De oorlog in Darfoer begon, maar stopte nooit

Tien jaar geleden is de oorlog in Darfoer losgebarsten, een regio in het westen van het Afrikaanse land Soedan. Wat aanvankelijk een conflict over grond was, ontaardde in een ware burgeroorlog. De gevolgen waren catastrofaal: minstens 300.000 doden en zo'n 2,7 miljoen vluchtelingen. En nóg is alles niet voorbij.

Darfoer - in het Arabisch "rijk van de Foer" -  is een regio in het westen van Soedan, aan de grens met Tsjaad. De Foer zijn een van oorsprong Afrikaans volk dat vooral van de gierst-teelt leeft. Dat leidt geregeld tot conflicten met Arabische nomaden die leven van de veehouderij. Die etnische spanningen leiden in 2003 tot een open oorlog.

De tegenstellingen in Darfoer worden ook gevoed door een gevoel van sociale achterstelling bij de lokale bevolking, die naar eigen zeggen onvoldoende mee profiteert van de olie-opbrengsten van de Soedanese staat.

Op 26  februari 2003 vallen de rebellen van de Beweging voor Rechtvaardigheid en Gelijkheid (JEM) en het Soedanese Bevrijdingsleger (SLA) verschillende doelwitten van de Soedanese regering aan. Ze beschuldigen de regering van president Omar al-Bashir (foto) ervan de zwarte bevolking in Darfoer te onderdrukken.

Tijdens de eerste maanden van de oorlog behalen de rebellen verschillende militaire successen, waarbij ze ook grote hoeveelheden wapens op het regeringsleger kunnen buitmaken.

Khartoem in de tegenaanval

Dat Khartoem niet met zich laat sollen, had de Soedanese regering al aangetoond in het conflict met Zuid-Soedan. Die oorlog, die woedde van 1954 tot 2005, met een onderbreking in de periode 1972-1983, eiste miljoenen mensenlevens.

Ook in Darfoer vallen nu slachtoffers. De Soedanese luchtmacht voert bombardementen uit, waarbij burgers niet worden ontzien, maar het zijn vooral de aanvallen van de Janjaweed-milities die veel dood en vernieling zaaien.

Die Janjaweed - letterlijk "man met paard en geweer" - opereren voor rekening van Khartoem: dorpen in Darfoer worden geplunderd en in brand gestoken, mannen vermoord en vrouwen verkracht. Overal waar de mannen te paard of op kamelen verschijnen, slaat de burgerbevolking op de vlucht. In september 2004 bestempelt de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell het conflict als een volkenmoord.

Ook buurland Tsjaad raakt betrokken bij het conflict. Aan de grens met Soedan worden in allerijl enorme vluchtelingenkampen opgericht, maar het Tsjadische leger raakt soms ook slaags met de Janjaweed.

AP2007

Humanitaire crisis

Volgens de Verenigde Naties zijn er meer dan 2,7 miljoen ontheemden door het oorlogsgeweld. De meeste vluchtelingen komen terecht in vluchtelingenkampen in de buurt van steden in Darfoer. In Tsjaad vinden zo'n 200.000 burgers onderdak.

Maar dat betekent niet dat alle vluchtelingen veilig zijn. Er is niet alleen een tekort aan voedsel en essentiële voorzieningen in de vluchtelingenkampen, de bewoners wagen zich best ook niet te ver uit de buurt, want in de buurt patrouilleren Janjaweed-milities.

Hulporganisaties doen wat ze kunnen om zo veel mogelijk noden te lenigen. Toch vallen er volgens de VN 300.000 dodelijke slachtoffers: door het geweld, maar ook door hongersnood en ziekte. Volgens Soedan bedraagt het dodental 10.000.

Hoe dan ook is het vrijwel onmogelijk om te weten te komen hoeveel slachtoffers de oorlog in Darfoer exact maakt. Om te bepalen of de doden vallen door rechtstreeks oorlogsgeweld of onrechtstreeks door gebrek aan voedsel of door ziekte in de kampen, is al helemaal onmogelijk. De houding van de Soedanese autoriteiten, die het probleem in Darfoer systematisch minimaliseren of zelfs ontkennen, helpt daar uiteraard niet bij. 

De moeizame weg naar vrede

In 2005 beslist de VN-Veiligheidsraad dat de mensenrechtenschendingen in Darfoer voer zijn voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. In 2008 wordt de Soedanese president Omar al-Bashir zelfs officieel aangeklaagd wegens genocide. Hij zou het brein zijn achter de volkenmoord in Darfoer, uitgevoerd door de Janjaweed. Een primeur voor al-Bashir: hij is het eerste staatshoofd dat gezocht wordt door Den Haag.

In 2006 sluiten de Soedanese regering en een deel van de rebellen een eerste vredesakkoord, maar dat blijft grotendeels dode letter. Intussen werken de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie samen om een grote vredesmacht naar het conflictgebied te sturen, hoewel Soedan die pottenkijkers liever niet ziet komen.

In 2008 komt er dan toch een staakt-het-vuren, dat met wisselend succes wordt gerespecteerd. In 2011 wordt na twee jaar onderhandelen een nieuw vredesakkoord bereikt in de Qatarese hoofdstad Doha.

In de praktijk komt er niet veel terecht van dat laatste akkoord. Tien jaar na het begin van de oorlog blijft een derde van de bevolking in Darfoer afhankelijk van voedselhulp. De oorlog in Darfoer blijft voortsluimeren, maar de aandacht van de internationale gemeenschap is helemaal verslapt.

"De ondertekening van het vredesakkoord van 2011 gaf ons reden tot optimisme, maar de bevolking in Darfoer moet de eerste tastbare verbeteringen nog zien", vat Lynne Featherstone samen, de Britse staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking.

BELGA/LALMAND