Het belang van familiefoto's - Jan Van Duppen

Archiveren is een verantwoordelijkheid die correleert met de last der jaren. Je kan je hele hebben en houden in woord en daad, papier en beeld overlaten aan stof, mijt en houtworm. Je kan het overleveren aan de herinnering van wie na je komen en aan hun fantasie. Of niet.

Niets licht nog zo spannend op in mijn herinnering als het verbranden van zolderarchieven na de dood van mijn grootmoeder. Ruim een halve eeuw geleden mocht ik als oudste zoon mijn vader helpen de resten van zijn vrijgezellenleven aan de vlammen toe te vertrouwen. Nadien zouden ze niemand nog tot last zijn. Ook hem niet. Ik was een jaar of acht en merkte zijn opluchting.

Het zingen van de tijd

Helpen bij een open vuur in de oude tuin was voor mij nieuw zoals de geur van vernietiging. De vlammen dienden gevoed met vergeeld papier, verbleekte foto’s, oude tijdschriften, kranten en verkruimelde boeken. Hij maande me tot haastige spoed terwijl ik telkens weer weten wou wie toch al die mensen waren geweest in zijn - en dus ook mijn - leven. Oude schoolrapporten, schriften, brieven aan zijn ouders, waardeloze aandelen uit verre landen en papiergeld vol nullen werden tot as herleid.


Mijn nieuwsgierigheid was de vertragende factor bij zijn offervuur.
Mijn enthousiasme zijn excuus om de laatste vlammen nog voor het donker te doven.

In zak en as

Bleek hij dan pas zijn polshorloge te missen. Bleek dat hij die op een handkar terzijde had gelegd. Bleek dat ik om zijn ritme te volgen de stapels kranten van op die kar meteen in het vuur had gemikt.
Uit de as peuterde hij ‘s anderendaags in de ochtendzon de geblakerde resten van zijn gouden uurwerk.
Het bleef tussen ons een pijnlijke herinnering die ik hem graag had willen vergeven.


Op de zolder van zijn huis schuilen nu archieven van zijn kinderen.
Wegens zijn kleinkinderen veel ouder dan ik toen, kan dit hen niet meer boeien. Open vuren stoken mag niet meer. En dus zullen ze zonder boosheid of pijnlijke herinneringen in de shredder verdwijnen.
Al schrijven wij liefst ieder onze eigen herinneringen, zwijgen is soms wijzer.
 

Lichtdrukmaal

De familiefoto’s werden reeds vroeger van de zolder gered.
Bijna een jaar lang heb ik deze tijdens mijn wekelijkse bezoeken op de achterkant voorzien van mijn moeders herinneringen.
Eindelijk ben ik begonnen met het digitaliseren van het familiale beeldarchief van vroeger en later. Ook om te vermijden wat Guido Gezelle dichtte: ‘ ‘t En is van u hiernederwaard geschilderd of geschreven mij, moederken, geen beeltenis, geen beeld van u gebleven. Geen teekening, geen lichtdrukmaal, geen beitelwerk van steene, ‘t en zij dat beeld in mij, dat gij gelaten hebt, alleene.'

Tijd kromt de ruimte

Het tijdrovende scannen wordt allengs een teletijdscapsule. Vaak prettig, soms ongemakkelijk. Vandaag blijken de foto’s van toen kleiner dan in mijn geheugen. Zoals tijd en ruimte langer en groter herinnerd worden, wegens vroeger zelf veel ongeduriger en veel kleiner.


Toch staat een foto-herinnering los van de eigen groei. Het is eerder een gevolg van de beeldenvloed op schermformaat en mijn veranderde manier van kijken.
Foto’s die ik jarenlang heb gekoesterd, blijken na veertig jaar minder indringend. De afstand tot mijn toenmalige zelf groeide. De intensiteit van vroeger is milder geworden. De perimeter van mijn gezichtsveld ruimer.
Voortschrijdend inzicht wordt met pijn en tijd verworven.
 

Barmhartigheid

Onthutsend zijn dan weer familie- en groepsfoto’s. Decennia na het poseren meet je makkelijk de afstand tussen personages onderling en hoe die zal evolueren. Soms zie je bij vrienden van vroeger of toenmalige leden van de familie de blik al afgewend of in de schaduw van hoed, pet, sjaal of hand.


Zoals een gezinsfoto therapeuten kan helpen een patiënt te begrijpen in zijn of haar verleden, zo herken je soms in foto’s van je eigen verleden wat nog zou komen.


Digitaliseren van een familiaal fotoarchief is een werk van barmhartigheid. Je oefent mildheid zonder vergeten. Je ontfermt je over wie na je komen omdat ook zij de kans krijgen te zijner tijd erbarmen te voelen bij de aanblik van die digitale lichtdrukmalen.

‘(...)Herinneren is vermoeiend, dat wordt ons niet geleerd, herinneren is een uitputtende bezigheid, het vreet energie en is een aanslag op je spieren. En zo zag ik Maya dus op haar zij in slaap vallen, haar gezicht naar het mijne gedraaid, en toen ze eenmaal sliep, zag ik haar hand onder het kussen schuiven, alsof ze het omhelsde of zich eraan vastklampte, en weer gebeurde het: ik zag hoe ze als kind was, ik twijfelde er absoluut niet aan dat in dat gebaar het meisje schuilde dat ze geweest was, en ik hield op een bizarre, vage manier van haar. En daarna viel ik zelf ook in slaap.’ (Juan Gabriel Vásquez, Het geluid van vallende dingen.

Jan Van Duppen

(De auteur is huisarts in Rotterdam en voormalig parlementslid voor de SP.A.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

 

lees ook