"Totale chaos toen ik hoek Fabeltjesland omging"

De politieagenten die de moordpartij in het kinderdagverblijf in Dendermonde hebben onderzocht, getuigden vanochtend op het proces-De Gelder. De agenten die als eersten ter plaatse waren, spreken over een "totale chaos". De agent die De Gelder oppakte, zegt dat De Gelder "een blik op oneindig had met een glimlach op de mond".
BELGA/WAEM

Hoofdinspecteur Danny Polfliet kreeg de melding van de steekpartij in het kinderdagverblijf Fabeltjesland binnen en ging met een patrouille ter plaatse. "Toen ik daar aankwam, was het er totale chaos. Het was surrealistisch. Er was veel paniek, veel lawaai en geschreeuw", zegt hij.

Op dat moment was het nog niet duidelijk of de dader al weg was of niet. De hoofdinspecteur is het kinderdagverblijf binnengegaan en heeft meteen een dode baby en een dode kinderverzorgster aangetroffen. "Ik ben weer naar buiten gegaan, want ik voelde me niet goed. Ik was ook bang dat de dader er nog rondliep. Daarom hebben we een tweede sweeping gedaan."

Later is ter plekke vernomen dat een derde slachtoffer in het ziekenhuis is overleden.

Een gewonde kinderverzorgster heeft de agent een omschrijving gegeven van de dader: rost-rood-koperkleurig haar, wit geschminkt aangezicht met zwart rond de ogen, met de fiets, een voor hen onbekende jongeman. Dat signalement werd meteen verspreid. Later kwamen er nog meer details bij.

Aan het woord is ook Lucien Van De Winckel, die instond voor de coördinatie ter plaatse. Ook hij spreekt over een grote chaos. "In de totale chaos die er heerste, hebben mijn collega's goed werk geleverd. Toen ik aankwam, waren er al drie perimeters ingesteld. Er waren al massaal hulpdiensten aanwezig."

Hoofdinspecteur Polfliet vertelt op verzoek van de hofvoorzitter hoe de identificatie van de slachtoffers gebeurde.

"Er werd een nummer op het voorhoofd van het kindje geschreven om ze met dat nummer te kunnen traceren. Er werden digitaal foto's van de kindjes genomen en die werden in het centrum Zonnebloem getoond aan de ouders om hen te identificeren."

"De commissaris en ik zijn er nog naartoe geweest en dat zijn schrijnende taferelen", antwoordt de hoofdinspecteur.

Beide agenten benadrukken nog dat niet alleen de slachtoffers en nabestaanden, maar ook de agenten die aan het onderzoek hebben meegewerkt, het nu nog altijd moeilijk hebben met het verwerken van wat is gebeurd.

"Geluk dat we hem op de dag zelf gevat hebben"

De volgende getuige is Luc Boterberg, directeur van de Federale Gerechtelijke Politie van Dendermonde. Hij geeft een overzicht van alle onderzoeksdaden die gesteld zijn in het onderzoek. Hij vertelt hoe de politie te werk is gegaan om de feiten te onderzoeken, net als het onderzoek op de plaats van de feiten. Hoe het onderzoek naar de dader verlopen is, dat De Gelder eerst naar het ziekenhuis werd gebracht en hoe de eerste verhoren zijn verlopen.

Hij legt ook uit hoe de huiszoeking bij Kim De Gelder is gebeurd, wat dat heeft opgeleverd, en dat een connectie werd gelegd tussen de moorden bij Fabeltjesland en de moord op Elza Van Raemdonck enkele dagen voordien. Boterberg zegt dat het voor sommige getuigen op de dag van de feiten moeilijk was om een getuigenis af te leggen omdat ze erg onder de indruk waren.

De voorzitter van het hof vraagt wat er zou gebeurd zijn als De Gelder niet gevat was op de dag van de feiten in Fabeltjesland en thuis was geraakt. "Ik hou mijn hart vast als dat zou zijn gebeurd. Er waren wel bloedsporen, maar De Gelder was nog nooit met de politie in aanraking gekomen. De tiplijn heeft ook niet veel opgeleverd."

De volgende getuigen in de voormiddag zijn agenten Patrick De Mey en Kurt Hofman. De Mey had De Gelder opgepakt in Lebbeke, Hofman kwam ter versterking ter plaatse. De Mey zegt dat De Gelder meteen meewerkte toen hij staande werd gehouden en alle bevelen heeft opgevolgd. "Hij had een glimlach op de mond." Hofman legt meer in detail uit hoe een fouillering in zijn werk gaat en wat de vaststellingen waren.

Hofman heeft De Gelder dan overgebracht naar het ziekenhuis omdat hij niet reageerde op vragen. In het ziekenhuis is een sporenonderzoek gebeurd op De Gelder en is zijn kledij verpakt voor verder onderzoek.

De agenten benadrukken de levenloze houding die De Gelder had aangenomen. "Hij had altijd een blik op oneindig, met een kleine glimlach op de mond. Het enige moment waarop er reactie kwam, was op de vraag of we zijn ouders moesten contacteren. Hij begon tranenloos te snikken."

De Gelder heeft er zich voorafgaand aan het proces over beklaagd dat de politie hem hardhandig heeft aangepakt. Hofman ontkent dat. In het ziekenhuis moesten de agenten van de onderzoeksrechter een bloed- en urinestaal nemen voor het gerechtelijk onderzoek. Omdat De Gelder niet wilde meewerken, is dit gebeurd met een sonde.

Ook bij het overbrengen van het ziekenhuis naar het politiekantoor wilde De Gelder niet meewerken. Met 4 collega's hebben ze De Gelder naar het politievoertuig gedragen.

"Doelwit 1: max. 28 kinderen, 2-5 volwassenen"

De laatste getuige van de voormiddag is Luc De Geest van het labo van de federale gerechtelijke politie, die eerder al getuigde op het proces. De Geest heeft de rugzak en fiets onderzocht die De Gelder bij zich had toen hij werd opgepakt. 

In de rugzak zat een brief met daarop een routebeschrijving naar drie "doelwitten", drie kinderdagverblijven in Dendermonde. Onderaan is bijgeschreven: "Doelwit 1: max 28 kinderen, 2-5 volwassenen", dezelfde noteringen met andere cijfers voor de twee andere doelwitten.

Voorts zaten er in de rugzak onder meer een geografisch plan, een sleutel, een vuile jeans, een blauw t-shirt met vlekken "die sterk lijken op bloed", een bijl.

De Geest had ook de afstapping gedaan bij de moord van Elza Van Raemdonck. Toen hij het mes zag van De Gelder, maakte hij zich de bedenking dat het om dezelfde dader zou kunnen gaan als in Vrasene.