Hersencellen van een muis leven langer dan de muis

Neuronen, hersencellen, van muizen die getransplanteerd werden in ratten, bleken even lang te leven als de ratten. Dat is dubbel zo lang als muizen normaal leven en het spreekt de theorie tegen dat onze levensduur genetisch bepaald is en dat de cellen in ons lichaam rond dezelfde tijd zullen sterven.
AP2012
(Archieffoto: een laboratoriummuis)

Hersencellen zijn in tegenstelling met gewone cellen niet onderhevig aan veroudering door celdeling. Een groep van Italiaanse onderzoekers transplanteerde groengekleurde neuronen van muizenembryo's in de hersenen van rattenembryo's. Drie jaar later, toen de ratten hun levenseinde naderden, kregen ze een spuitje en werden hun hersenen bekeken om te zien wat er met de hersencellen van de muizen gebeurd was.

De muizencellen bleken zich ingeplant te hebben in de hersenen van de ratten en waren functionele hersencellen geworden. Ze hadden wel een aantal karakteristieken van muizencellen behouden, zo waren ze kleiner dan de neuronen van ratten. Maar ze verouderden wel op dezelfde manier als de neuronen van de ratten, en hadden al 36 maanden geleefd, in plaats van te sterven aan hetzelfde tempo als de cellen in de hersenen van een muis zouden doen, na 18 maanden.

Als hersencellen langer kunnen leven dan hun donor, moet een langere levensduur niet noodzakelijk leiden tot het verminderen van de hersenfuncties. "Dit kan absoluut ook waar zijn bij andere zoogdieren, ook mensen", zei de belangrijkste onderzoeker uit de groep, Lorenzo Magrassi aan Science News. De bevindingen kunnen gevolgen hebben voor de studie van hersenziekten als parkinson en alzheimer. 

De studie van de Italiaanse onderzoekers is gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences.