk omdat het slechte cement zou geleverd hebben die niet kon voorkomen dat de olie en het gas uit de bron naar boven spoten.

De rechtszaak wordt een van de grootste en meest ingewikkelde in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Honderden advocaten hebben aan de zaak gewerkt en het dossier is naar schatting 90 miljoen pagina's dik. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de zaak verschillende maanden in beslag zal nemen.

De rechter moet dan beslissen of BP zich schuldig heeft gemaakt aan grote nalatigheid. Volgens de vigerende wetgeving kan een vervuiler veroordeeld worden tot een boete van 1.100 dollar per vat olie dat in zee terecht komt. In geval van nalatigheid loopt die boete op tot 4.300 dollar, wat betekent dat BP mogelijk een boete van 18 miljard dollar boven het hoofd hangt.