Visser moet "overbodige" vangst aan land brengen

Vissers zullen hun bijvangst voortaan niet meer mogen teruggooien in zee. Alle vis die ze ophalen, moet aan land worden gebracht. Dat hebben de Europese ministers verantwoordelijk voor Visserij vanmorgen beslist. De maatregel moet de visserij duurzamer maken.
AP2007

De ministers bevoegd voor Visserij van de verschillende Europese lidstaten zaten sinds gisteravond bijeen om hun standpunt te bepalen over de hervorming van het visserijbeleid. Het belangrijkste discussiepunt was de invoering van de "aanlandingsplicht", het verbod om overbodige gevangen vis weer overboord te gooien.

Bij elke kilo vis bedraagt die zogenoemde bijvangst 1,5 tot 2,5 kilo. Die wordt overboord gegooid, bijvoorbeeld omdat de vissers daarvoor geen quotum hebben. De meeste teruggegooide vissen gaan dood. Dat is verspilling, want het gaat vaak om vissen die nog best verkocht zouden kunnen worden.

Vooral de noordelijke Europese landen waren er voorstander van om een maatregel in te voeren waarbij alle gevangenis vis, overbodig of niet, aan land gebracht moet worden. Niet iedereen was het daarmee eens, vooral de landen rond de Middellandse Zee zagen een dergelijke verplichting niet zitten.

De Europese ministers zijn er vanmorgen dan toch in geslaagd een akkoord te bereiken. Vanaf januari 2014 wordt de aanlandingsplicht ingevoerd voor (diep)zeevissen zoals haring en wijting, vanaf 2016 voor alle witvis vanaf 2016. Tegenstanders van een volledige aanlandingsplicht hebben wel enkele uitzonderingen uit de brand kunnen slepen, vooral voor vissers die ver in zee vissen. Er komen overgangsmaatregelen en vissers krijgen ook de tijd om hun netten of schepen aan te passen.

De ministers van Visserij, het Europees Parlement en de Europese Commissie moeten het akkoord nu nog definitief uitwerken.