Brazilianen nemen een hoge vlucht

De Braziliaanse economie is in het begin van de 21e eeuw spectaculair gegroeid en die nieuwe welvaart creëerde een grotere middenklasse die niet alleen meer vrije tijd had maar ook meer wou reizen. De Braziliaanse vliegtuigbouwer Embraer speelde handig in op die markt en ontwikkelde kleinere vliegtuigen voor korte afstanden. Die "regional jets" laten flexibel en rendabel vliegen toe. De markten in Noord-Amerika en Europa hebben Embraer ook al ontdekt. Steven Decraene nam een kijkje in de vliegtuigfabriek.

Een sjeik? Een Amerikaanse oliemiljardair? Een rijke Braziliaanse ondernemer? De lijst met mogelijke kopers voor de privéjet waar ik even mag in rondsnuffelen, is voorspelbaar, maar Patrice Candaten, de verkoopsdirecteur van Embraer, wil me niet vertellen wie de nieuwe eigenaar wordt. "Laten we zeggen dat het om iemand gaat voor wie comfort belangrijk is", lacht hij me toe.

Comfort is er inderdaad genoeg aan boord van de "Lineage 1000". Een toestel dat gemakkelijk 100 passagiers zou kunnen vervoeren, is omgebouwd tot een luxejet voor amper 19 mensen. De afwerking is fenomenaal: het leer zit lekker en de grote koelkast verraadt dat champagne er best gekoeld klaar staat. En ach, voor nog geen 50 miljoen dollar is dit vliegtuig van jou. "Als je goed onderhandelt, kunnen er zelfs nog een paar miljoentjes van af", verzekert de man van Embraer ons.

Booming business

Embraer is een afkorting voor Empresa Brasileira de Aeronáutica en werd officieel in 1969 opgericht als fusiebedrijf van enkele overheidsinitiatieven die de Braziliaanse regering kort na de Tweede Wereldoorlog opstartte. Het hoofdkwartier ligt in São José dos Campos, een stadje tussen de metropolen São Paulo en Rio de Janeiro. In totaal werken er vandaag zo'n 18 000 mensen voor Embraer. Tienduizend van hen doen dat op de site in São José dos Campos. Ze bouwen er vooral regionale jets, vliegtuigen die tussen de 75 en 120 stoelen hebben en een actieradius hebben van ongeveer 4 uur vliegen.

Sinds Embraer in 1994 privatiseerde, kan dit bedrijf uitstekende cijfers voorleggen. Net als het moederland zelf dat tijdens het presidentschap van Lula da Silva een ongelooflijke boom kende. De Braziliaanse economie groeide in het begin van de 21e eeuw spectaculair en die nieuwe welvaart creëerde een grotere middenklasse die niet alleen meer vrije tijd had maar ook meer wou reizen. Alleen was dat reizen in Brazilië lastig: wie van het noorden naar het zuiden van dit immense land wou, moest zo'n zes keer overstappen en was daarmee een dag kwijt.

Embraer zag het probleem en ontwikkelde kleinere vliegtuigen dan de traditionele vliegtuigbouwers. In plaats van iedereen met grote toestellen via dezelfde grote luchthavens naar alle uithoeken van Brazilië te sturen, kon je voortaan met een kleiner toestel rechtstreeks naar verschillende kleinere steden en bestemmingen vliegen.

Small is beautiful

Wat in eigen land lukte, kon misschien ook internationaal aanslaan. En dus trok Embraer zelfbewuster de markt op met zijn toestellen. Waar Boeing en Airbus voor hun kleinere toestellen toch nog altijd op meer dan 130 passagiers rekenen, kiezen de Brazilianen resoluut voor vliegtuigen met maximaal 120 reizigers. Die kleinere vliegtuigen zoals de EJ 175 en EJ 190 laten luchtvaartmaatschappijen toe om flexibeler en rendabeler te vliegen. Ze kunnen kleinere steden beter met elkaar verbinden, verliezen minder inkomsten door lege stoelen en bovendien blijken de Embraertoestellen heel zuinig te vliegen. Win-win en zo kregen de Brazilianen langzaam maar zeker vaste voet aan de grond op grotere luchtvaartmarkten zoals Noord-Amerika en Europa.

De hogere vraag naar de zogenoemde "regional jets" voel je ook in de fabriek in São José dos Campos waar er nu gemiddeld om de drie maanden een nieuwe klant bijkomt. De Chinese maatschappij China Eastern bestelde er zopas 30 jets, maar eerder al plaatsten maatschappijen zoals Delta Air Lines, United Airlines, Virgin Australia tientallen orders voor nieuwe toestellen. En Europa blijft niet achter: Lufthansa, KLM, British Airways, Air France, allemaal zijn ze overtuigd van de meerwaarde van Embraertoestellen. Ondanks de crisis staat het orderboekje van de Brazilianen vol. Vandaag vliegen er 3.000 Embraertoestellen op de vijf continenten.

Europa lijkt Embraer zelfs het extra duwtje te geven dat hen tot gevestigde waarde maakt. Eén op de vier Embraertoestellen opereert nu al op het oude continent. En in 2012 waren de Europese luchtvaartmaatschappijen goed voor 43% van alle nieuwe bestellingen. Drieëntwintig Europese carriers hebben de Braziliaanse toestellen in hun vloot. Ze voeren elke dag zo'n 950 vluchten uit. Of nog anders gezegd, om de 91 seconden stijgt er ergens overdag in Europa een Embraer op.

Een doorgedreven studie van de markt, een eigen niche ontwikkelen en een gezonde dosis ondernemingszin, dat zijn de voornaamste ingrediënten voor het voorlopige succesverhaal van Embraer. Het geloof in eigen kunnen is zelfs zo groot dat Embraer ook werkt aan een militair transportvliegtuig, de KC-390. Het toestel is ongeveer even groot als de Hercules C-130 die wij in België kennen en zou eind volgend jaar een eerste testvlucht maken. Als Embraer slaagt om ook in deze markt mee te spelen, zitten ze helemaal gebeiteld. Laat de Amerikanen maar alvast oefenen om "Embraer" goed uit te spreken, een uitdaging op zich.